Recensie

Recensie Boeken

De meedogenloze castingdirecteur doet anderen aan wat hem als ‘acteurtje’ ook werd aangedaan

#MeToo In een roman laat auteur Rik Launspach – met toneel-achtergrond – zien hoe bijna niemand ontkomt aan seksueel misbruik in een acteercarrière.

Vrouw op het toneel
Vrouw op het toneel Foto aerogondo

Zie de mannen vallen – of toch niet? Het is ruim een jaar geleden dat de #MeToo-discussie losbarstte. Machtige mannen, om te beginnen in de film-, toneel- en castingwereld in buiten- en binnenland, werden beschuldigd van seksueel misbruik door acteurs. Iedereen was geschokt, maar sindsdien, constateert Rik Launspach (1958), veranderde er bijna niets. Hij wil de discussie voortzetten, vertelde hij in interviews. Niet via een pamflet of op de barricades, maar in de vorm van een roman.

In Laat me liefde zien onderzoekt Launspach hoe het kán, hoe het werkt. Zijn boek is naar zijn zeggen geen sleutelroman. Beroemde acteurs kregen wel bekende namen, er is bijvoorbeeld sprake van ‘Monique’, ‘Paul’ en ‘Rutger’, maar die spelen niet echt een rol. De personages en de setting waar het echt om gaat, verzon hij. Hierbij bleef hij wel heel dicht bij de (Nederlandse) werkelijkheid.

Launspach, zelf ook acteur, kent de toneelwereld van binnenuit. Hij noemt haar ‘trechtervormig’. Zo velen dromen van een bestaan als acteur, zo weinigen slagen. In de zeer smalle doorgang, de hals van de trechter als het ware, zit als een God de castingdirecteur. Hij heeft alle macht in handen. Zo is het in de roman, maar ook in werkelijkheid.

Erectie en kort rokje

Laat me liefde zien is een mooie, betekenisvolle titel. De scheefgroei begint immers op de toneelscholen, waar jonge mensen improvisatie-opdrachten krijgen. ‘Laat me liefde zien’, zou een docent kunnen zeggen. Net als de latere castingdirecteur of regisseur. Het moet ‘net echt’ zijn. Vanuit daar is het dan maar een kleine stap naar de opdracht een erectie te tonen, of het rokje op te schorten. Iedereen in dit boek hunkert bovendien naar ‘er mogen zijn’, naar gezien en opgemerkt worden: naar liefde, eigenlijk. Nou, laat maar zien dus.

We volgen Reuben Bierkwiek bij zijn audities voor de toneelschool. Hij bakt er niets van, en dat wekt sympathie: een schlemiel is altijd lief. Launspach zet zijn lezers hiermee handig op het verkeerde been. Hij maakt aannemelijk hoe Reuben zich vanuit hier ontwikkelt tot een meedogenloze castingdirecteur, die zonder scrupules anderen aandoet wat hem als jong would be-acteurtje ook werd aangedaan. Ook maakt Launspach duidelijk, via het personage Lotte die wél talent heeft, hoe bijna niemand ontkomt aan seksueel misbruik, vroeg of laat, in een acteercarrière.

Huidziekte

Een dergelijk raffinement geldt de inhoud, maar niet de stijl van dit boek. Het is vlot leesbaar en geestig, maar ook overvol. Launspach vult alles in. Iemand doet iets ‘in een machteloze poging het tij te keren’. Of probeert ‘de vrolijke ernst terug te vinden’ die een gesprek kenmerkte. Er blijft niets, maar dan ook niets, te raden over: ‘Ze was hem uit de tent aan het lokken, besefte hij’; ‘hij schudt bezorgd zijn hoofd’.

Lees ook: Achttien schrijvers over de belangrijkste boeken van 2018

Ook de dialogen zijn helaas vaak houterig. Ze geven gesprekken niet zozeer weer, ze vormen extra uitleg, ze lichten situaties tussen personages overdreven toe: ‘„Je hebt gelijk,” sust ze. „Maar het lijkt me niet makkelijk hoor. Om overzicht te houden.” [...] Hij legt een hand op haar schouder en zegt nadrukkelijk: „[...] Dit is kwetsbaar materiaal.”’

Het is zonde dat de roman hierdoor aan zeggingskracht verliest. Ook is het een beetje jammer dat álle mannen die zich vergrijpen aan jong acterend grut, in dit boek een huidziekte hebben, of op zijn minst akelig rood vel.