Burn-out

Mensen zitten op een bankje en kijken voor zich uit. gaat naast ze zitten en vraagt wat ze bezighoudt.

‘Ik heb maar kort de tijd hoor. Tien minuten, dan moet ik weer aan het werk. Nou ja, moeten… moeten moet niet meer.” Terwijl zijn collega’s in de kantine lunchen heeft hij de winterzon opgezocht, op een bankje in een park in Zwolle. Treed uit je eigen tunnel, focus op de wereld om je heen. Geleerd van de psycholoog.

De man, keurig type, bruinleren schoenen, wil niet met zijn naam in de krant. Hij is net bezig met re-integratie na een burn-out en dat hoeft niet iedereen te weten. Anderhalf jaar zat hij thuis en sinds april is hij weer voorzichtig aan het werk. Administratieve dienstverlening voor een groot bedrijf.

Drukte kan hij nog steeds niet goed aan. Bij een werkoverleg laatst is hij na afloop nog even blijven zitten. Begonnen de tranen weer te vloeien. Kan overal gebeuren. Zoals toen hij op de tv de Dodenherdenking aanknipte en al na één minuut zei: „Zet uit!” Of toen zijn vrouw en – volwassen – zoon laatst in een discussie verzeild raakten en hij eigenlijk had moeten weglopen, bedacht hij later. Het vreemde is, de herrie van jonge kinderen kan hij prima verdragen, maar zodra volwassenen beginnen… En soms ook gaat het juist weer prima. Emoties, hij begrijpt er niets van.

Na een burn-out kom je er sterker uit, hoor je wel eens. Maar zo ervaart hij het niet. „Ik heb het gevoel dat ik niet meer word wie ik was.”

Sportief, dat was hij. Hardlopen, fietsen. Maar sinds hij „klapte” moet hij er niet meer aan dénken. „Geen energie voor.” Autorijden? Hij zou niet dúrven. Doe dingen die je leuk vindt, zeggen ze dan. Ga weer fotograferen! Alsjeblíéft niet. „Je raakt jezelf helemaal kwijt, dat is het ergste. Je wordt voorzichtiger, ook in je enthousiasme, je uitbundigheid. Want ook dat kost energie.”

Niemand zag het aankomen, ook zijn vrouw niet. Zijn leven was prima op orde. Gezond, getrouwd, kinderen aan de studie, de deur al uit. Volgens de psycholoog was het puur werk dat hem nekte. Een aantal jaar achtereen te veel hooi op je vork, reorganisatie, bezuiniging, andere standplaats, ze slingeren je van bovenaf alle kanten op. Zat hij plots dagelijks opeengepakt in de Sprinter van Almere naar Utrecht en terug, met op zijn nieuwe werkplek een negatieve sfeer. „En dan ga je naar de huisarts en gaat je vrouw mee en ben je alleen maar aan het janken.”

Elke dag drie kwartier wandelen, dat hielp. Steun van zijn partner, dat hielp. En alle sociale media opgeven. Geen e-mail, geen kranten, geen tv, geen prikkels. Toen hij weer met werken begon, heeft hij alle e-mailboxen in één keer weggeflikkerd. Als ze me echt nodig hebben, vinden ze me wel, bedacht hij. „Niemand is onvervangbaar, dat heb ik moeten beseffen.”

En nee, het is niet zo dat hij opeens beter weet wat gelukkig maakt, maar dit alles leverde hem wel inzichten op. „Waar we ons allemaal drúk om maken! We leven in een prestatiemaatschappij, dat weet je, je bent er zelf bij, en toch… ik wilde mijn werk goed doen. Als ik zei ‘ik regel het’, dan regelde ik het, linksom of rechtsom. De hele maatschappij is moeten, moeten, moeten. Maar nu moet ik niks meer.”

Leren waarnemen, dat moet hij, van de psycholoog. Hij steekt zijn vinger op. „Hoorde je die vogel net twieten? En als je stil bent, hoor je de wind door de bladeren ritselen.”

En nu moet hij gauw terug, anders worden zijn collega’s ongerust.

De vaste columnisten op pagina 2 zijn met vakantie