Je bent niet wat je presteert

Eigenwaarde Met tegenzin begint Koos Dijksterhuis aan een training persoonlijk leiderschap. Hij leert er dat hij zelf muren bouwt. Nu er nog overheen.

Foto Mina De La O / Getty

Mijn vriendin deed de training. „Het beste wat ik ooit heb gedaan”, vindt ze. „Het kost veel geld en tijd”, zeg ik. „Ja, maar het is een waardevolle investering”, aldus vriendin.

„Wat staat me dan te wachten?” vraag ik.

„Allerlei oefeningen. In de groep, in kleine groepjes, één op één met de trainer. Het is gericht op je dagelijkse leven, op de omgang met jezelf, je geliefden en je vrienden. Je belandt in een carrousel waarin iedereen zijn eigen ontwikkeling doormaakt.”

Sinds mijn puberteit komt soms neerslachtigheid blacking in my mind, zoals Johnny Cash het zong. Het is me na jaren meditatie, yoga en psychotherapie niet gelukt van die sombere buien af te komen. Als dat in twee weekenden en drie zaterdagen wél lukt, valt die tijdsinvestering reuze mee.

Maar het kost 1600 piek, voor wijsheden op flip-overs die ik al zoveel heb gezien. En ach, de een is nou eenmaal vrolijker dan de ander.

Aan de andere kant: baat het niet dan schaadt het niet. Na een jaar wikken schrijf ik me in. Ik voel meteen een knoop in mijn maag. Waar begin ik aan?

Muren

„Je komt hier voor jezelf”, zegt Gineke Sietsma over haar training persoonlijk leiderschap. „Je voegen naar anderen doe je al genoeg. Meestal handelen mensen als reactie op anderen, uit een negatief zelfbeeld of uit angst. Mensen veranderen alleen als je ze frustreert. Daarom werpen we hier muren op, die jullie gaan overwinnen. Dan zul je merken dat je de meeste muren zelf bouwt.”

Sietsma’s bedrijf, Amethist Developing People in Amersfoort, adverteert met zelfvertrouwen, vrijheid, geluk. Gezien de één miljoen Nederlanders die volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen jaarlijks antidepressiva krijgen, is de mogelijke doelgroep enorm. Het aantal mensen dat dit soort trainingen volgt neemt waarschijnlijk toe, maar hoeveel het er zijn, wordt nergens bijgehouden. Sietsma heeft genoeg klandizie, ze geeft deze training aan tweehonderd mensen per jaar – en er is een wachtlijst.

Een zaal vol veertigers, met uitschieters naar twintigers en zestigers. Driekwart vrouw en op twee na allemaal witte mensen. Achter me zit een gebogen man, met hangende mondhoeken en een dikke frons.

Wij denken dat gevoelens vaststaan, maar de meeste gevoelens maken we aan met een gedachte

Gineke Sietsma

„Ik wil in balans zijn”, zegt iemand die daar vast spijt van krijgt, want dat vindt Sietsma „nietszeggende prietpraat”. Ook rekent ze af met ‘proberen’. „Bullshit! Probeer je armen maar eens op te tillen. Nee, niet zo, nu til je ze op. Je moest het alleen pro-be-ren. Zie je dat het niks wordt? Niet proberen dus, maar doen!”

Daar verschijnt de eerste flip-over. Sietsma tekent een rondje waarin ze ‘ik’ schrijft. „Als ik begrijp wat ik denk en voel, heb ik controle over mijn gevoelsleven”, zegt ze. „Wij denken dat gevoelens vaststaan, maar de meeste gevoelens maken we aan met een gedachte. Je voelt je onzeker, maar dat voel je omdat je denkt dat je iets toch niet kunt, of dat anderen je stom vinden.”

Onder de deelnemers zijn verloskundigen en ambtenaren, een Urker visser, een bibliothecaresse, een glazenwasser, een loodgieter, een staalarbeider en, dat ben ikzelf, een verslaggever. Hun problemen blijken herleidbaar tot gebrek aan eigenliefde, de vastgeroeste overtuiging dat ze niet deugen. De één is verwaarloosd als kind, de tweede gepest op school, de derde weet niet waar hij zijn negatieve zelfbeeld vandaan heeft, maar allen herkennen elkaars verhalen over hoe ze zichzelf ondermijnen.

Zelfbeeld

Ook Gineke Sietsma (57) kende dat gevoel. Als beginnend therapeut, vertelt ze, ontdekte ze dat ze net als haar cliënten last had van een negatief zelfbeeld. Ze deed allerlei therapieën en trainingen. Uit wat het beste werkte stelde ze haar eigen programma samen. Zo voegde ze bijvoorbeeld het onderscheid toe tussen doen en zijn, tussen je resultaten en wie je bent, wat volgens haar essentieel is.

Tijdens de training legt ze dat zo uit: „Als we een glas laten vallen en mopperen: ‘wat ben ik toch een kluns’, dan slaat ons onderbewuste dat op en gaan we geloven dat we inderdaad een kluns zijn. Terwijl het alleen iets zegt over je resultaten, en misschien iets over wat je kunt of niet kunt, maar niets over wie of wat je bent. We zijn geneigd ieder foutje op onszelf te betrekken. Maar als je wat je doet en presteert loskoppelt van wie je bent, zowel in je hoofd als in je gevoel, dan verdwijnt je angst voor fouten, waardoor je leerprocessen toelaat. Je leert met vallen en opstaan, zoals een baby leert lopen. Die wil overeind. Denkt-ie: ‘zie je wel, ik kan het niet!’ en geeft-ie het op? Nee, dat doet hij niet.”

Je eigenwaarde loskoppelen van je resultaten blijkt een terugkerend thema. De één heeft meer talent voor voetbal dan de ander, maar als hij eens geen doelpunt scoort, maakt hem dat geen slechter mens. Sietsma, in de woorden die ze gebruikt bij de training: „Je bent geboren met eigenschappen en talenten, het was helemaal goed, maar je hebt een negatieve zelfovertuiging aangeleerd. Tijdens deze training herstel je je positieve zelfovertuiging.”

Misère

Ik lig wakker die nacht. Vrolijke en duistere gedachten spoken door mijn hoofd. De volgende morgen vertelt iemand over haar misère. Daarbij vergeleken zijn mijn sombere buien pure luxury, zoals John Cleese andermans ellende noemde. Ik steek mijn hand op. Ik vertel dat ik me vaak rot voel.

„Hoe zou je dat rotte gevoel noemen?”, vraagt ze.

„Somber, depressief.”

Ze knikt. „We zetten somberheid in om iets niet te hoeven voelen. Helaas zijn we er niet goed in een deel van onze gevoelens uit te zetten. Dan zetten we alles uit, ook de fijne gevoelens. We worden vlak en vervolgens depressief. Wat zit er onder je somberheid wat je liever niet zou voelen?”

Ik denk, ik voel… „Verdriet?”

„Ik weet het niet, het is jouw gevoel.”

„Ja, verdriet.” Ik schiet vol.

„Je slikt een brok weg”, zegt ze, „huil gerust”.

„Ik heb in geen vijftien jaar gehuild”, zeg ik.

„Huilen is de manier om verdriet te verwerken. Het leven bestaat uit vervullingen en teleurstellingen – zo simpel is het. We maken het alleen zo moeilijk, we gunnen onszelf geen teleurstellingen meer. Als ons kind een geliefd speeltje kwijt is, zeggen we niet: ‘wat jammer voor je!’, maar: ‘ah joh, het is maar een speeltje’. Ons kind mag niet verdrietig zijn, hij moet gelukkig en succesvol zijn. Daar worden veel kinderen ongelukkig van.”

Het verdriet lucht me op. Ik voel me als het ware opengaan. Cursisten die ik gisteren onaantrekkelijk vond, zou ik nu wel willen omarmen.

Volgens Sietsma zijn verdriet over verliezen en vreugde over vervullingen de enige gevoelens waaraan je niets kunt doen behalve doorleven. „De andere, van onzekerheid tot trots, creëer je zelf met gedachten”, zegt ze. „En als we onze gevoelens zelf maken, kunnen we beter fijne gevoelens creëren.”

Dan geeft Sietsma ineens de opdracht: „Vertel nu wat jij je geliefde niet gaf – en wat je gaf wat hij of zij niet wilde.” Oeps.

Zij leert ons oefeningen om jarenlang ingesleten gedachten, gevoelens en gewoonten mee uit te vijlen. Dat kan door de ongewenste te herkennen en te vervangen door wenselijke, en door die te visualiseren. Ik hoor van oud-cursisten dat ze er na jaren onverminderd baat bij hebben.

En dat lijkt te kloppen. Hoogleraar Claudi Bockting, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht zulke gedachtenexperimenten en heeft in diverse studies goede langetermijneffecten gevonden bij depressies. „Het effect van zulke cognitieve interventies is lastig te onderzoeken”, zegt ze, „maar het bewijs wijst in de richting van duurzame verandering.” Ze publiceerde hierover afgelopen jaar in het wetenschappelijke tijdschrift Lancet Psychiatry.

Verlangens

Je moet er wel wat voor doen: in die paar dagen tijd lost de ene oefening de andere af. We zitten bijvoorbeeld twee aan twee tegenover elkaar en moeten elkaar vertellen welke verlangens we niet van een geliefde krijgen of kregen. Ik vertel over een vroegere, heftige relatie en voel de pijn weer. Mijn gesprekspartner knikt begripvol. Dan geeft Sietsma ineens de opdracht: „Vertel nu wat jij je geliefde niet gaf – en wat je gaf wat hij of zij niet wilde.” Oeps. Mijn gesprekspartner kijkt me vragend aan. „Ik verstikte haar en deed verongelijkt.”

Lees ook het interview met psychiater Damiaan Denys: ‘Het ís niet normaal om mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben’

In een groepje geven we elkaar kritiek. Volgens sommigen trek ik muren op. Ik wil geen muren, ik voel me rot. Anderen moeten huilen. Daarna benoemen we kwaliteiten van onszelf, om ons positieve zelfbeeld te herstellen. Ik monkel nog na over de muren en het duurt even, maar dan maakt een diepe rust zich van mij meester en borrelt het vanzelfsprekende besef op dat ik goed ben.

Na afloop ben ik moe, maar vol goede zin. Ik maak een praatje met de gebogen man met de frons. De frons is weg, hij is nu weer een kwieke jongeman. De meeste deelnemers uiten zich lyrisch, maar er haken er twee af. De één vindt de training te hard. De ander kan de eigen verantwoordelijkheid niet rijmen met zijn geloof in God. Nee, niet de visser.

De oefeningen doe ik nu regelmatig. Ik heb sinds de training geen sombere buien meer gehad. Sterker, ik heb me nooit zo zelfverzekerd en tevreden gevoeld. Ik hoop maar dat ik dat zo weet te houden. Wat zou dat heerlijk zijn.