Recensie

Recensie

Ze ontvlucht New York omdat het ‘monster in de toren’ niet is verslagen

Jonathan Lethem In zijn roman The Feral Detective trakteert de schrijver zijn lezers op het huiveringwekkende Amerikaanse heden van president Trump.

Death Valley, Californië
Death Valley, Californië Foto Getty Images/iStockphoto
    • Jan Donkers

Men hoeft het niet met mijn bewering eens te zijn dat Jonathan Lethem de beste Amerikaanse auteur van zijn generatie is. Maar dat hij in elk geval de meest avontuurlijke van die generatie is (en niet die andere Jonathan, Franzen) wil ik wel heel lang volhouden. Er zijn altijd wel bizarre hoofdpersonen, onwaarschijnlijke ontwikkelingen die de lezers van zijn romans (én non-fictie) op scherp stellen, zijn genre-bending is altijd origineel en opwindend. In Motherless Brooklyn kwamen we een teenager tegen die als gangster wordt gerekruteerd maar helaas lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Fortress of solitude speelt ook in Brooklyn en heeft als een van de hoofdpersonen een aan lager wal geraakte soulzanger, zo geloofwaardig geportretteerd dat je de neiging krijgt te googlen of hij toch écht bestaan heeft. Chronic City (zijn beste boek) heeft dan weer Manhattan als locatie, waar een tijger in de ondergrondse woont en andere urban myths de ronde doen, verteld door een voormalig kindsterretje wiens vriendin gevangen gehouden wordt in een ruimtestation en die een aan wiet en hamburgers verslaafde pop-recensent als beste vriend heeft. Dissident Gardens heeft dan weer Queens, een andere New Yorkse wijk als locatie en een milieu van diverse generaties ultra-lefties als onderwerp, van wie Rose, de geharde godmother, in haar nadagen verliefd wordt op de alleen op het tv-scherm bestaande Archie Bunker.

Inderdaad, heel veel New York, dus de gewaarschuwde lezer is op zijn hoede wanneer al in het begin van dit nieuwe boek, The Feral Detective (Lethems eerste detectiveroman sinds Motherless Brooklyn van twintig jaar geleden), Phoebe Siegler deze standplaats verlaat voor een wel heel bijzondere opdracht in het zuiden van Californië. De vorige keer dat Lethem zijn vertrouwde New York verruilde voor die staat leverde dat immers een van zijn minste romans op, You don’t love me yet, over een wrakke popband waarvan, om maar iets te noemen, een van de leden een depressieve kangoeroe heeft gehuisvest in zijn badkuip.

Raymond Chandler

Maar dat wantrouwen wordt in eerste instantie niet geschraagd door de ontwikkelingen – en evenmin door Lethems even krachtige als kleurrijke, blijkbaar door Raymond Chandler geïnspireerde stijl. Phoebe is New York ontvlucht omdat ze haar stad ‘verantwoordelijk houdt voor zijn onmacht het monster in de toren’ te verslaan, en met dat monster wordt de ‘Beast Elect’ bedoeld. Donald Trump dus, die ze genoeg haat om haar vertrouwde werkplek te verruilen voor een onzekere toekomst wanneer een vriendin haar overhaalt op zoek te gaan naar een verdwenen dochter, Arabella. Er zijn aanwijzingen dat ze in Californië is, en Phoebe weet genoeg van Arabella’s fascinatie voor (de rond verkiezingsdag overleden) Leonard Cohen om te vermoeden dat ze zich ophoudt bij het Mount Baldy Zen Center waar Cohen het boeddhisme bestudeerde (popmuziek is nooit ver weg in het werk van Lethem). En dan komt de Feral Detective in beeld in de persoon van Charles Heist. ‘Feral’ betekent wild, dierlijk en Phoebe, zelf het tegendeel van een wereldvreemde softie, raakt al snel onder de indruk van zijn kennis van de bijna buitenaardse dingen die zich in de onherbergzame gebieden van Zuid-Californië en aanpalende staten afspelen. Maar niet alleen dat, ze valt ook als een blok voor hem en net als ze heeft besloten haar hotel te verlaten voor de dichtstbijzijnde singlesbar to get laid krijgt ze een spectaculaire kans om seks te hebben met de man die haar moet helpen Arabella te vinden. En o ja, Heist heeft behalve drie honden ook nog een buidelrat, in een van zijn bureauladen.

Vanaf daar, als Heist en Phoebe op zoek gaan naar het verdwenen meisje, wordt het boek al behoorlijk snel moeilijk navolgbaar en navenant minder interessant, zelfs voor wie veel van de schrijver heeft weten te incasseren. Een aantal atavistische bendes en culten die elkaar bestrijden, in de woestijn van Zuid-Californië, met gewelddadige riten en mensen-offers. Die zich konijnen en beren noemen en elkaars vijanden zijn. Bloedige gevechten van man tegen man om de heerschappij. Een rad van fortuin in de wildernis dat als gevangenis fungeert… Het wordt allemaal een beetje een rommeltje dat ook geleidelijk de nieuwsgierigheid van de lezer (Weten ze Arabella te vinden? Krijgt de romance tussen Phoebe en Heist nog een vervolg?) doet afnemen. Het heeft alle schijn van een dystopische vertelling waar Jonathan Lethem zijn lezers in zijn tiende roman op trakteert, maar, zoals gezegd, het boek is meer dan nadrukkelijk gesitueerd in de Trump-jaren. Het soms huiveringwekkende Amerikaanse heden dus, dat Lethem tot dit soort gruwelijke fantasieën heeft geïnspireerd.

Californië heeft tot dusver lang niet het beste in Jonathan Lethem opgeroepen, altijd minder dan de burroughs van New York. Hij hoeft daar ook niet over te blijven schrijven; er zijn meesterwerken gesitueerd op een enkele vierkante kilometer of minder. Maar waar ik benieuwd naar ben: als Jonathan Lethem zijn focus eens richtte op bijvoorbeeld Florida. Een garage-bandje waarvan bij een school-shooting de helft om het leven komt. Wat gebeurt er dan? Als iemand het kan beschrijven, is hij het.