Opinie

    • Auke Kok

Speciale vuurwerkzones? Mij niet gezien

Met je pijltjes onder je arm naar een plein lopen om ze daar onder toezicht van oom agent de lucht in te jagen: als het het daar op aankomt, houdt vuurwerkliefhebber Auke Kok het voor gezien.

None

Oké jongens, nu kan het nog: het leek wel of we het allen tegelijk dachten. Wij in de feestwinkel op oudejaarsdag. Het was er drukker dan ooit, een verkoopster liet het woord ‘gekkenhuis’ vallen. Dat was het precies, een huis voor gekken zoals ik, die vuurwerk afsteken. Niemand in mijn vriendenkring doet dat nog, maar ik wel. Sommige schappen waren al leeg en ik was nog lang niet aan de beurt… Smachtend bekeek ik de dozen met spannende kreten en glinsterende stralen, de pijlen vol beloften van eeuwige verlossing. De anderen in de overvolle winkel deden dat ook, ik zag hun blikken, hun verlangen naar Het Moment van straks.

Dit alles in een positieve sfeer. Ik zeg het er maar even bij: de feestwinkel was stampvol beleefde, gewone mensen. Misschien wel voor het laatst. Volgens enquêtes zijn steeds meer Amsterdammers klaar met individueel vuurwerk. De burgemeester heeft voor komende jaarwisseling speciale vuurwerkzones in het vooruitzicht gesteld. Dan houd ik het voor gezien.

Met mijn pijltjes onder de arm naar een plein lopen om ze daar onder toezicht van oom agent de lucht in te jagen: hoe saai is dat?

Met mijn pijltjes onder de arm naar een plein lopen om ze daar onder toezicht van oom agent de lucht in te jagen: hoe saai is dat? De essentie van vuurwerk is voor mij het individuele: deur uitlopen, met zelf ingeschatte risico’s je ding doen. Net als de anderen in de straat, met wie je dan gek genoeg juist verbinding voelt. Ieder voor zich en samen één, zoiets. Zo leerde mijn vader het mij vroeger en zo doe ik het nog steeds. Pardon: deed. Want de trend is natuurlijk de andere kant op. Over een tijdje staat de bevolking zich braafjes achter hekken aan professioneel vuurwerk te vergapen, let maar op. Veilig en verantwoord.

De toekomst is aan crypto-communistische genoegens. Alles centraal geregeld. Je houdt het niet tegen – de overheid dringt zich nu de feestwinkel al binnen. ‘Door wetgeving omtrent vuurwerk zijn wij verplicht u een pijlenstandaard te verkopen van € 3,00 bij aanschaf van vuurpijlen.’ Ik las het na binnenkomst en dacht: nou ja! Mag ik niet eens meer zelf beslissen of ik de pijl in een lege champagnefles zet? Mag ik überhaupt nog iets zelf beslissen? Maar goed: blijmoedig schoven we langzaam op, jong en oud, Turks, Marokkaans, Hollands, Surinaams, alles door elkaar en iedereen netjes in de rij; zozeer in de rij dat de verkopers ons luidkeels vermaanden daarmee op te houden. We moesten ons verspreiden over de balie, dat was sneller.

Onbekenden maakten grappen, anderen gingen er overheen en dan gaven ze elkaar een hand. Serieus waar. In de koorts van het Laatste Uur was de eensgezindheid haast ontroerend. Een man met een orthodoxe baard keek verlekkerd naar een Branie Schopper, een wit jongetje aan zijn vaders hand bewonderde een Crying Crane. Een lange kerel met dreadlocks kocht een Hidden Treasure. Iedereen anders, iedereen hetzelfde.

Komende jaarwisseling, als ik thuis voor de buis naar vuurwerk zit te kijken, zal ik er weemoedig aan terugdenken.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok