Recensie

Recensie Uit eten

Een goed begin, maar gaandeweg zakt ons enthousiasme

Foto Nick Somers
    • Petra Possel

Het is koud, guur en er werd sneeuw aangekondigd, maar vrolijk fluitend fietsen we op een donkere zaterdagavond richting Amsterdam-Zuid om vis te gaan eten. Want dit najaar opende er een nieuw visrestaurant en de berichten waren goed, zo goed dat er pas om acht uur plaats voor ons is. We verheugen ons op het riante plateau fruits de mer met oesters, Noordzeekrab, tonijn, kreeft, kokkels, zilte groenten en de heerlijkste sauzen en de ouderwetse coupe Hollandse garnaal die online vermeld staan.

Maar nog geen tien minuten na binnenkomst, de ontvangst is buitengewoon hartelijk, komt de klap: géén fruits de mer, géén garnalencocktail… de teleurstelling druipt van ons gezicht. Want er staat toch echt op de website: „Wees gerust, oesters en een Fruits de Mer zullen nooit ontbreken”. De menukaart is volledig op de schop gegaan, ook de aangekondigde dagvangst zien we niet aangeplakt. Wel een groot portret van wijlen Anthony Bourdain, blijkbaar een bron van inspiratie voor de ondernemers. We piekeren ons suf: het kan niet zijn vanwege het seizoen, want juist nu is het de tijd voor fruits de mer, wellicht heeft het ermee te maken dat er beneden een grote partij is. Hoe dan ook, het spektakelstuk van de zaak wordt niet vertoond.

We slikken onze teleurstelling weg met een wel aardige, maar prijzige witte Falanghina (42,80) – een eigenwijze Italiaanse druif met wat bitters – en kraanwater en bestellen naar hartelust andere gerechten: crispy pulpo a la plancha (13,50) en coquilles met een saus van paddenstoelen en krokante oesterzwam (13,50), samen een bord visque van langoustines – de plaatselijke variant op bisque – (9,-), tuna Wellington met beurre blanc, oesterzwam en zeekraal (19,50) en tarbotfilet met pistache, zongedroogde tomaat en gestoofde prei (22,50).

Aan amuses doen ze niet bij Visque, dus nemen we brood (4,-) en als bijgerecht geroosterde witlof met balsamico (4,50). Dat is trouwens best zuinig: geen amuse, geen brood, geen olijf en bijbetalen voor alle bijgerechten. De pulpo is lekker en inderdaad crispy, de dunne staart is zelfs zwart verbrand en daardoor is ie van binnen droog, de bijgeleverde Beluga-linzen zijn smakelijk. De coquilles zijn vol en rijk van smaak, maar de oesterzwammen zijn gefrituurd en vol met oud, al te veel gebruikt vet; dit is geen pretje en doodzonde van zo’n verfijnd gerecht.

De visque is wonderschoon, pittig, hoog op smaak, vissig, maar bij die bouillon, die trouwens niet gezeefd is, komt niets, niente, nada: geen rouille, geen crouton en ook niet een enkele langoustine… jammer! De tarbot is een wonder van verfijning, wel een heel bescheiden portie, maar mooi op smaak met dat zacht romige van gegaarde prei, echt lekker! Ook de tuna Wellington is een grappige variant op beef Wellington, de tonijn – keurig verantwoorde blauwvintonijn – die rood-rosé van cuisson is (had korter gekund) zit dus in bladerdeeg en dat brengt een aantrekkelijke boterige smaak mee.

Over boter gesproken: het bijgerecht witlof is op zich goed gebakken, maar helaas in ranzige olie; in boter was een stuk lekkerder geweest.

Ten slotte vragen we om de dessertkaart, maar er is maar één dessert vanavond: panna cotta. We slaan de laatste gang dus over, dan maar een kop thee (2,60), waar trouwens geen lepel, suiker, honing of chocolaatje bijkomt – kale boel.

Gaandeweg de avond zakt ons enthousiasme. Het begin was goed en we voelen ons prima op ons gemak in het chique bistro-achtige decor van de zaak, maar de partij beneden in het souterrain eist steeds meer aandacht van de bediening – ze rennen voortdurend naar beneden – en als de klanken van Chics Le Freak ook boven luid klinken, vragen wij de rekening. We voelen ons een beetje verwaarloosd op deze drukke zaterdag en dat is iets wat niet zou mogen gebeuren.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.