Recensie

De freule die een zoon baarde voor de Führer

Nazi-utopie Jonkvrouwe Julia Op ten Noort raakte in de ban van SS-leider Heinrich Himmler en de utopie van een raszuiver Groot-Germaans rijk. Oud-politicus Roel van Duijn reconstrueerde nauwgezet het roerige leven van deze intrigerende vrouw.

Een van de Lebensbornklinieken die in 1935 werden opgericht door SS-leider Himmler
Een van de Lebensbornklinieken die in 1935 werden opgericht door SS-leider Himmler

De naam van Florrie Rost van Tonningen, alias de Zwarte Weduwe, roept nog altijd verontwaardigde reacties op. Tot haar overlijden in 2007 bleef de vrouw van NSB-kopstuk Meinoud Rost van Tonningen een onverbeterlijke nazi die regelmatig het nieuws wist te halen. Met terugwerkende kracht kreeg zij zo een historische betekenis toegedicht die zij niet bezat.

Een werkelijke hoofdrolspeelster binnen het Nederlandse nationaal-socialisme was jonkvrouw Julia –‘Juul’ voor intimi – Op ten Noort. Over deze vertrouweling van Reichsführer-SS Heinrich Himmler verscheen een boeiende biografie. Voormalig Provo, gewezen Kabouter en oud-politicus Roel van Duijn (1943) reconstrueerde nauwgezet het turbulente leven en de ideologische Werdegang van deze intrigerende vrouw.

Op ten Noort (1910-1994) stamde uit een gegoede familie. Beide ouders en haar broer sloten zich al begin jaren dertig aan bij de NSB. De jonge freule wijdde destijds haar leven aan de Oxfordgroep. Deze religieuze beweging onder leiding van de Amerikaanse dominee Frank Buchman predikte een mystiek christendom dat los stond van alle kerkelijke dogma’s en was gebaseerd op de Bergrede van Jezus en het Mattheus-evangelie.

Een ‘raszuiver’ rijk

De boodschap van Buchman was dat God een plan had met de mensheid en met ieder mens afzonderlijk. Op houseparties – niet te vergelijken met gelijknamige feesten van onze tijd – werd deze stichtelijke boodschap van morele zelfhervorming uitgedragen. Buchman richtte zich op de elite die door haar maatschappelijke positie als voorbeeld voor de massa kon dienen.

De freule was diep onder de indruk, welhaast betoverd, door de Reichsführer-SS in wie zij onmiddellijk een zielsverwant herkende.

Als propagandist voor de Oxfordgroep reisde Op ten Noort vanaf 1931 regelmatig naar het buitenland en ontmoette zij talrijke vooraanstaande personen. De onvermoeibare evangeliste droomde over ‘een nieuwe wereld, gebaseerd op een Christendom zonder sektes’. Binnen enkele jaren raakte zij in de ban van een heel ander ideaal. Als gast op een bijeenkomst van de SS in april 1934 sprak Op ten Noort met Himmler en verscheidene van zijn naaste medewerkers. Hier maakte zij ook kennis met de nazi-utopie van een raszuiver Groot-Germaans rijk. De freule was diep onder de indruk, welhaast betoverd, door de Reichsführer-SS in wie zij onmiddellijk een zielsverwant herkende.

Nazipropaganda-actie

Op basis van kritisch bronnenonderzoek rekent Van Duijn rigoureus af met haar naoorlogse verdichtsel dat zij indertijd niet in politiek geïnteresseerd was. ‘Juul’ stelde zich onmiddellijk ter beschikking van de SS. Buchman bezag haar expanderende netwerk in nazi-Duitsland met groeiend wantrouwen. In gezelschap van vooraanstaande SS’ers reisde de jonkvrouw in de herfst van 1936 naar Sudetenland in Tsjecho-Slowakije.

Lees ook: Hoe het hedonistische Berlijn veranderde in de hoofdstad van het nazisme

Teruggekeerd bezocht zij eerst Himmler in Berlijn en lanceerde vervolgens ‘haar’ plan voor een internationaal hulpprogramma ten behoeve van de noodlijdende Sudeten-Duitse minderheid. Met deze nazistische propaganda-actie forceerde zij welbewust een breuk met Buchman. Het tijdstip was allesbehalve toevallig. Himmlers Gestapo beschouwde de Oxfordgroep ondertussen als een staatsgevaarlijke organisatie.

De politieke doeleinden van Op ten Noort reikten verder. Zij stelde in het najaar van 1936 aan Himmler voor Meinoud Rost van Tonningen te ontmoeten. Haar vertrouweling was hoofdredacteur van het dagblad van de NSB en eveneens de ‘Groot-Germaansche gedachte’ toegedaan. Ondanks de bezwaren van Op ten Noort tegen Mussert – in haar ogen een kleinburgerlijke nationalist – meldde zij zich op 6 december aan bij de NSB. Kort daarna vertrok zij voor een stage bij de Nationasozialistische Frauenschaft naar Berlijn waar zij persoonlijk Rost voorstelde aan Himmler. Haar démarche was succesvol. De Reichsführer-SS beschouwde de Nederlandse nazi voortaan als zijn vriend en protegé.

Ontrouwe minnaar

Tijdens de bezetting steunde de Reichsführer-SS openlijk Op ten Noort. Dit kon niet voorkomen dat ‘Mus’, zoals zij de NSB-leider geringschattend aanduidde, haar begin 1941 politiek buitenspel wist te zetten binnen de Nationaal-Socialistische Vrouwen Organisatie. Dat Rost trouwde met haar vriendin Florrie en haar ontrouwe minnaar, SS’er Pieter Schelte-Heerema, evenmin met haar wilde huwen waren andere teleurstellingen.

Lees ook: Achttien schrijvers over de belangrijkste boeken in 2018

Op wens van Himmler werd Op ten Noort in 1942 directrice van de eerste Nederlandse Reichsschule für Mädel in Limburg. Een zorgvuldig geselecteerde groep van raciaal zuiver bevonden meisjes – voorbestemd om tot de nieuw elite van het Derde Rijk te behoren – kreeg daar op Spartaanse wijze onderricht. Een saillant detail: onder het voorgeslacht van de directrice bevonden zich mogelijk Joden.

Als bijdrage aan de Duitse oorlogsinspanningen besloot de ongehuwde freule een zoon voor de Führer te baren. Op 26 februari 1944 beviel zij in een Lebensborn-instelling van de SS in Beieren van haar zoon Heinrich. Tegenover de aanhoudende geruchten heeft Op ten Noort altijd volgehouden dat niet Himmler, maar een getrouwde SS-legerarts de vader was. Een derde mogelijke kandidaat is een door haar afgescheepte minnaar, waarop Van Duijn het houdt. Sluitend bewijs ontbreekt. Wel staat vast dat de drankzuchtige zoon – gestorven op 45-jarige leeftijd – gebukt ging onder zijn overheersende moeder.

Bekeerd tot boeddhisme

Na haar gevangenschap wegens collaboratie – hoogstens een jaar en drie maanden – vestigde Op ten Noort zich voorgoed in Duitsland. Journalist Hans Olink bezocht in 1990 de bejaarde, maar kranige vrouw. Toen hij informeerde naar haar bruine verleden, repliceerde Op ten Noort: ‘Es war ein voriges Leben.’ Zij had zich inmiddels bekeerd tot het Tibetaanse boeddhisme. Op de vraag of zij wist van de vernietigingskampen, luidde het orakelachtige antwoord: ‘Ik wist het, maar zag het niet.’ Wroeging ontbrak.

Van Duijn schreef een fascinerende biografie die twee minpunten kent. Wat betreft het liefdesleven van Op ten Noort verliest de auteur zich regelmatig in speculaties. Ook de opdringerigheid van de biograaf stoort soms. Te vaak wordt de lezer deelgenoot gemaakt van zijn houding tot de geportretteerde. Leitmotiv daarbij is dat Van Duijn zelf ooit ook een utopist was. Vooral met de stroom van autobiografische ontboezemingen in het slothoofdstuk doet hij zijn eigen boek tekort.

    • Robin te Slaa