Minder mensen lopen vuurwerkletsel op

Het aantal mensen dat letsel opliep door vuurwerk daalde in een jaar tijd met negen procent. Ten opzichte van zes jaar geleden is het aantal slachtoffers zelfs gehalveerd.

Kinderen steken vuurwerk af op betonnen barrières in de van der Loostraat in het Brabantse Veen.
Kinderen steken vuurwerk af op betonnen barrières in de van der Loostraat in het Brabantse Veen. Foto Rob Engelaar/ANP

Rond de afgelopen jaarwisseling hebben 396 mensen zich met door vuurwerk toegebracht letsel gemeld bij de spoedeisende hulp. Dat is 38 personen minder ten opzichte van het jaar ervoor, een daling van negen procent. Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerd onderzoek van kennisorganisatie VeiligheidNL en de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA).

Ten opzichte van zes jaar geleden is het aantal letselslachtoffers zelfs gehalveerd. Bij de laatste Oud en Nieuw vielen twee doden door vuurwerk, in Enschede en het Friese Morra. Hiermee komt het aantal dodelijke vuurwerkslachtoffers uit op dertien in vijftien jaar tijd.

Het aantal letselslachtoffers jonger dan vijftien jaar daalde met 18 procent van 119 naar 97. De helft van de slachtoffers was jonger dan twintig jaar.

Amputaties

Bij zeker twaalf mensen moesten vingers of delen daarvan worden geamputeerd. Van hen was driekwart jonger dan 25 jaar. Bijna alle verwondingen waren het gevolg van het afsteken van illegaal knalvuurwerk. Nitraten richtten de meeste schade aan. Bijna alleen mannen staken illegaal vuurwerk af.

Iets minder dan de helft van de slachtoffers liep letsel op door toedoen van een ander. De meeste verwondingen waren brandwonden. Ruim een kwart liep oogletsel op. Er wordt pas later in januari bekend hoeveel mensen ogen zullen moeten missen.

Terwijl het aantal meldingen op de spoedeisende hulp dus afnam, was er een stijging bij huisartsen die minder ernstige verwondingen behandelen. Daar klopten circa achthonderd patiënten aan, tegenover zevenhonderd een jaar eerder. De toename zorgde niet voor personeelsproblemen.