‘Nu is de auto nog te veel koning en de fiets te gast’

Fietsverkeer Op te veel plaatsen in Amsterdam voelen fietsers zich onveilig. Auto’s, scooters, druk: het aantal fietsslachtoffers in de stad laat nog altijd geen daling zien. Meer slimme oplossingen zijn nodig, zeggen de fietsburgemeesters.

Fietsburgemeester Katelijne Boerma (44): „Als je ontwerpt voor achtjarigen, doe je dat ook meteen voor achtentachtigjarigen.”
Fietsburgemeester Katelijne Boerma (44): „Als je ontwerpt voor achtjarigen, doe je dat ook meteen voor achtentachtigjarigen.” Foto Olivier Middendorp

Wie alle zintuigen op de proef wil stellen, komt fietsend op de Haarlemmerdijk goed aan zijn trekken. Klinkt dat als een scooter? Welke kant wil die vrachtwagen op? En die voetganger aan de stoeprand, steekt die over of blijft-ie staan?

„Dit is echt een racebaan”, roept Katelijne, een korte blik over de schouder terwijl de witte strepen van een zebrapad opdoemen. „Als je híer stopt, heb je zo een andere fietser in je nek.”

Amsterdam groeit, en Katelijne Boerma (44) kan het weten. De Haarlemmerdijk zit in haar hoofd geprent, als forens en als fietsburgemeester van de stad. Auto’s en taxi’s op weg naar het centrum persen zich langs ladende vrachtauto’s. De stoep loopt vol met het winkelpubliek en de toeristenstroom van de dag. En daartussen zoeven ze, in alle vormen, als een weerspiegeling van de verscheidenheid van de stad en haar bewoners: e-bikes, rammelende opoefietsen, fixies, maaltijdbezorgers, bakfietsen vol kinderen.

Zoals de Haarlemmerdijk, zo zijn er tal van plekken waar fietsend Amsterdam uit zijn voegen barst. Werk aan de winkel dus, voor Katelijne. En voor haar nieuwe collega, Lotta Crok (9), sinds juni vorig jaar de eerste ‘junior fietsburgemeester’ ter wereld. Katelijne: „Ik krijg een kind niet op de fiets of een jongere van de scooter. Daar heb je een rolmodel voor nodig, een influencer.”

Twee ambtsdragers met fietskettingen als ambtsketen om de hals: geen overbodige luxe in een stad waar de fiets het meest gebruikte vervoermiddel is en iedere dag meer dan twee miljoen kilometer per tweewieler wordt afgelegd.

Maar die ritjes zijn lang niet altijd veilig en prettig, zegt Lotta, zeker voor kinderen. Bij het stoplicht bijvoorbeeld, waar fietsers, groot en klein, samendringen rond haar fiets. „Dan wordt het groen, maar dan zitten ze op hun telefoons te kijken en dan moet ik wachten, want ik kan er niet langs.”

Junior fietsburgemeester Lotta Crok (9) over de fietsers, groot en klein, die bij het stoplicht samendringen rond haar fiets: „Dan wordt het groen, maar dan zitten ze op hun telefoons te kijken en dan moet ik wachten, want ik kan er niet langs.”

Foto Olivier Middendorp

Vanuit de blik van een kind

Niet alleen kinderen moeten gaan profiteren van hun vers aangetreden fietsambassadeur. „Bekijk je de stad vanuit de blik van een kind, dan maak je ’m ook goed toegankelijk voor anderen”, zegt Katelijne. „Als je ontwerpt voor achtjarigen, doe je dat ook meteen voor achtentachtigjarigen.”

Want verbeterpunten, die zijn er genoeg. Op expeditie door de stad zien de twee burgemeesters voortdurend knelpunten en risicoplekken. Daar, zegt Lotta, haar fleecejas wapperend in de aanwakkerende regen en wind, wijzend vanaf haar fiets naar de kruising van de Nassaukade en het Frederik Hendrikplantsoen. Trams, fietsers, auto’s: alles kruist elkaar.

En daar heb je de drukte van de Korte Prinsengracht, ziet Katelijne: waar forenzen op de fiets elkaars wegen kruisen en eenmaal overgestoken ineens tegen het autoverkeer in worden gestuurd. Of neem de Oranjebrug, een steenworp verder. „Daar zijn het net de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf.”

„En bij de Rozengracht”, zegt Lotta. „Dat is vanaf de Marnixstraat ook heel druk. Je weet nooit welke kant je op kan, of je al mag afslaan.” De lijst van verbeterpunten, kortom, is lang.

Plekken met verbeterpunten voor fietsers in Amsterdam

In 2017 vielen in Nederland voor het eerst meer verkeersdoden op de fiets dan in de auto. Ook in Amsterdam laat het aantal fietsslachtoffers geen daling zien. Terwijl de stad de afgelopen jaren veiliger werd voor voetgangers en automobilisten, bleef verbetering voor fietsers uit.

Onderzoek van de gemeente liet eerder al zien dat fietsers onder de 15 jaar zich het meest onveilig voelen. Juist die groep wil Lotta weer enthousiast en veilig maken. Want wie jong afhaakt, win je niet gemakkelijk terug. Katelijne: „De enige manier waarop je een competente fietser wordt, is van jongs af aan fietsen. Dat vraagt een investering van ouders. Het is niet een kwestie van: zijwieltjes weg, ga maar.”

Fietsambassadeurs in andere steden kijken nog steeds met jaloezie naar Amsterdam. „De rest van de wereld vindt wat wij doen fantastisch”, zegt Katelijne voor we ons op het fietspad hebben begeven. „Ik heb als fietsburgemeester vijftig collega’s. Die zien Amsterdam als een prachtige fietshemel, terwijl wij echt vinden dat er nog genoeg te verbeteren valt.”

Foto Olivier Middendorp

Fietsbeleid kun je niet zo maar door de kopieermachine halen: elke stad vraagt om eigen keuzes. Katelijne zag op werkbezoeken hoe Kopenhagen en New York City vol inzetten op veilige fietspaden en kruisingen. Het stadsbestuur van Oslo maakte het hele centrum autovrij. Verschillende strategieën, zegt ze, maar die steden hebben wel iets gemeen: allemaal durven ze gróót te denken. „Misschien is het wel de wet van de remmende voorsprong, dat wij dat nu niet doen.”

Stil zit de gemeente niet. Meer dan 50 miljoen euro steekt het bestuur de komende jaren in het verbeteren van de fietsinfrastructuur. Sinds 2011 kwamen er meer dan 16.000 fietsparkeerplekken bij, net als enkele brede nieuwe fietsroutes. De hele stad ligt er overzichtelijker bij nu de bouwkraters van de Noord/Zuidlijn gedicht zijn, met ruimte voor de fiets bij elke halte. En vanaf 8 april worden scooters naar de rijbaan gedirigeerd.

Maar van de fietsburgemeesters mag het ambitieuzer. „Nu is de auto nog te veel koning en de fiets te gast”, zegt Katelijne. „Ik zou dat omgedraaid willen zien.” Neem de scooters. Ook na 8 april mogen scooterrijders door uitzonderingen op een aantal drukke autowegen op het fietspad blijven rijden. Lotta zou het liefst helemaal verlost zijn van de scooters, zegt ze. Katelijne knikt. „Op élke school hoor je dit. Als de stad luistert naar de kinderen… scooteraars, hou je vast.”

De gigadrukte op de fietspaden was er nooit geweest als de fiets niet zo’n succes was geweest: haast heel Amsterdam fietst. „Weinig dingen op deze wereld horen zo bij elkaar als Amsterdam en de fiets”, zo schrijft de gemeente zelf trots in een publicatie. Je zou haast denken dat het nooit anders is geweest.

Maar zo vanzelfsprekend is de fiets niet in het straatbeeld. Begin vorige eeuw was het vervoermiddel nog een zeldzaamheid en vijftig jaar geleden was de verdwijning nabij. De auto kreeg destijds ruim baan, de trage tweewieler moest aan de kant, het aantal verkeersdoden in de stad steeg tot boven de honderd. Fietsen werd een hachelijke zaak.

Pas na protest, met bezorgde ouders voorop, werd de fietser in bescherming genomen. Er kwamen gescheiden fietspaden, de auto moest inleveren – en het aantal doden zakte terug, tot tien à twintig per jaar nu. Hadden de fietsers hun stem toen niet verheven, dan was Amsterdam nu een autostad.

De enige manier is van jongs af aan fietsen. Dat vraagt een investering van ouders

Katelijne Boerma Fietsburgemeester

Die luide stem blijft nodig, zegt Katelijne, ook al lijkt de fiets inmiddels zo vanzelfsprekend. „De scooters ontmoedigen is een mooie stap, maar drukken op een paar knoppen is niet genoeg.” Stap één: verder denken. „Stel je bijvoorbeeld voor dat de timmerman en de loodgieter niet meer in busjes de stad doorrijden maar op elektrische bakfietsen. Of dat werknemers van hun baas een e-bike krijgen in plaats van een benzinevergoeding. Dan wordt fietsen naar werk voor een grote groep uit de hele regio aantrekkelijk.”

En om ook kinderen op vroege leeftijd aan het fietsen te krijgen, stelt Lotta voor een aparte ov-fiets in te voeren. Vooral op pad buiten Amsterdam komt dat van pas. „Anders moet ik steeds bij mijn vader achterop en dat vind ik irritant en gevaarlijk, want kinderen moeten juist veel zélf fietsen”, legt ze uit. „En het doet ook nog pijn.”

Meer slimme oplossingen

Stap twee: creatief omgaan met ruimte. Een bestaand fietspad verdubbel je niet zo eenvoudig, zegt Katelijne, zeker binnen de ring. „Rotterdam heeft brede avenues, maar hier is het moeilijk inpassen. Groter kun je de stad niet maken, maar je kan de ruimte wel anders indelen.”

Neem het gedeelde verkeersplein achter het Centraal Station, waar de bordenbrij aan verkeersregels is weggehaald. Of de fietsstraat, waar de fietser op de rijbaan voorrang krijgt op al het andere verkeer. „Fantastisch”, aldus de senior fietsburgemeester, „omdat je in een historische stad niet altijd de mogelijkheid hebt om alle fietspaden te verbreden.”

Meer van dat soort slimme oplossingen zijn welkom, zegt ze. Bij de Pontsteiger bijvoorbeeld, deel van haar dagelijkse forenzentocht uit Noord. „Daar sta je nu met zijn allen voor een stoplicht dat binnen de kortste keren weer op rood springt, waardoor altijd weer mensen moeten wachten. Daar zou je willen zorgen voor een stoplicht dat minder vaak, maar wel lánger op groen gaat.”

Lees ook dit artikel over Europese fietssteden (januari 2017): Fietsstad Kopenhagen verslaat Amsterdam

Als de gemeente zich iets moet realiseren, zeggen de senior en junior burgemeester eensgezind, is het dat er nog veel meer gefietst kan worden. Zo bleek een klasgenote van Lotta laatst geen fiets te hebben op een schoolexcursie. En er zijn wijken waar de auto nog steeds domineert, zegt Katelijne. „In Geuzenveld of Zuidoost, of in Noord bijvoorbeeld. Daar zijn de afstanden naar voorzieningen vaak lang. Dan stappen mensen veel sneller in de auto.”

Aan de veiligheid wordt gewerkt, zien de burgemeesters, maar om ook zulke nieuwe groepen aan het fietsen te krijgen, is alleen dát niet genoeg. Dan komt het aan op ambitie en creativiteit. Zijn de afstanden te ver? Daar kan zelfs het breedste en modernste fietspad niets aan veranderen. Katelijne: „Dan is de oplossing misschien wel: meer Albert Heijns, dicht in de buurt.”

Correctie (17 januari 2018): Katelijne Boerma zei niet dat ze een kind niet van de fiets krijgt, maar juist dat ze een kind niet op de fiets krijgt. Het betreffende citaat is hierboven gecorrigeerd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.