‘Het is eigenlijk onmenselijk, wat ik in deze Tsjechov-rol betoog’

Theater

Acteur Jacob Derwig maakte de eerste Nederlandse theaterbewerking van Tsjechovs Het duel, novelle over een darwinistische wetenschapper versus een nietsnut.

Repetitie van ‘Het Duel’ met links Jacob Derwig (Von Koren) en midden Joris Smit (Lajevski)
Repetitie van ‘Het Duel’ met links Jacob Derwig (Von Koren) en midden Joris Smit (Lajevski) Foto Bas de Brouwer

Het is een radicale, zelfs schokkende Tsjechov: de novelle Het duel uit 1891. Acteur en bewerker Jacob Derwig noemt het ‘een gevaarlijk stuk’. Tijdens een repetitie in Koninklijke Schouwburg in Den Haag bij Het Nationale Theater ontstaat meteen volop spanning.

Derwig zelf vertolkt de rol van de jonge Russische natuuronderzoeker Von Koren, een zoöloog die ervan overtuigd is dat zwakkelingen in de strijd om het bestaan terecht ten onder gaan. Het is de eerste keer in Nederland dat van de novelle een theaterversie komt, wel bestaan er twee filmbewerkingen: The Bad Good Man (1973) en The Duel (2010). De Duitse regisseur Frank Castorf maakte in 2013 Das Duell bij de Volksbühne in Berlijn.

„Het is eigenlijk onmenselijk wat ik betoog als Von Koren”, zegt Derwig. „Hij is aanhanger van het sociaal darwinisme dat aan het einde van de negentiende eeuw opkwam. De Britse antropoloog Herbert Spencer is een lichtend voorbeeld voor mijn personage. Spencer was de bedenker van de term survival of the fittest, het recht van de sterkste. Bijna iedereen denkt dat deze term van Darwin is, maar nee dus. Von Koren wil het menselijk ras verbeteren door natuurlijke selectie, door de zwakkeren uit de weg te ruimen.”

De voorstelling in de regie van Jeroen De Man heeft een cast van acht acteurs en is bestemd voor de grote zaal. Behalve Derwig doen onder anderen mee Jacqueline Blom, Hein van der Heijden, Jaap Spijkers en Joris Smit.

Wodka uit een emmer

Joris Smit is Derwigs tegenspeler, Lajevski. Hij is een echt Tsjechov-personage: verveeld, drankzuchtig, dadenloos, overspelig en eeuwig in geldnood. „Toch willen we landerigheid voorkomen”, zegt De Man in de repetitieruimte. „De uitvoering moet hard en snel zijn.”

Het verhaal speelt zich af in een kleine gemeenschap aan de Zwarte Zee waar iedereen elkaar scherp in de gaten houdt. „Aanvankelijk was het decor vol met meubels, schilderijen, tafeltjes, echt een Tsjechoviaanse toneelmenagerie”, zegt De Man. „Maar ik ben geleidelijk alles gaan wegschuiven tot ik een leeg speelveld overhield. Daarboven hangen de schijnwerpers. Je zou er een snijzaal in kunnen zien. Dat klopt mooi bij de inhoud. In het Engels heet een snijzaal operating theatre. Voor de zoöloog Von Koren is de Lajevski van Joris Smit een casus, een geval dat bestudeerd moet worden. De man is een outcast die eigenlijk geen recht heeft op bestaan. Hij moet maar aan zijn eigen willoosheid ten onder gaan. Von Koren vindt dat hij de natuur een handje moet helpen en daartoe daagt hij die nietsnut van een Lajevski uit voor een duel. Tsjechov noemt hem in zijn novelle ‘een overtollig’ mens en zelfs ‘een microbe die je gerust mag doden’”.

Bij eerste aanblik is duidelijk waar Smit en Derwig voor staan. De eerste draagt zijn overhemd slodderig uit zijn broek, hij staat wankel op het iets hellende speelvlak. Hij schept met een glaasje zijn wodka uit een plastic emmer. De Man plukte die op een keer zomaar uit een werkkast, en wil die eigenlijk zo in de voorstelling houden. Smit acteert emotioneel en roekeloos, alsof hij de uithoeken van zijn personage wil testen. Derwig draagt een donkerblauw kostuum met vest. Hij gedraagt zich superieur jegens de steeds meer verloederende Smit.

Oog in oog

Jacob Derwig speelde eerder in Drie Zusters bij De Trust en in Platonov van ’t Barre Land. Hij is een groot liefhebber van Tsjechov, een voorkeur die hij deelt met De Man, een acteur en regisseur die voortkomt uit het vrijgevochten gezelschap De Warme Winkel. „Ik verbaas me er altijd over dat toneel zo traditioneel is”, zegt De Man. „Als personages geheimen voor elkaar hebben, dan verklappen ze die wel aan het publiek maar niet aan elkaar. In deze regie wil ik dat anders doen. Als de personages af gaan, blijven ze zichtbaar op de bühne. Ze horen dus precies wat de ander zegt. Dat maakt het spannend: wanneer Von Koren zijn omstreden theorieën ontvouwt over de noodzaak om pechvogels en andere gedegeneerden te elimineren, dan hoort Smit dat. Maar hij reageert er niet op.”

Voor de uitbeelding van het duel laten Derwig en De Man zich inspireren door de duelfilm aller tijden, Barry Lyndon (1975) van Stanley Kubrick. Maar er is meer. Op de regietafel ligt een vuistdik boek over de geschiedenis van het duelleren in Nederland. Ook liggen her en der pistolen in het decor, aanvankelijk onopvallend totdat de acteurs ernaar grijpen.

De eerste keer dat de acteurs de duelscène repeteren is spannend: Derwig richt op de weerloze Smit. Maar kan hij hem wel doden? De onmin tussen hen vindt zijn oorzaak in het verwijt van de hardwerkende zoöloog aan de lanterfanter dat de laatste een ‘ondeugdelijk leven’ leidt. Dat accepteert Lajevski niet. Derwig zegt: „Over de afloop van het duel wil ik liever niets verklappen. Mijn personage streeft de ideale mens na en zou alle ondeugdelijke elementen willen elimineren, maar oog in oog met Lajevski komt hij toch tot een soort zelfinzicht.”

Het duel naar Anton Tsjechov door Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool. Première: 12/1 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Inl: hnt.nl
    • Kester Freriks