Om de Zuidas kun je niet heen

Monopolie Zodra het een beetje spannend wordt bellen grote bedrijven de Zuidas – ondanks uurtarieven die kunnen oplopen tot 700 euro. Hoe kunnen kleinere advocatenkantoren daarmee concurreren?

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Het had zomaar een vrijdagmiddagborrel op de Zuidas kunnen zijn, zo veel advocaten staan er opeengepakt. Iedereen lijkt elkaar te kennen, in groepjes staan mensen te kletsen. Er hangt een opgetogen soort spanning in de lucht.

In werkelijkheid is de samenscholing in de hal van het Gerechtshof aan het IJ in Amsterdam, zo’n zes kilometer noordelijker. De advocaten staan met hun cliënten te wachten tot de rechtszaal opengillaat. Op de rol: de zaak tussen mediabedrijf Talpa en Telegraaf Media Groep (TMG). Voor een topadvocaat is het haast een afgang om er níét bij te zijn – de zitting is het kookpunt in de geruchtmakende overnamestrijd om De Telegraaf, begin 2017.

Even later zit de rechtszaal overvol. Bedremmeld zegt de voorzitter van TMG’s ondernemingsraad, die een klein Utrechts kantoor heeft ingeschakeld, dat ze nog nooit zo veel advocaten bij elkaar heeft gezien. Dat ligt niet aan haar. De rechter: „Ik ook niet!”

Het zijn uitsluitend Zuidaskantoren die de belangrijkste partijen vertegenwoordigen: Stibbe (Talpa), Allen & Overy (TMG), De Brauw (de grootaandeelhouder van TMG), DLA Piper (de geschorste bestuurders van TMG), Van Doorne (de commissarissen van TMG) en Linklaters (rivaliserende bieder Mediahuis). Per kantoor zijn ze met twee, soms drie advocaten gekomen.

Bedrijven kiezen voor de prominente namen omdat dat veilig is

Bij andere prominente bedrijfsconflicten is de selectie niet anders. Neem de rechtszaak tussen verfbedrijf AkzoNobel en aandeelhouder Elliott in 2017: ook uitgevochten door (deels dezelfde) topkantoren. In zeldzame openlijke gevechten als deze wordt hun dominantie duidelijk zichtbaar. Veel vaker zijn ze achter de schermen voor grote bedrijven aan het werk, maar ook dan hebben ze de overhand. Neem de onderhandelingen over een miljardendeal. Van de tien kantoren die in de eerste drie kwartalen van vorig jaar de grootste fusies en overnames begeleidden staan er negen op de Zuidas, blijkt uit data van website OverFusies.

Deze kantoren – een mix van Nederlandse kantoren en vestigingen van Angelsaksische firma’s – zijn met afstand de duurste van het land. De overnamestrijd kostte TMG 10 miljoen euro (behalve naar advocaten ging dat geld ook naar financiële adviseurs). Uurtarieven lopen op tot 700 euro. Een iets kleiner kantoor vraagt grofweg de helft. En toch, zodra het een beetje spannend wordt bellen grote bedrijven de Zuidas. Waarom? Kunnen kleinere kantoren überhaupt concurreren, en hoe dan?

Lees ook dit verhaal over het uitsterven van ‘uurtje factuurtje’ in de advocatuur: Niet meer eindeloos uren schrijven

Bedrijven kiezen voor de prominente namen omdat dat veilig is, zo klinkt het op kleinere advocatenkantoren. Wie een topkantoor heeft ingehuurd kan nooit het verwijt krijgen dat het aan de advocatenkeuze heeft gelegen als er iets fout gaat.

Speelt dat inderdaad mee? „Nee”, zegt hoofdjurist Dirk Meerburg van supermarktconcern Ahold Delhaize. „Ik grijp niet instinctief naar de bekendste naam.” Een hoofdjurist van een ander groot bedrijf, die anoniem wil blijven, herkent er wel iets in: „Tot op zekere hoogte speelt dat mee. Zeker bij high profile-zaken.” Een andere hoofdjurist: „Dat zou niet moeten, maar dat gebeurt ongetwijfeld. Een menselijke reflex.”

Bedrijfsjuristen noemen verschillende redenen om voor de top te kiezen. Een belangrijke pre is hun ervaring, bijvoorbeeld met grote overnames. „Je wilt dat je advocaat genoeg vergelijkbare transacties heeft gezien”, zegt Meerburg. „Zodat hij of zij weet wat gebruikelijk is. Als de wederpartij bijvoorbeeld zegt: this is market practice, zo gaan we het doen.” 

Nog een reden: als het ingewikkeld wordt hebben bedrijven hulp nodig van superspecialisten, vaak op verschillende terreinen. Grote kantoren hebben die in huis. Hun omvang is ook een concurrentievoordeel. Ze zijn in staat snel extra handjes op te trommelen, die ’s nachts gewoon doorwerken als het moet.

Een Mercedes of een Opel

Verder is de Zuidas al gauw onvermijdelijk zodra het internationaal wordt. Die kantoren hebben zelf internationale ervaring en kunnen snel buitenlandse hulp inschakelen. De Nederlandse firma’s werken samen met buitenlandse topkantoren, Angelsaksische firma’s zitten zelf overal.

Natuurlijk leggen bedrijven niet zómaar Zuidastarieven neer, zeggen bedrijfsjuristen. „Je hoeft niet elke dag in een Mercedes te rijden, een Opel is vaak ook prima.” Bijvoorbeeld voor een kleinere overname.

Als kleinere kantoren voor grote bedrijven willen werken kunnen ze zich het best specialiseren. Liefst op terreinen waar grote kantoren minder in geïnteresseerd zijn, zoals arbeidsrecht. Al geldt hier ook: als het spannend wordt – zeg: de topman wordt ontslagen – mag de Zuidas toch uitrukken.

Daarnaast kunnen hun regionale wortels een voordeel zijn, zegt Marcel Hielkema. Hij is initiatiefnemer van Legal Valley, een stichting die Gelderland juridisch op de kaart probeert te zetten. Zo schakelt AkzoNobel naast grote kantoren soms het Arnhemse Dirkzwager in – de multinational heeft een grote vestiging in Arnhem. Nog een voordeel van kiezen voor kleiner, volgens Hielkema: „Je bent als bedrijf sneller een grote klant. Qua bediening sta je dan hoger in de rij dan op de Zuidas.”

Bij het vaste clubje komen

De truc om werk binnen te halen – voor groot en klein – is bij het vaste clubje advocaten te komen waar een bedrijf mee werkt. Om de zoveel tijd wordt de samenstelling van dit zogeheten panel gehusseld. De tijd van de huisadvocaat die standaard wordt gebeld is al lang voorbij, zeggen bedrijfsjuristen. „Vanzelfsprekende combinaties vind ik niet goed”, zegt een hoofdjurist van een groot bedrijf. „Ik hou zelf ook afstand tot de kantoren, ik ga niet naar hun borrels.”

Ahold Delhaize werkt wel al langere tijd veel met twee vaste kantoren, zegt hoofdjurist Meerburg: De Brauw en Allen & Overy. „Maar het is natuurlijk niet vanzelfsprekend dat dat altijd zo blijft.” Bovendien schakelt hij geregeld kleinere, gespecialiseerde kantoren in, bijvoorbeeld voor privacyrecht. „De kosten zijn heel belangrijk. Nog liever doen we het zelf, met onze interne juristen. Maar dat kan niet altijd.”

Er is genoeg concurrentie, vinden bedrijfsjuristen, de Zuidas staat vol met kantoren die zo’n beetje hetzelfde kunnen. Maar nieuwe concurrenten maken weinig kans. „De grote zaken gaan naar de grote kantoren, waardoor die nog meer profiel krijgen, en vervolgens nog meer grote zaken aantrekken”, zo vat een Zuidasadvocaat samen hoe het werkt. De dominantie blijft zo stevig in stand.

    • Teri van der Heijden