Recensie

Recensie

Een mysterieus ballet boven de stad

Boekrecensie Boven de daken van De Pijp in Amsterdam vormden ze bollen en vreemde vormen. De luchtdans van de spreeuwen, vastgelegd vanaf één plek.

Spreeuwen in Amsterdam, twee winters vastgelegd vanuit De Pijp in tienduizenden foto’s.
Spreeuwen in Amsterdam, twee winters vastgelegd vanuit De Pijp in tienduizenden foto’s. Foto’s Erika Veld

Ze dansen door de lucht, vormen zwermen van vele duizenden boven de stad, en roetsj, dan verdwijnen ze plots in de boomkruinen om te slapen in hun slaapbomen: spreeuwen.

Fotografe Erika Veld noemt het ruisen van ontelbare spreeuwenvleugels ‘frfrfrrrr.’ En zo ziet zij de vluchten spreeuwen: „Boven de daken, in de verte van rechts, komen er meer aanvliegen. Ze voegen zich bij de eerste. Worden een ovaal, dan een bol en dan een vreemd organisch uitgestrekte vorm.” En: „Die mysterieuze luchtdans, het krimpen en uitdijen van afgeronde vormen, die synchrone vluchten zonder ooit te botsen.” Ze noemt haar belangstelling voor de spreeuwen en de ruis van al die vleugeltjes „bevlogenheid”.

Twee winters, die van 2015 en 2016, volgde Veld het doen en laten van de spreeuwen in hartje Amsterdam, in De Pijp tussen het rechthoekige blok gevormd door de Amstel, het Sarphatipark, Govert Flinckstraat en Ceintuurbaan. Vanuit een zolderkamer in de Jan Steenstraat, niet ver van haar eigen benedenwoning in dezelfde straat met tuin, ontdekte ze op 2 januari 2015 het ballet van de spreeuwen. Veld raakte erdoor gefascineerd en besloot de vogels te volgen. Het fotoboek annex dagboek Spreeuwig is daarvan het resultaat.

Aanvankelijk ziet ze wel de vogels maar kan ze de roestplaatsen – de plekken waar vogels rusten en overnachten – niet ontdekken. Ze zitten ergens, maar waar? In de bomen langs de Ceintuurbaan? In elk geval ergens in het Hemonykwartier. Het zou voor het eerst zijn dat spreeuwen dit deel van De Pijp als slaapdomein hadden uitverkoren.

Aanbellen bij de buren

Als Veld vanuit haar eigen zolderkamer de slaapplaatsen niet kan ontdekken en dus niet kan fotograferen, belt ze bij de buren aan van wie ze vermoedt dat deze een hooggelegen dakterras hebben. Dat levert een mooi onderliggend verhaal op van gastvrijheid en ongastvrijheid, van vriendelijke ontmoetingen en buren die de fotograaf met haar rugzak vol apparatuur, lenzen en statieven de deur wijzen. Maar uiteindelijk weet Veld zo goed als iedereen bij wie ze aanbelt voor zich te winnen. En voor de spreeuwen natuurlijk.

Binnen branden de lichten, buiten ruisen de spreeuwen voorbij op weg naar hun verzamelbomen

De honderden foto’s zijn glanzend afgedrukt en bieden een schitterend beeld van spreeuwen in de stad: ze nemen een bad bij een fontein, ze scharrelen hun voedsel bij elkaar op voedertafels, ze kiezen het stuur van een fiets of klimop uit om te rusten en vooral vliegen ze in de schemering boven de tuinen en over de daken. Binnen branden de lichten, buiten ruisen de spreeuwen voorbij op weg naar hun verzamelbomen. Waar komen ze vandaan? vraagt Veld zich af. „Komen zij misschien van vlak over de grens en wachten ze nog even? Zijn het Amsterdammers die al uit Engeland of Frankrijk zijn teruggekomen, of die misschien helemaal niet zijn weggegaan?”

Want spreeuwen komen niet alleen massaal voor in de weilanden rondom de stad zoals in Waterland, ze voelen zich ook prima thuis in een grote stad als Amsterdam. Daar zoeken en vinden ze voedsel en veiligheid. De Pijp met zijn hoge huizenrijen en bomenrijke binnentuinen voldoet prachtig aan deze eisen.

Stank en kabaal

Er is ook sprake van overlast, noteert Veld. Ze maken een enorm kabaal en hun uitwerpselen veroorzaken een doordringende stank. Op een dag hoort Veld ineens het kabaal van deksels die tegen elkaar worden geslagen: bewoners verjagen de dieren uit hun geliefde slaapboom, een conifeer. Weg zijn de spreeuwen, maar niet voor lang. Zodra het stil is geworden en donkerder, keren ze terug. Aan het slot van de tweede winter, 11 maart 2016, gebeurt er iets verschrikkelijks: de reusachtige conifeer wordt omgezaagd. Veld noteert: „In de daarop volgende winter kwam geen spreeuw meer slapen in dit deel van De Pijp. Geen enkele zwerm nam de moeite om boven ons hoofd te komen zwieren. De lucht bleef pijnlijk leeg.” En dat is zo tot op de dag van vandaag: de wolken spreeuwen zijn verdwenen.

Opeens het kabaal van deksels: bewoners verjagen de dieren uit hun geliefde slaapboom, een conifeer

Tienduizenden foto’s

De kracht van Spreeuwig ligt in de concentratie van die ene waarnemer op die ene plek. Dan blijkt hoe belangrijk het is om vogels dagelijks te volgen in hun gedrag. Af en toe zijn de notities, zeker in de tweede winter, enigszins eenvormig en wil je als lezer net iets meer weten, bijvoorbeeld over de vogels zelf, hun ornithologische geschiedenis in de stad of dat de spreeuw de lievelingsvogel van Jac. P. Thijsse was.

Dat neemt niet weg dat Veld de spreeuw en zijn magisch vlieggedrag onnavolgbaar heeft vastgelegd. Als je de bladzijden omslaat waarop de zwermen zijn afgebeeld, dan is het alsof je hun vleugelslag hoort ruisen, daar boven de boomtoppen en de daken van De Pijp. Veld geeft zelf toe: tienduizenden foto’s heeft ze gemaakt van deze wondervogel.

Erika Veld: Spreeuwig. Uitg. Dander, € 35,-. Inl: www.erika-veld.nl

●●●●