Foto Frank Ruiter

Als fotograaf blind worden: ‘Ik druk op een knopje en dan? Ik kan het resultaat niet zien’

Hannes Wallrafen (67) is fotograaf en is sinds 2004 blind. Twee jaar later sloeg de paniek toe. „Van het ene op het andere moment realiseerde ik me dat er een deel van me was geamputeerd.” Hij fotografeert niet meer, tegenwoordig maakt hij maquettes.

Hoeveel ongeluk kan iemand hebben? Bijna vijftien jaar geleden, hij was 52, werd Hannes Wallrafen blind. Binnen vier maanden verloor hij het zicht in beide ogen. Dat is voor ieder mens verschrikkelijk, maar voor Wallrafen leek het onoverkomelijk. Hannes is fotograaf.

Het begon op een vrijdagochtend in januari 2004. Plotseling zag hij wazig. Wallrafen belde zijn huisarts, die had niet eerder dan woensdag tijd. „Ik heb gewoon een sterkere bril nodig”, zei hij in het weekend tegen zijn vrouw Rijtje. Maar toen hij die woensdag bij de huisarts kwam, stuurde deze hem direct door naar het ziekenhuis. Twee uur later zat hij bij een neuroloog. Het was mis, goed mis. Wallrafen leed aan de oogziekte LOA. In Nederland hebben vierhonderd mensen deze ziekte.

Wallrafen leek goed met het slechte nieuws om te gaan. Hij stuurde zijn vrienden een mail waarin hij vertelde dat-ie blind werd, en waarin hij hen uitnodigde om toch vooral een cappuccino met hem te drinken in zijn favoriete café. Maar in plaats van dat zij hém troostten, bleek hij vooral zijn collega-fotografen te moeten geruststellen. „Ik weerspiegelde hun grootste angst”, zegt hij aan zijn werktafel in Amsterdam.

Met een bijna verbeten optimisme begon Wallrafen aan een nieuw leven. Vóór zijn blindheid was hij een gerenommeerd fotograaf. Hij maakte naam met geëngageerde reportages in Iran, India en Noord-Ierland voor onder meer Nieuwe Revu, maar stapte gaandeweg over op geënsceneerde (kunst)fotografie. Voor wat misschien wel zijn bekendste foto is, bouwde hij in de manege van zijn zus een halve eetkamer na, waarna hij een wit paard over de tafel liet springen. Het resultaat is een hallucinerend beeld, waarvan iedereen zich afvraagt of het met de computer over elkaar is geplakt.

De schimmel (1992) door Hannes Wallrafen.

Foto Courtesy Galerie Fontana

Ná zijn blindheid

Nadat hij blind was geworden legde hij zich toe op tactiel en auditief, op voelen en horen. Hij richtte de stichting Geluid in Zicht op en maakte een audiomaquette van de Tweede Kamer. Het parlement-op-schaal is opgesteld in het Kamergebouw.

Wallrafen ging zelfs zo in zijn nieuwe leven op dat zijn vrienden zich afvroegen of hij niet te snel ging. Of hij wel genoeg tijd nam om te rouwen over het verlies van zijn zicht. „Ik werd daar heel kriegelig van”, zegt hij. „Ik bepaal zelf wel wanneer ik rouw.” Want in zijn ogen ging het leven niet alleen door, maar bood dat leven vooral ook andere kansen.

Veel drinken is natuurlijk geen aanbeveling voor het oplossen van psychische problemen, maar bij mij werkte het gelukkig uitstekend

Hannes Wallrafen

Twee jaar na die onheilspellende dag in januari ging het toch mis. Het was vlak na het vertrek uit zijn oude woning, een verhuizing die hem hard met zijn blindheid had geconfronteerd. „Ik vulde de dozen bijvoorbeeld met boeken, maar had tegelijk geen idee om welke boeken het ging.” In het nieuwe, kale huis zat hij, volkomen natgeregend, op iemand te wachten, toen de paniek hem voor het eerst trof. „Van het ene op het andere moment realiseerde ik me dat er een deel van me was geamputeerd.” Sinds die tijd overvalt de paniek hem vaker; alleen door zich goed te concentreren en rustig adem te halen kan hij haar bedwingen. En bezig blijven, vooral bezig blijven.

Zich klem zuipen

Hij praat liever niet over zijn sombere momenten, ach, wat zouden we, maar in zijn memoires schrijft hij er wel over, kort. Hoe hij zich klem zoop, hoe Rijtje het niet langer aankon en tijdelijk elders ging wonen. „Veel drinken is natuurlijk geen aanbeveling voor het oplossen van psychische problemen, maar bij mij werkte het gelukkig uitstekend.” Ook schrijft hij over zijn dromen, waarin hij alles en iedereen ziet, en over het ontwaken, waarna hij niets meer ziet. Hoe hij daarom vocht tegen het wakker worden.

Met hulp van familie, vrienden en een psycholoog kwam hij erbovenop. „Ik heb een sterke geest.” Tot hij weer ziek werd. Longkanker, stadium vier, vijf tumoren. In het ziekenhuis stond de zaalarts aan zijn bed: „Meneer Wallrafen, u beseft toch wel dat u doodgaat?” Niet veel later verscheen de begrafenisondernemer, om de praktische afhandeling van deze aangekondigde dood met hem door te nemen.

Er kwam een nieuwe immuuntherapie die naar verluidt bij 20 procent van de behandelden aansloeg. Doe maar, zei Wallrafen. Hij had toch niets te verliezen. Tegen de verwachting in knapte hij op, de tumoren verdwenen. Hij buigt zich voorover en achter de gekleurde brillenglazen lijken zijn donkere ogen even te twinkelen als hij zegt: „Vandaag de dag ziet de dokter alleen nog littekenweefsel op mijn longen.”

Somberheid verwoorden

Om hem heen sloegen de mensen hem op de schouder: „Hannes, je gaat niet dood, je blijft leven!” Maar Wallrafen viel in een peilloos donker gat. Nu zegt hij: „Als je doodgaat, beland je in een warm bad. De duur is beperkt, iedereen weet dat, jij ook. Maar binnen die beperkte duur is iedereen zo aardig, zo lief. En toen ging ik niet dood. Moest ik terugkeren naar de banaliteit van het leven. Hoe moest ik mijn leven nu vormgeven? Misschien had ik morgen wel weer een tumor.”

Opnieuw bood een psycholoog hulp. „Hij leerde me mijn somberheid te verwoorden. Langzaam kreeg ik weer vat op mezelf.” Wat ook hielp: in de tijd rond de kanker werkte hij aan zijn memoires. Die kwamen vorig jaar uit, onder de titel De Blinde Fotograaf. Vond de uitgever een prachtige titel. Híj had liever een andere titel gezien, want er zijn daadwerkelijk blinde fotografen.

Eergisteren zag hij Carolien in zijn droom en dat is gek, want hij kent Carolien alleen als blinde

Wallrafen niet, hij heeft sinds hij blind werd geen foto meer gemaakt. Hij herinnert zich zijn laatste foto, een groep mensen op een balkon, voor de serie De blik, die hij maakte met hulp van goede vriend en fotograaf Taco Anema. Bijna alle kleur was toen al uit zijn ogen verdwenen, op één kleur na: blauw. Een helder, bijna lichtgevend Postbank-blauw. Vlak daarna verdween ook het blauw.

Sindsdien maakt hij geen foto’s meer. Waarom zou hij? Blinde fotografen hebben een beeld in hun hoofd, laten iemand dat beeld neerzetten en drukken dan op de knop. Wallrafen niet. En niet omdat hij geen beelden in zijn hoofd ziet. Sterker, hij ziet iedere nacht – in zijn dromen is hij steevast Hannes de ziener. Tot voor kort was hij in die dromen ook met fotografie bezig, met de apparatuur, de setting, de modellen. Maar om na het ontwaken die beelden door iemand anders te laten neerzetten? „Dan druk ik op een knopje en dan? Ik kan het resultaat niet zien. Het zou alleen maar zout in de wond wrijven.”

Hij mist fotografie niet

Nee, vraag je wat Hannes het meest mist sinds hij het zicht verloor, dan antwoordt hij: „Het alledaagse. Het is herfst, ik weet dat de stoep vol kleurige blaadjes ligt en ik kan ze niet zien.” Maar zijn fotografie mist hij niet. Niet meer. Hij merkt het ook in zijn dromen, die gaan niet langer over fotografie. Eergisteren bijvoorbeeld zag hij Carolien in zijn droom en dat is gek, want hij kent Carolien alleen als blinde. Tot nu toe droomde hij alleen van mensen die hij uit zijn ziende tijd kent. Maar laten we daar niet te veel over nadenken, want had hij net niet gezegd dat al die rust, al dat nadenken, hem somber maakt?

Lees ook: Bij dit theatergezelschap zitten er altijd tolken bij

Liever heeft hij het over zijn volgende project: een maquette van het Rijksmuseum voor blinden en slechtzienden. Een klein proefmodel ligt voor hem. „Kijk”, zegt hij, en zijn vingers betasten het hout, „hier voel je de fietstunnel, hier de deuren, hier kom je de grote ontvangsthal binnen.” Klap het bovenste deel van de maquette naar voren en daaronder verschijnt nog een laag, die de eerste verdieping weergeeft.

Tussen de middag loopt hij vaak naar buiten, om naar de kraaien te luisteren, of naar de voorbijratelende tram 4. Al hoort hij steeds minder, vooral de hoge frequenties verdwijnen. „Zal wel met de leeftijd te maken hebben, ik ben 67.”

Blind, kanker en nu verdwijnen de hoge tonen ook nog. Zoveel ongeluk kun je dus hebben.

Hannes Wallrafen: De Blinde Fotograaf. Uitgeverij Atlas Contact, 224 pagina’s.