Recensie

Recensie Boeken

Clapton probeerde het gat in zijn ziel te dempen met cognac en 7Up

Eric Clapton Biograaf Philip Norman beschrijft de legendarische gitarist Clapton als een verwend, drankzuchtig ventje dat de adoratie niet aankon, maar later toch een aardige man werd.

Rockgroep Cream in 1968, met rechts gitarist Eric Clapton. Foto uit besproken boek.
Rockgroep Cream in 1968, met rechts gitarist Eric Clapton. Foto uit besproken boek. Dezo Hoffmann/REX/Shutterstock

Uit het leven van de Britse bluesrockgitarist Eric Clapton (1945) zijn drie verhalen bekend. Ten eerste dat zijn begrafenishit Tears in Heaven over zijn overleden zoon gaat, die als vierjarige uit een New-Yorkse wolkenkrabber viel. Ten tweede dat hij met de klassieke rocksong Layla de vrouw van zijn beste vriend George Harrison verleidde, waarna de Beatle en hij nog hechter bevriend raakten. Ten derde: dat hij de bijnaam ‘God’ draagt sinds een vroege fan rond 1965 Clapton is God op een muur schilderde.

Goddelijke gitarist, succesrijk rokkenjager, groot verlies – rondom deze drie verhalen bouwt de Philip Norman zijn biografie Slowhand: The Life and Music of Eric Clapton. Norman schreef biografieën over The Beatles en The Rolling Stones, met Clapton blijft hij in hun buurt. Clapton behoorde tot dezelfde scene van Britse bandjes die begin jaren zestig in Londense blueskelders speelden. Net als Keith Richards begon hij als bluespurist, die de naoorlogse Chicago blues probeerde na te spelen. Hij zat in The Yardbirds en The Bluesbreakers, en richtte zelf drie bands op: Cream, Blind Faith en Derek and the Domino’s. Vooral Cream was invloedrijk, als pionier van de heavy metal.

Als verlegen kind kwam hij erachter dat zijn moeder niet zijn moeder was, maar zijn oma.

Net als in zijn eerdere boeken is Normans grote makke dat hij weinig over de muziek vertelt. Juist bij Clapton is dat een hiaat, omdat hij vooral gewaardeerd wordt om zijn muzikale gave. Het beste gedeelte van deze biografie is de beschrijving van de Londense rhythm-and-blues-scene in de jaren zestig en het decadente Swinging London. De Brit Norman was er bij, als beginnende popjournalist, en wederom toont hij een goed gevoel voor die losgeslagen sfeer. Nieuw is dat hij nu meer oog heeft voor het dominante seksisme in die tijd. In eerdere boeken vond hij dat meer vanzelfsprekend, nu staat hij wat langer stil bij de geestelijke mishandeling die vrouwen ondergingen van sterren als Clapton.

Wilde meisjes

Clapton en al die andere jonge, armoedige jongens die ineens populair werden en een nieuwe rockadel vormden, werden bedolven onder geld, drugs en vrouwelijke adoratie. De wilde meisjes, al dan niet minderjarig, kwamen vaak uit de oude adel of uit de hogere kunstkringen. Alleen al in de bijzinnen gebeuren vreemde dingen. De Schotse acteur die Clapton de naam van Layla aanreikte, uit een twaalfde-eeuws Perzisch verhaal, werd later een bekende haat-imam. Een andere vriend verfde zijn konijn groen, voerde hem lsd, waarna het huisdier zelfmoord pleegde door van het balkon te springen.

Alle adoratie werkt karakterbedervend. Clapton was toch al een verwend ventje, stelt Norman. Als verlegen kind kwam hij erachter dat zijn moeder niet zijn moeder was, maar zijn oma. Zijn echte moeder had hem bij haar achtergelaten. Dit zorgde voor een gapend gat in zijn ziel, dat zijn oma uit schuldgevoel trachtte te dempen met veel snoep en speelgoed, en door hem overal zijn zin in te geven. Ook later werd hij steeds omringd door zorgzame mensen, die ervoor waakten dat hij nooit over wereldse zaken hoefde na te denken.

Lees ook: De 109 beste boeken volgens onze recensenten

Clapton probeerde het gat in zijn ziel te dempen met heroïne en alcohol. Hij dronk de hele dag door Courvoisier cognac met 7Up. Als zijn manager hem enigszins capabel op het podium wilde hebben, deed hij stiekem koude thee in Claptons glas. Tot Claptons voordeel spreekt dat hij op zijn 42ste stopte met drinken en een aardige man werd. Hij begon zelfs een afkickkliniek.

De bijnaam God vond hij trouwens heel vervelend. Er zijn zoveel betere gitaristen, vond hij. Toen hij in 1966 op een podium kwam te staan met de toen nog onbekende Jimi Hendrix, plugde hij na een half nummer uit en ging zitten simmen in de kleedkamer. Tegen een collega hem kwam troosten, zei Clapton: ‘Je hebt niet verteld dat hij zó goed was.’

Luister hier naar de beste liedjes van of met Eric Clapton: