Hoe de Zuidas de Zuidas werd

Topadvocatuur De Zuidas kwam vanaf de jaren negentig bijna uit het niets op. Niet alleen de fysieke omgeving, maar ook de advocatenkantoren die er neerstreken veranderden sindsdien drastisch.

Illustratie Anne Caesar van Wieren

‘We waren echt Zuidas-pioniers. Toen wij hier kwamen keken we uit over de voetbal- en tennisvelden. Die torens stonden hier vrijwel alleen.” Advocaat Allard Metzelaar is erbij als het Amsterdamse advocatenkantoor Stibbe in 1992 de binnenstad de rug toekeert en intrek neemt in de vers opgeleverde 64 meter hoge ‘De Stibbe-torens’.

Op dat moment wijst niets erop dat die twee vierkante kilometer in Amsterdam-Zuid zullen uitgroeien tot hét financiële hart van Nederland. De leden van tennisclub Gold Star slaan nog balletjes op de gravelbanen langs de ringweg A10. Er wordt gesquasht op de plek waar nu kantoorkolos The Rock van advocatenkantoor De Brauw staat.

De gemeente Amsterdam is dan nog helemaal in de ban van het IJ-oeverplan. Rondom station Amsterdam Centraal moet een ‘Manhattan aan het IJ’ verrijzen om de leegloop van de binnenstad te stoppen. In vijftien jaar tijd zijn in het centrum tienduizenden banen verdwenen, delen van de stad zijn verloederd, er is veel straatoverlast. „Toen zei men: in Rotterdam wordt het geld verdiend, in Amsterdam wordt het uitgegeven”, memoreert Metzelaar.

De gemeente schakelt de veelbelovende architect Rem Koolhaas in. Hij presenteert in 1992 in een volle Koepelkerk een ambitieus plan: de bouw van meer dan 1 miljoen vierkante meter aan kantoor-, winkel- en woonruimte rondom Centraal Station. Dat is veel: het nieuwe WTC-gebouw in New York van 541 meter hoog is goed voor nog geen derde van dat vloeroppervlak.

„De gemeente hield de Zuidas altijd op slot”, herinnert makelaar Jacques Kwak van Colliers International zich. De kentering komt als ING zich als financier uit de IJ-oeverplannen terugtrekt en de verse fusiebank ABN Amro – naar verluidt dreigend met een vertrek uit Amsterdam – afdwingt dat het nieuwe hoofdkantoor tussen de sportvelden op de Zuidas gebouwd mag worden. ABN Amro wil, net zoals Stibbe, per se op een met de auto goed bereikbare plek zitten.

Als na de gemeenteraadsverkiezingen in 1994 een nieuw ‘paars’ college (van PvdA, D66 en VVD) aantreedt, ziet ook de gemeente het licht. „De VVD heeft toen ingebracht dat de Zuidas grootschalig ontwikkeld zou worden”, vertelt Kwak, die daarna op verzoek van de gemeente een masterplan voor ontwikkeling van de Zuidas maakt. In 1998 wordt dat plan unaniem door de gemeenteraad aangenomen.

Nieuwbouw aan het Symphony-project in 2007, dat onder meer een woontoren met 105 appartementen, een luxehotel en een kantoortoren van 35.000 vierkante meter omvat.

Foto Peter Hilz

Vier keer zoveel advocaten

Twintig jaar later is de Zuidas voor miljarden volgebouwd met kantoor- en appartementencomplexen. De oranje Symphony-torens bijvoorbeeld, symbool van de Klimop-vastgoedfraudezaak, kostten 329 miljoen euro. Aan weerszijden van de A10 en treinstation Zuid houden nu de meest uiteenlopende bedrijven kantoor: van ABN Amro, AkzoNobel en pensioenbelegger APG tot flitshandelaar Optiver, oliemaatschappij Eni en accountant EY. Het ooit eenzame café De Blauwe Engel wordt omringd door hippe horecatenten.

Maar in die twee decennia is de Zuidas bovenal synoniem geworden met de grote, zakelijke advocatenkantoren. Die van de megadeals, 80-urige werkweken, torenhoge salarissen en dito declaraties. Afgelopen jaar bracht BNNVARA zelfs de tv-serie Zuidas op de buis, over de besognes op zo’n advocatenkantoor.

De Brauw, NautaDutilh, Linklaters, Baker&McKenzie: in navolging van Stibbe betrekken allemaal kantoorcomplexen aan de Zuidas, liefst ontworpen door een toparchitect. De ligging vlakbij Schiphol en bereikbaarheid met auto en trein gelden als belangrijke pré. Aanwezigheid in het snel groeiende zakenhart is goed voor de uitstraling. En in tegenstelling tot de monumentale Amsterdamse binnenstad biedt de Zuidas ruimte. De kantoren– vaak ingericht met veel marmer, leer en kunst – bieden plek voor de groeiende personeelsschare en state of the art faciliteiten.

De Zuidas staat voor megadeals, 80-urige werkweken, torenhoge salarissen en dito declaraties

Tegelijkertijd verandert het Nederlandse advocatenlandschap ingrijpend. „De advocatuur is verviervoudigd in de tijd dat ik advocaat ben”, zegt Metzelaar. „Toen ik in 1982 begon had je vierduizend advocaten in Nederland. Nu zijn dat er zo’n 17.000. Kennelijk is de vraag gestegen.”

Onder invloed van liberalisering, globalisering en digitalisering transformeren de economie en de financiële markten. Nederland zet zichzelf neer als financieel centrum en als aantrekkelijke vestigingsplaats voor multinationals en brievenbusbedrijven. Zakelijke dienstverleners, met de advocatenkantoren voorop, plukken er de vruchten van. Fusies, overnames, beursgangen,herfinancieringen, rechtszaken, arbitrages, afsplitsingen, faillissementen en doorstarts: overal is een groot advocatenkantoor voor nodig. Vaak eentje voor elke betrokken partij: koper, verkoper, bank, ondernemingsraad enzovoorts.

Winst optimaliseren

„De grote Nederlandse advocatenkantoren zijn sinds de jaren negentig doorontwikkeld tot winstoptimaliserende organisaties”, constateert voormalig landelijk deken Jan Loorbach, advocaat bij de Rotterdamse tak van NautaDutilh.

Grote spelers als Loyens & Loeff, De Brauw en NautaDutilh staan bekend om hun werk bij fusies en overnames, maar hun namen zouden niet op de Zuidas-gevels prijken zonder een eigen geschiedenis van fusiegeweld. Na een eerste fusiegolf in de jaren zeventig waarbij kantoren zoals Dutilh en Van der Hoeven & Slager ontstaan, volgt rond de jaren negentig een tweede consolidatieslag. Zo gaat in 1990 het Amsterdams-Rotterdamse kantoor Nauta Van Haersolte samen met Dutilh, Van der Hoeven & Slager uit de Maasstad.

Ondertussen steken ook de buitenlandse kantoren hun hoofd om de hoek. De schok is groot als Allen & Overy in 1999 het op een na grootste advocatenkantoor van Nederland, Loeff Claeys Verbeke, om zeep helpt door ruim eenderde (35) van de topadvocaten weg te lokken met een zak geld. NRC bericht destijds dat zij hun inkomen op basis van winstdeling kunnen verdubbelen van 1 naar 2 miljoen gulden.

„De komst van de Angelsaksen is heel belangrijk geweest in de verdere vercommercialisering van Nederlandse kantoren”, constateert Loorbach. „Je beste mensen zouden worden weggekocht als je qua beloningsbeleid niet een beetje concurreerde.”

Inmiddels heeft een lange lijst internationale kantoren zich in Nederland gevestigd, waaronder vier van de vijf roemruchte Britse ‘Magic Circle’-kantoren: Allen & Overy, Freshfields, Linklaters en Clifford Chance. Maar tegen de verwachtingen van twintig jaar geleden in zijn geen van de Nederlandse marktleiders opgeslokt. Waarschijnlijk mede omdat zij het Britse beloningsbeleid kopieerden.

Winstdeling van 1 miljoen

De grote commerciële advocatenkantoren in Nederland werken met een partnerstructuur. Aan de top staan de partners – vaak zo’n dertig tot vijftig personen – die de winst onderling verdelen.

En die winst is fors. In Engeland zijn firma’s als Allen & Overy open over de partnersalarissen (in 2017 omgerekend gemiddeld 1,7 miljoen euro), maar Nederlandse advocatenkantoren houden hun partnerbeloning angstvallig geheim – zelfs voor de rest van het kantoor. Gefluisterd wordt er natuurlijk wel. Jaarlijkse winstdelingen van 1 miljoen euro of meer zijn de regel.

Een dag grasduinen in het register van de Kamer van Koophandel langs de persoonlijke bv’s van de partners van De Brauw, NautaDutilh en Houthoff levert twee conclusies op. Advocaten geven hun privé-bv graag een creatieve naam mee, zoals Don Duketown, Nightcap of Eat your pie before you die B.V. En opvallend veel advocaten (64) zijn – in ieder geval op papier – multimiljonair.

Als vuistregel geldt dat voor een winstdeling van 1 miljoen euro, 3 miljoen euro omzet behaald moet worden . Voor partners betekent dat veel ‘declarabel zijn’: hard werken (met een team van advocaten en advocaat-stagiairs) tegen hoge uurtarieven. Voor een advocaat-stagiair vers van de universiteit wordt zo al 250 euro per uur in rekening gebracht. Met drie jaar ervaring is dat 400 euro per uur en bij partners is bijna 700 euro per uur (exclusief btw) niet ongewoon, blijkt uit facturen die NRC inzag.

In 2017 zetten 24 grote ‘Zuidas-kantoren’ bijna 1,5 miljard euro om, blijkt uit een overzicht van vakblad Advocatie. Dat was 4,5 procent meer dan het jaar daarvoor. Loyens & Loeff, dat ook een grote notariële en fiscale adviestak heeft, voert de ranglijst aan met 312 miljoen euro omzet.

„Het uurtarief is heel hoog en het partnerinkomen is navenant hoog”, zegt Loorbach. Hij constateert dat ook bij kleinere kantoren buiten de Zuidas partners naar huis gaan met een inkomen waar een rechterssalaris drie keer in past. „Blijkbaar is het dat waard. Het heeft ook te maken met de enorm grote belangen die aan je worden toevertrouwd.”

Weg uit de regio

De voormalig landelijk deken ziet dat advocatenkantoren zich de afgelopen twintig jaar onder het mom van winstoptimalisatie hebben „verdiept en versmald”. Kantoren in de regio zijn opgedoekt. Loyens & Loeff bijvoorbeeld, zit alleen nog in Amsterdam en Rotterdam, terwijl het vroeger ook kantoren had in onder meer Breda, Den Haag, Eindhoven en Enschede.

Kantoren hebben daarnaast de minder lucratieve rechtsgebieden afgestoten. Personen- en familierecht wordt niet meer gedaan, arbeidsrecht zelden. Hetzelfde geldt voor de faillissementspraktijk waarbij advocaten op verzoek van de rechtbank als curator optreden. „De tarieven zijn aanmerkelijk lager dan in de normale advocatuur. Het maximum is 340 euro per uur en dat is in een groot faillissement met een zeer ervaren curator”, zegt curator Toni van Hees van Stibbe.

Volgens Van Hees is de curatorenpraktijk „verlieslatend” voor Stibbe omdat de rechtbank ook verwacht dat je als curator ‘corvee’ doet: kleinere faillissementen die niets opleveren. „Wij doen het als een van de weinige van de grote kantoren nog omdat het de ervaring oplevert die nodig is om andere klanten te adviseren over faillissementen. Belangrijk is ook dat het uitdagend werk is en een deel van onze mensen het leuk vindt om te doen”.

Het is topsport om op de Zuidas te werken. De werkdruk is enorm

Ilona Tjon Poen Gie, headhunter

Veel kantoren richten zich tegenwoordig hoofdzakelijk op ondernemingsrecht. Dat is waar ze de hoogste uurtarieven voor kunnen vragen. „Vroeger was dat één specialisatie, nu is het een hele waaier”, constateert Loorbach.

Bij de M&A-awards in december – het jaarlijkse black tie-feestje van zakenbankiers en advocaten in de Beurs van Berlage – werd de verkoop van de chemietak van AkzoNobel bekroond als deal van het jaar. Voor Akzo waren vanuit De Brauw alleen al acht partners in de weer geweest met verschillende, vooral ondernemingsrechtgerelateerde specialismen: van mededinging tot belastingen.

Abnormale werkdruk

Het financiële en zakelijke succes van de kantoren heeft ook een keerzijde. Economen van ING constateerden al eens in een onderzoek dat advocatenkantoren weinig reden hebben efficiënt te werken. „Die prikkel ontbreekt omdat het prijsmechanisme binnen het verdienmodel, uren maal tarief, daartoe niet direct uitnodigt.”

Zuidas-predikant Ruben van Zwieten van het ontmoetingscentrum De Nieuwe Poort hekelde vorig jaar in Het Parool het drugsgebruik bij de grote advocatenkantoren. Het is „work hard, play hard – en cokegebruik hoort daar duidelijk bij.”. Qua jaarsalaris behoren de advocaten tot de maatschappelijke elite, constateerde Van Zwieten, maar desondanks is hun maatschappelijke betrokkenheid ver te zoeken.

Ondanks mooie woorden, slagen de grote advocatenkantoren er al jaren niet in hun eigen diversiteitsdoelstellingen te halen. Advocaten met een migrantenachtergrond zijn er weinig. De man-vrouwverhouding aan de top is scheef. Bij Stibbe bijvoorbeeld zijn 7 van de 39 partners vrouw.

En dan is er de werkdruk. Oud- topnotaris Hubert-Jan van Boxel, die bij Loyens & Loeff en AKD werkte, bracht eind 2017 een boek uit dat voor veel opschudding zorgde. Hij hekelde de geldzucht onder partners. Die leidt volgens hem tot excessief declareren en een abnormale werkdruk.

De Zuidas is alleen voor een bepaald type persoonlijkheid, constateert headhunter Ilona Tjon Poen Gie van Legal Hunters. Al van beginnend advocaten wordt een enorm arbeidsethos verwacht. Advocatenkantoor Van Doorne kreeg drie jaar geleden de volle laag toen het daar in een wervingsadvertentie op inspeelde „Juli vorig jaar heeft Sofie hier voor het laatst gegeten”, stond boven de foto van een eenzame opa met als onderschrift: „Maar dan werk je wel bij Van Doorne.” Regelmatig tot 0.30 uur of later werken is bij veel kantoren geen uitzondering, hoort ook Tjon Poen Gie. „Het is topsport om op de Zuidas te werken. De werkdruk is enorm. Je moet daar tegen kunnen.”

Aan dit stuk is toegevoegd dat Loyens en Loeff, naast Amsterdam, ook nog een kantoor in Rotterdam heeft.