‘Hij zei: weet waar je aan begint’

Spitsuur Marjolein Jansen (36) en Jochem Beurskens (36) uit Amsterdam eten doordeweeks altijd laat. Zij is manager bij Albert Heijn, hij wil partner worden bij advocatenkantoor DLA Piper, aan de Zuidas. „Ik bleef weleens een hele nacht op kantoor.”

Jochem: „Ik werk wanneer nodig. Soms ’s avonds of in het weekend, maar ik kan ook op vrijdagmiddag om vier uur al naar de borrel gaan. Ik heb hier beneden een goede infrastructuur.”
Jochem: „Ik werk wanneer nodig. Soms ’s avonds of in het weekend, maar ik kan ook op vrijdagmiddag om vier uur al naar de borrel gaan. Ik heb hier beneden een goede infrastructuur.”

Jochem: „Ik sta om zeven uur op. Dan zet ik eerst een kopje thee, daarna douche ik. Als ik klaar ben met scheren, gaat Marjolein douchen. Dan staat ook voor haar het kopje thee klaar.”

Marjolein: „Daar was ik zo verbaasd over!”

Jochem: „Mijn vader doet dat ook voor mijn moeder.”

Marjolein: „Echt?”

Jochem: „Ja. Ik fiets rond half acht naar kantoor, daar ben ik om acht uur. Op kantoor heb ik mijn dassen en pakken. Als het regent, wil ik niet dat mijn pak vies wordt.”

Marjolein: „We ontbijten allebei op kantoor. We maken sinds anderhalf jaar zelf granola, die eten we met van die dikke Griekse yoghurt.”

Jochem: „Ik wil gewoon zo snel mogelijk naar kantoor. Inbox aan, lezen. Vroeger was het eerste wat ik deed mijn telefoon checken als ik wakker werd. Dat doe ik niet meer. Vaak heb ik meer dan twintig mails die ertoe doen. Daar wil ik niet mee bezig zijn als ik aan het douchen ben.”

Marjolein: „Ik pak de auto naar Zaandam. Ik werk voor Albert Heijn als categoriemanager kip en vis. Simpel gezegd verkoop ik kip en vis. Mijn team is verantwoordelijk voor het kip- en visassortiment in alle winkels. Kerst is altijd een spannende periode. Er ligt dan veel nieuw aanbod in de schappen, we volgen de verkopen met spanning.”

Altijd aan staan

Jochem: „Overdag bel ik met cliënten of zit ik in een overleg. Soms reserveer ik een paar uur om contracten op te stellen, maar meestal kijk ik die na in de avonduren of het weekend. Ik heb een uitgesproken ambitie om partner te worden. Nu heb ik zelf gewoon een urentarget, als partner moet je ervoor zorgen dat anderen ook hun uren kunnen draaien. Ja, dat is wel spannend, leuk.”

Marjolein: „Ik ben rond kwart voor negen op kantoor en werk tot een uur of half zeven. Ik ben één van de laatsten die gaat, maar ik klap ’s avonds mijn laptop meestal niet meer open.”

Jochem: „Jouw baan is misschien nog wel stressvoller dan die van mij, maar het grote verschil is dat jij het werk vaak kunt uitzetten als je het pand verlaat. Ik sta altijd aan.”

Marjolein: „Elke dag is het weer schakelen. Als de lijn stilligt in de fabriek, dan hebben wij geen product in de winkel.”

Jochem: „Als alles goed gaat en ik partner word, ben ik straks eigen ondernemer. Ik werk wanneer nodig. Soms ’s avonds of in het weekend, maar ik kan ook op vrijdagmiddag om vier uur al naar de borrel gaan. Ik heb hier beneden een goede infrastructuur.”

Marjolein: „Infrastructuur, haha?”

Jochem: „Werkkamer, bedoel ik. Nu we iets ouder zijn, vind ik het wel belangrijk om ’s avonds gewoon thuis te eten, anders zie je elkaar zo weinig.”

Marjolein: „Ik ben de hele dag bezig met eten, dat vind ik leuk aan mijn werk. Ik heb de hele wereldkeuken al onder mijn hoede gehad: Thais, Chinees, Japans. Toen Jochem een half jaar in New York zat, deed ik nog koekjes. Als ik een paar dagen bij hem zat, ging ik weleens kijken wat daar de trends in de supermarkten waren. Dat vind ik sowieso leuk, ook tijdens vakanties. Als we weggaan, ben ik in Nederland al bezig restaurants te reserveren. Heerlijk.”

Jochem: „Ik maak geen afspraken doordeweeks.”

Marjolein: „Omdat hij niet kan aangeven hoe zijn avonden eruitzien, plan ik vaak gewoon wat in. Ik hockey zelf op dinsdag, op donderdag en vrijdag eet ik vaak met vriendinnen. Ik zit er heel makkelijk in. Als hij er is, dan vind ik het leuk. Misschien doen we spontaan wel wat leuks. Of ik heb lekker een avondje voor mezelf.”

Jochem: „Het zou voor mij natuurlijk makkelijker zijn om op kantoor te eten, er is daar van alles. Maar als ik weet dat ik voor tienen klaar kan zijn, bel ik rond tien over zes. Dan maken we eerst ruzie wat we gaan eten en daarna wie de boodschappen doet.”

Marjolein: „Mijn auto staat in de parkeergarage onder een Albert Heijn. Na het werk doe ik de boodschappen en kook ik meestal. Dan eten we tussen acht en half negen.”

Jochem: „Soms zeg ik dat ik kook, dan haal ik bij de toko om de hoek.”

Marjolein: „Of je doet de Jochemspecial.”

Jochem: „Dan gooi ik alles wat er nog ligt in de wok: rundvlees, noedels, groente, oestersaus en klaar.”

Marjolein: „Ik vind koken heerlijk, voor mij is het ontspanning.”

Marjolein: „Zondag eten we altijd samen, dat is een heilige avond.”

Jochem: „Doordeweeks ga ik na het eten een krantje lezen of ik ga weer aan het werk. Jij leest vaak een boek.”

Gekke henkie

Marjolein: „Ik heb een regel: ik strijk niet.”

Jochem: „Ik breng mijn overhemden een keer per week naar de wasserette.”

Marjolein: „Ik strijk voor mezelf ook niets. Dan ga ik toch niet zijn hemden strijken? Ik ben gekke henkie niet!”

Jochem: „Ik kan ze naar kantoor brengen, maar ik gun dat de man op de hoek. Er gaan elke week vijf overhemden heen.”

Marjolein: „Ik weet nog dat jij zei toen we wat kregen: ‘Weet waar je aan begint’. Nou, ik vind het nogal meevallen. Als hij tijdens een vakantie met werk bezig is, denk ik wel: ‘Dat is toch geen vakantie?’ Maar als hij het niet als probleem ziet, wat maakt het dan uit? Ik ga lekker een boekje lezen.”

Jochem: „Vroeger bleef ik nog weleens een hele nacht zitten op kantoor, maar nu hoef ik zelf niet meer de eerste draft van een contract te maken. Nu vraag ik jongere collega’s of morgenochtend de eerste versie op mijn bureau kan liggen. Ik heb het onwijs naar mijn zin bij DLA. De Nederlandse maatschap is heel down to earth. Mensen gaan relaxed met elkaar om.”