Recensie

Recensie Beeldende kunst

Stephan Vanfleteren fotografeert surfers als helden die zeeën bedwingen

Fotografie Met blikken in de verte kijken de surfers van Stephan Vanfleteren de verte in. Hij noemt ze een tribe, maar op deze enorme portretten in de Kunsthal isoleert hij ze als individu.

Gilmar Corriera, een jonge surfer/student in Porto Alegre op het eiland São Tomé en Príncipe.
Gilmar Corriera, een jonge surfer/student in Porto Alegre op het eiland São Tomé en Príncipe. Foto Stephan Vanfleteren

Een gemechaniseerde ken-u-zelf! Opgetogen kwam de schrijver Gustav Janouch naar eigen zeggen in Praag in 1921 bij zijn collega Kafka: hij had een noviteit ontdekt, een foto-automaat. „Je bedoelt een misken-uzelf”, reageerde Kafka, want fotografie kijkt enkel naar de buitenkant. Want in hoeverre zouden bijvoorbeeld de geportretteerden in de expositie Surf Tribe zichzelf herkennen? Tientallen zeer grote zwart-witte fotoportretten tonen surfers, jong en oud, van allerlei komaf, van over de hele wereld. Ze zijn gemaakt door Stephan Vanfleteren, de Belgische fotograaf die met zijn camera dicht op de huid van mensen kruipt. In de Kunsthal kijk je diep in de poriën en rimpels van de soms door zon en zee verweerde koppen. Letterlijk en figuurlijk toont Vanfleteren zo een naakte waarheid, wat zijn fotografie een groot gevoel van waarachtigheid lijkt te geven – met de nadruk op ‘lijkt’.

Bethany Hamilton, professioneel surfer, surficoon en surfambassadeur in Kauai op Hawaii. Foto Stephan Vanfleteren

Die schijn van waarheidsgetrouwheid hangt samen met zijn keuze voor zwart-wit. Dat geeft het een documentair gevoel, omdat kleurloosheid een afwezigheid van poespas impliceert. Net zo sober is de vorm: koppen en torso’s, met of zonder surfplank. Die gelijkvormigheid past bij de sociologische ondertoon van de titel: tribe, stam, alsof deze foto’s een onderzoek illustreren. Maar tegelijk zijn de foto’s zo majesteitelijk groot, en zo stemmig met spotlights belicht, dat ditzelfde zwart-wit ook een ander, glamoureus effect heeft. De surfers worden filmhelden die zeeën bedwingen. Dat gevoel begint al bij de ingang, waar tegen een van de zwarte muren een surfboard hangt dat door de dramatische belichting religieuze proporties aanneemt.

Kehu Kehu Butler, een vrije surfer in Mount Maunganui, Nieuw Zeeland. Foto Stephan Vanfleteren

Dat klinkt goed allemaal denkt u, en dat is het ook, tenminste, het is mooi, maar, er wordt ook een inhoudelijke verwachting gewekt. Zelfs al is de stam uit de titel een metafoor, ook dan schept deze verwachtingen van een visie op de mens. Die worden niet ingelost.

Dat komt om te beginnen door hoe Vanfleteren zijn modellen inkadert en hun omgeving weglaat. Rond de hoofden zie je leegte, sommige zijn iets van onderaf genomen, blikkend in de verte, druppels op het gelaat. Ze stijgen heroïsch boven het aardse uit. Maar door ze zo fotogeniek te isoleren, is dit eerder een anti-antropologische blik. Sterker nog, door die eenvormigheid en esthetische aanpak krijgt die zo precieze lens zelfs iets van desinteresse.

Tamaroaarii Kalama, een surftalent in Oahu op Hawaii. Foto Stephan Vanfleteren

Sociologie hoeft uiteraard niet en bovendien, het zijn sprekende koppen, misschien heeft deze fotografie een psychologische betekenis? Dan is het de vraag hoe ze ‘spreken’. Een knappe fotograaf, zoals Vanfleteren, weet zijn onderwerpen te bezielen. Die kan zelfs stoelen, stenen, dingen een gevoel laten uitstralen. Doe je dat met mensen, dan leg je ze een ziel op die niet die van de geportretteerde is maar van de persoon achter de camera.

Lees ook een interview met Stephan Vanfleteren: ‘Ik ben gewend te zwoegen’

Het is hoe Kafka het volgens Janouch uitlegde: een fototoestel tast de huid af en hoe meer je je richt op die buitenkant, hoe meer de binnenkant verscholen blijft. Dat gebeurt in deze tentoonstelling. De dramatische belichting en gelijkvormigheid duwt de modellen in een mal. Dat is niet heel erg. Het is kunst, geen wetenschap. Maar als de verwachting van identiteit, ziel, waarachtigheid, interesse niet wordt waargemaakt, maar wel een zweem van poeha geeft, dan resteren enkel plaatjes van het soort schoonheid dat we al veel vaker gezien hebben.