Opinie

2019 wordt het jaar van Rusland

Michel Krielaars

Als ik iets mag voorspellen, dan is het dat 2019 het jaar van Rusland wordt. Het gedraagt zich steeds agressiever in zijn buitenlandse politiek, in het Kremlin woedt een verhulde machtsstrijd om de opvolging van Poetin, wiens populariteit schrikbarend is gedaald, tweederde van de Russen betreurt het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, en als Robert Mueller binnenkort met zijn onderzoeksrapport komt naar de vermeende Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen, blijkt mogelijk dat Rusland behalve in Syrië en Oost-Europa ook in het Witte Huis aan de touwtjes trekt.

Het is allemaal verwarrend, maar ook weer niet. Rusland is nu eenmaal een onvoorspelbaar land, dat je het best kunt begrijpen door zijn klassieke schrijvers te lezen. Ik ken hun werk zo onderhand uit mijn hoofd, maar hun boeken zijn zo goed en actueel dat je ze keer op keer kunt herlezen. En omdat er onlangs bij uitgeverij Van Oorschot van de hand van vertaler Hans Boland een canon van het werk van Alexander Poesjkin (1799-1837) is verschenen, heb ik de Mozart van de Russische literatuur weer eens ter hand genomen om opnieuw versteld te staan van zijn literaire brille, die zich uit in een zeldzame combinatie van ironie en diepgang.

Vooral Jevgeni Onegin, zijn roman in verzen, smaakte in de knappe vertaling van Boland als nieuwe haring, zo vet, mals en gerijpt worden de eenzaamheid en het verdriet van de ‘overtollige mens’ Onegin er beschreven. Niet voor niets behoort dit kunstwerk tot het mooiste wat de wereldliteratuur te bieden heeft en kent menige Rus delen ervan uit het hoofd.

Maar het meest nog maakte zijn roman De kapiteinsdochter indruk op me, omdat Poesjkin hierin zowel de onstuimige roekeloosheid van de Russische elite als de volgzaamheid van de gewone Rus laat zien. Het verhaal speelt zich af in 1773 als het Rusland van tsarina Catharina II op zijn grondvesten schudt door een opstand geleid door Jemeljan Poegatsjov, die zich uitgeeft voor de tijdens een paleisrevolutie vermoorde tsaar Peter II. Plunderend en moordend trekken Poegatsjovs tienduizenden volgelingen, vooral boeren en lijfeigenen, door het Wolgagebied. Ze nemen de ene stad na de andere in. Zo ook de vesting Bjelogorsk, die verdedigd wordt door een legertje onder bevel van kapitein Mironov. Aan diens dochter Masja verliest de held van het verhaal, de jonge adellijke officier Pjotr Andrejevitsj Grinjov, zijn hart.

Het liefdesverhaal is simpel en aangrijpend, het relaas over de opstand en de gevolgen daarvan zegt alles over de grillige menselijke natuur. Zodra de opstandelingen Bjelogorsk hebben ingenomen, wordt de dappere vestingcommandant Mironov opgehangen en krijgt zijn vrouw een doodsklap met de sabel. Hun dochter Masja verstopt zich bij de priester. Maar ook daar gaat het Poesjkin niet om. Wat hij vooral lijkt te willen vertellen is het verhaal van klein verraad en opportunisme. Want alle bewoners van Bjelogorsk, de priester en een tsaristische officier incluis, heten de wrede Poegatsjov na de moord op commandant Mironov welkom en doen alsof de tsarina niet bestaat. Ze kiezen voor de ogenschijnlijke winnaar van het moment. En juist in de manier waarop Poesjkin dit beschrijft, schuilt zijn grootsheid. Het mooie, levendige Nederlands van Hans Boland doet de rest, want voor het eerst heb ik de De kapiteinsdochter gelezen, zonder het boek ook maar een seconde weg te leggen.

Correctie (4 januari 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het sterfjaar van Alexander Poesjkin 1937 was. Dat moet 1837 zijn.