Foto Frank Ruiter

‘Slowbalisation wordt een nieuwe norm’

Lunchinterview Adjiedj Bakas (55), trendwatcher, kijkt terug op een jaar van revalidatie en renaissance. „Mijn herseninfarct zélf was eigenlijk een bijzondere, positieve ervaring.”

Adjiedj Bakas (55) is gewend vooruit te blikken. Sinds jaar en dag brengt hij aan de vooravond van het nieuwe jaar een in eigen beheer gedrukt boekje uit met daarin zijn voorspelling en verwachtingen over wat gaat komen. Veertigduizend boekjes per jaar – à 9,95 euro per stuk. Al met al verkocht hij er een miljoen. Tel daarbij op de honderdvijftig lezingen die hij naar eigen zeggen jaarlijks geeft in binnen- en buitenland en je begrijpt waaraan hij de titel ‘visionair des vaderlands’ te danken heeft. Aan hem de vraag nu ook eens om te kijken. Wat was 2018 voor jaar, wat is hem bijgebleven en valt er een trend te ontdekken die we liever niet laten overwaaien?

Terugblikken doen we om allerlei praktische redenen aan zijn keukentafel. Adjiedj Bakas staat op het punt een maand naar het buitenland te vertrekken. Eerst naar Suriname, waar hij geboren werd, om z’n moeder te bezoeken. Ze is 80 en aan het dementeren. „Ik hou er rekening mee dat dit de laatste keer is dat ik haar zie.” Daarna vliegt hij door naar Miami, waar zijn man en hij het altijd heerlijk vakantie vieren vinden. Het is zaterdag, de dag voor vertrek en de koffers zijn nog niet gepakt. En, nog een reden om niet buitenshuis af te spreken, Bakas is minder mobiel sinds z’n hersenbloeding in mei 2017. De linkerhelft van zijn lichaam doet niet goed mee. Lopen gaat moeizamer. Prima, kom ik naar hem toe. En nee, hij hoeft niks meer in huis te halen, ik neem wel wat mee. In m’n tas zitten twee broodjes beenham – 2019 wordt volgens hem én de Chinese astrologie het jaar van het zwijn. Gekocht bij de Italiaanse traiteur – want dit jaar zal Italië volgens hem, in navolging van Griekenland, de Europese Unie op stelten zetten.

In elk geval twee van de trends die hij ziet aankomen, leeft hij zelf alvast na. Op microniveau zie je in zijn leven gebeuren wat er maatschappelijk gaande is. Dertig jaar woonden hij en zijn man David Vinco in een herenhuis van vijf verdiepingen in Amsterdam. Dat huis – ooit gekocht voor een half miljoen gulden – is voor de hoofdprijs verkocht, en daarvan kon hij een villa in Almere kopen én was er nog geld over voor een lapje grond in Portugal om ooit een vakantiehuis op te bouwen.

Hij woont nu vier weken in de Almeerse buitenwijk Overgooi, waar elk huis een hek, een oprijlaan en een tuin rondom heeft met uitzicht over kale weilanden. Dat lijkt me behoorlijk goed passen bij de trends ‘herwaardering van stilte’ en ‘vergroening van de leefomgeving’.

Polderboy

Hij schatert, terwijl hij met één hand de tafel dekt. Bordjes van porselein, glazen van Frans kristal. Zoals zoveel andere grote, Europese steden „verpretparkt” Amsterdam, dat zag hij al jaren met lede ogen aan. De toeristen, de hasjwalmen, het Engels dat zo langzamerhand de voertaal wordt in de stad. „De ziel is weg.” ‘Verbinding’ – een typisch 2018-woord dat nog lang niet gedateerd lijkt – vindt hij in zijn nieuwe buurtje. „We hadden hier een running dinner. Borrel bij de éne buur, hup naar die ernaast voor het voorgerecht, hoofdgerecht bij de volgende.” Schitterend, vond hij het. „In die dertig jaar in de stad had ik geen idee wie er naast me woonde. Nu ken ik iedereen.” De vorige burgemeester van Almere woont er, een bekende voetballer met zijn gezin, de cto (chief technical officer) van IBM, de ouders van een van de bazen van Apple, de ceo van KLM. Hij strijkt over zijn warme wintertrui, steekt een gelaarsde voet boven tafel. „Ik ben veranderd in een polderboy.”

Als hij voor zichzelf mag spreken: 2018 stond in het teken van revalidatie en renaissance. Hij tikt op z’n schedel. Dat herseninfarct van hem. Het gekke is, zegt hij, de gebeurtenis zelf was eigenlijk een bijzondere, positieve ervaring. Hij stond op een podium een lezing te geven voor een zaal vol ambtenaren van het ministerie van Financiën. En ineens – pats – voelde hij zich wegzakken. Volgende ogenblik: hij op de betonnen vloer, omringd door ambtenaren, waarvan een paar met EHBO-diploma. „Zo’n diploma, dat zou iedereen moeten halen.” Zo warm, zo liefdevol als hij na dat incident tegemoet werd getreden door vrienden, klanten en bekenden. „Bij Nederlanders schijnt de zon van binnen naar buiten. In Suriname is dat precies andersom.”

Hij heeft nu een invalidenparkeerpas waardoor hij in heel Europa op A-locaties kan parkeren. Vliegen is tegenwoordig helemaal ideaal. „Op elk vliegveld staat een rolstoel voor me klaar en ik ben vóór iedereen aan en van boord.” Weer een schaterlach: „Kost allemaal niks, ik had het veel eerder moeten doen.”

Ze zeggen: Adjiedj, je bent béter geworden dan je voor je ziekte was. Rauwer, minder gepolijst

Maar, even zonder dollen, hij heeft zijn leven behoorlijk moeten omgooien. En ook hier geldt dat hij, onbedoeld en ongewild misschien, trends vólgt. Zo heeft hij drastisch gesnoeid in het aantal vlieguren. „Voorheen was het: op maandag naar de VS, op woensdag op en neer naar Portugal en in het weekend naar Italië. Gekkenwerk.” Nu vliegt hij nog maar half zo vaak. ‘Slowbalisation’, zoals hij het noemt, zal voor meer mensen de norm worden. We nemen, zegt hij, in drie maanden tijd net zoveel informatie op als onze voorouders in hun hele leven.

Het mag allemaal van hem – en een groeiende groep refuseniks uit de techwereld zelf – wel een onsje minder met alle informatietechnologie. Hij is ook véél minder gaan werken. „De hele samenleving is terug aan het komen van al dat gewerk.” De „turbocultuur waarbij we onszelf voorbij rennen” is ongezond, dat is hem wel duidelijk met de 7,5 miljoen werkdagen die werknemers in 2018 verzuimden wegens werkstress.

Bouwfouten

Na zijn infarct verzamelde hij „een collectie witte jassen” om zich heen, onder wie een psychiater. „Die zei dat dat harde werken van mij allemaal compensatie was voor mijn vervelende jeugd in Suriname.” Zijn moeder, hij en twee zusjes leden onder een gewelddadige vader. Ooit was vader Bakas een geliefd onderwijzer en damkampioen, maar toen zijn broers stierven en hij werd ontslagen, raakte hij in een depressie en aan de drank. „Een mishandeld kind gaat fantaseren. Hoe meer klappen het krijgt, hoe creatiever het wordt om weg te komen.” Adjiedj Bakas verliet het ouderlijk huis op z’n achttiende en heeft zijn vader daarna nooit meer gezien. Inmiddels is hij overleden, aan een hersenbloeding. Oei, hij dus ook? „Wij Hindostanen hebben twee bouwfouten. Onze aders zijn dunner dan die van blanken én we hebben minder bruin vet.”

Alle goede voornemens ten spijt: twee maanden nadat hij op het podium ineen zakte, stond hij er weer op om een lezing te geven. De vraag van ministeries en multinationals, banken en beroepsverenigingen om zijn visie te komen verkondigen, neemt niet af. Integendeel. „Ze zeggen: Adjiedj, je bent béter geworden dan je voor je ziekte was. Rauwer, minder gepolijst.” Door zijn reizen, zegt hij, en door alle mensen die hij spreekt, ziet hij de overeenkomsten en verbanden. Daarnaast betaalt hij vier academici in India om belangrijke rapporten over grote kwesties (klimaat, energiemarkt, technologie) voor hem door te spitten en hem te voorzien van de highlights eruit.

Lees ook: Dit is hoe bosbaden er in Nederland uitziet

Als hij nu iets moet noemen dat hij wil meenemen uit 2018, dan is het wat hij in Japan zag. Hij was gevraagd door Ahold zich daar eens te verdiepen in hoe Japanners omgaan met hun voeding, de veiligheid ervan, hun omgeving. En? „Wat me enorm gegrepen heeft is het Japanse shinrin-yoku.” Bosbaden. Vorig jaar verschenen er diverse in het Nederlands vertaalde boeken over. Een badderaar laat, soms onder leiding van een therapeut, het bos op zich inwerken. „In Japan is het een eeuwenoude traditie, die bewezen goed is voor lichaam en geest.” En dat associeert Bakas dan weer met de ceo van aan groot accountantskantoor die voorafgaand aan zijn toespraak rustig vijf minuten staat te mediteren voor z’n troepen. „Iedereen moet af en toe de kop leegmaken.”

Vrij van prikkels

Nog iets wat hij in Japan zag en zó in Nederland zou willen invoeren: „Schoolkinderen moeten daar aan het eind van de schooldag hun eigen lokaal opruimen en schoonmaken.”

Die aandacht, die verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving, dat spreekt hem enorm aan. Hij ziet dat ook bij de mensen thuis. „Het huis is meer dan ooit een plek om tot rust te komen, met gezellige hoekjes die vrij zijn van prikkels.” Op dat punt is zijn huis nogal een trendbreuk, want dat is van onder tot boven gevuld met meubels en kunst. Als de bestelde 3D-plafonds klaar zijn verandert de zitkamer in een Frans kasteel, en krijgen de slaap- en werkkamers elk een eigen sfeer.

Hij wijst naar een ebbenhouten kastje. Handgemaakt door vrouwelijke, Duitse meubelmakers. Dan spreidt hij zijn linkerhand over tafel, om te showen hoe „hergebruik, traditie en herwaardering van ambachten” eruit kan zien. Aan zijn ringvinger een joekel van een ring. Naar het ontwerp van een traditionele, Joodse trouwring. Gemaakt door een Wit-Russische juwelier in Amsterdam met de edelstenen uit oorbellen en ringen van Bakas’ oma.