Voorbereiden op de marathon: goed eten

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

Voor hardlopers waren de afgelopen feestdagen een mijnenveld. Bij elkaar komen betekent ook lekker eten en drinken – en dat gaat ten koste van het sportdieet. Eten is een sociaal fenomeen, hardlopen een individuele bezigheid. Maar op topfit gewicht komen, is voor hardlopers een sociale activiteit waar ze niet over uitgepraat raken. Als verwende fotomodellen houden ze elkaars gewicht in de gaten. Als er bij iemand vet op de botten wordt gesignaleerd, krijgt hij dat meteen te horen.

In mijn tijd bij Atletiekvereniging PAC in Rotterdam, haalde de trainer op een dag een stalen tang uit zijn tas. Het was een huidplooimeter. Een sinister apparaat, dat regelrecht uit een Oost-Duits trainingskamp leek te komen.

Mijn mede-hardlopers trokken gretig hun shirt op: iedereen wilde zijn vetpercentage opgemeten hebben. Waarna de trainer met de meter de huidplooi bij de buik omvatte en er lichte druk werd gezet. Op de huidplooimeter zat een schaalverdeling, die hij vervolgens aflas. Hij noemde het vetpercentage en gaf er zijn oordeel over. Daarna volgden er goedkeurende of afkeurende opmerkingen, alsof het rund werd gekeurd op zijn spiermassa.

Ik moest er natuurlijk ook aan geloven. Met mijn meting ging ik met de hakken over de sloot, ik moest echt minder gaan eten.

Die meting achtervolgde me nog weken, bij elke training ging het over mijn vetpercentage. Hardlopers rekenen kilo’s om naar tijden. De regel is: hoe lichter je bent, hoe sneller je gaat.

Verbrandingsmachine

Ik ben het er niet mee eens. In mijn lichtste periode was ik topfit, maar liep nauwelijks harder. Ik had vooral veel blessures. Later ontdekte ik dat wanneer je veel en hard traint voor een marathon, je juist goed moet eten: het lichaam wordt een verbrandingsmachine.

Toen ik begon met hardlopen, lette ik niet op mijn eten, ik at wat de pot schafte. Ik at dus ook veel. Maar hoe meer kilometers ik ging maken, hoe bewuster ik ging nadenken over wat ik at.

In training voor de marathon raakte ik toch benieuwd: wat moet een hardloper eten om op gewicht te blijven. Van wat ik las aan hardloopdiëten, schrok ik me kapot. Het was karig, het had geen smaak en het was monotoon. Vind je het gek dat hardlopers graatmager zijn! Zo’n dieet ging ik niet volhouden.

Wat je eet na je training is een ontdekkingstocht, er is geen vast menu voor. Ik ontdekte bijvoorbeeld dat ik na een lange duurloop of wedstrijd, de eerste tijd na de inspanning helemaal geen zin had in eten. Het lichaam leek op slot te zijn gegaan.

Zolang ik wegblijf van zoete tussendoortjes, veel fruit en groenten blijf eten en mezelf niet laat verleiden tot fastfood, is er weinig aan de hand.

Ik herinner me een citaat uit het prachtige hardloopboek Eens een hardloper van John L. Parker Jr. die over hardlopen en eten schreef: „Als de oven heet is, dan verbrandt-ie alles. Ook Whopper-hamburgers van de Burger King.”

Afvallen wordt deel van het hardlopen, geen doel op zich.

    • Abdelkader Benali