‘Voor de orgie las ik verslagen van de uitspattingen in luxe bordelen’

Interview schrijfster Imogen Hermes Gowar Achttiende-eeuwse orgies en terechtstellingen worden uitvoerig beschreven in het nieuwe boek van Imogen Hermes Gowar. „Hoe het iemand aan de schandpaal verging, hing af van het humeur van de menigte.”

Foto: Ollie Grove

Toen Imogen Hermes Gowar er nog geen idee van had dat ze De meermin en de courtisane zou schrijven en al helemaal niet dat haar romandebuut een wereldwijde bestseller zou worden, zat ze voor de tv en keek ze naar Blackfish. Die documentaire (uit 2013) gaat over het lot van orka’s in dolfinaria, en dan vooral over die ene orka die drie van zijn trainers vermoordde. Hermes Gowar – ze is op doorreis tussen twee literaire festivals en een dagje in Amsterdam – kan er nog altijd hartstochtelijk over vertellen. „Ik was vooral geraakt door het sociale gevoel van die walvissen. Ze communiceren constant met elkaar. Ik probeerde of ik een kort verhaal kon schrijven, gebaseerd op de groepsstem van de orka’s. Daar kwam ik niet uit, ik liet het erbij zitten.”

Enige tijd later begon Hermes Gowar aan een boek dat zich afspeelt in de achttiende eeuw. Het vertelt over Angelica, een succesvolle prostituee, en over Jonah Hancock, een gefortuneerde reder die handel drijft op Oost-Indië. Hun paden kruisen elkaar, uiteraard, in het bordeel. Maar dat hun levens verstrengeld raken komt door een zeemeermin. Een huisgenote las mee en zei tegen de beginnende schrijfster dat ze de stem van de zeemeermin miste. Ze herinnerde zich de orka’s en nu golven er korte zeemeerminmonologen door dit boek, afkomstig uit het orkaverhaal. „Zeemeerminnen zijn als orka’s. Ze kennen geen verschil tussen ‘ik’ en ‘wij’. Als je ze met rust laat, is er niets aan de hand. Maar vang ze en je loopt gevaar.”

Een soort Lorelei? ‘Ich weiss nicht was soll es bedeuten dass ich so traurig bin…’

„Ja, dat was de zeemeermin die me voor ogen stond: ik weet niet wat het betekent, maar ik ben zo verdrietig…. Het is niet zo dat de meermin alleen maar een metafoor is. Al het bovennatuurlijke in mijn boek is reëel. Als je denkt dat spoken bestaan, dan bestaan ze. Dat is niet dom, dat is een redelijke manier om het leven te beschouwen. In de achttiende eeuw werden mensen overvallen door gevoelens van machteloosheid en een verlangen naar iets onbereikbaars. Het uitgangspunt voor mijn roman was een man die een zeemeermin wil hebben. Wat gebeurt er met hem als hij er een krijgt? Bestaat ze? Haar effect op hem is echt. Hij raakt verslaafd aan een idee en wordt ziekelijk melancholiek.”

Hoezo een zeemeermin?

„Als kind was ik al met ze bezig. Ik viel voor het idee van een andere wereld, in de zee. En toen ik ging werken in het British Museum zag ik er een. Een echte, in een glazen kistje. Met Andersens Kleine Zeemeermin heeft ze niets te maken. Ze is niet schattig, ze is griezelig, met tanden en klauwen. Zij staat model voor de meermin in mijn boek. Veel regionale musea hebben er eentje. Eigenlijk zijn ze een Japanse watergeest, een Ningyo. Ze werden in Japan gemaakt en in de achttiende eeuw brachten de Hollanders, de enigen die Japan in mochten, ze mee naar Europa. Die in het British Museum bestaat uit een opgezet aapje met een aangenaaide vissenstaart. Ze werden ook van een foetus gemaakt, en van een opgevulde rog – dat is zo’n platte vis met een gezichtje aan de onderkant. Het gaf niet dat ze nergens naar leken. Als mensen wíllen dat iets waar is, dan is het waar. En zo vreemd waren ze nou ook weer niet. In de achttiende eeuw kwamen er in Londen veel nieuw ontdekte dieren aan. Ze hadden een stekelvarken, die ze broodvoerden. Ze hadden een ijsbeer, die lieten ze aan een lijn in de Thames zwemmen. Ze hadden een olifant. Toen het winter werd, gaven ze hem emmers wijn te drinken, om warm te blijven. Waarom dan geen zeemeermin? Men wist gewoon niks en men stond open voor alles. Ik respecteer wat mijn personages denken. Als iemand denkt dit is een zeemeermin, dan is het een zeemeermin.”

Lees ook de recensie van De meermin en de courtisane: Bezorg me eerst maar een levende zeemeermin

De opgezette zeemeermin gaat in première in een luxueus Londens bordeel.

„Wetenschap was in de achttiende eeuw in de mode, het was amusement. De spullen die Captain Cook uit Tahiti had meegebracht, zijn ook in een bordeel tentoongesteld. Ter ere daarvan werd een ‘Tahitian Love Ritual’ opgevoerd, een spectaculaire live sex act.

„Voor de orgie in mijn boek las ik verslagen van de uitspattingen in luxe bordelen. Er zijn er vele, met waanzinnige details. Eentje beschrijft hoe iedereen naakt liep afgezien van vijgenbladeren waarmee ze hun gezichten bedekten. Ik ontmoette een vrouw die achttiende-eeuwse condooms namaakt. Die waren van schapenpens. Pens droogt uit en dus werden ze voor gebruik in melk geweekt en op schaaltjes opgediend – dat vond ik een mooi detail.”

U komt steeds met onwaarschijnlijk illustratieve details. Ik genoot van de scène met de pispot in de koets.

„Dat is definitely real. Omdat het niet zelden, bijvoorbeeld aan het hof, was verboden om je terug te trekken, brachten mensen hun pot mee. Dat vond niemand obsceen of vreemd. De Prince of Wales en zijn broer plasten uit het raampje van de rijdende koets. Daar dachten ze helemaal niet over na.”

U beschrijft de prostitutie als een zwaar beroep. Maar we krijgen ook mee hoe Angelica zich onderdompelt in seksueel genot.

„Een prostituee als Angelica had de plicht om alle grillen en wangedrag van haar klanten te tolereren. In haar optiek is dat een goeie ruil. Maar ik vond het ook belangrijk om te laten zien dat seks aangenaam voor haar kan zijn. Ze is jong, ze is een durfal. Hoer zijn vindt ze leuk – behalve als het even niet leuk is. En behalve als je dertig bent en wordt afgedankt.”

Haar madam sterft in een wrede lynchpartij, die lijkt wel middeleeuws.

„Schandpalen waren er in Londen tot het eind van de achttiende eeuw. Het is berekend dat het merendeel van de vrouwen die ertoe werden veroordeeld het er niet levend van afbracht. En dat die vrouwen vooral bordeelhoudsters waren. Hoe het iemand aan de schandpaal verging, hing af van het humeur van de menigte. Ik las over een oude zwerver aan de schandpaal, met hem gebeurde niets, hij werd zelfs geholpen.

„Hoerenmadams, die altijd ‘Mother’ heetten en in de chique bordelen ook wel ‘abbess’, bezoedelden het idee van moederschap en dat kwam ze duur te staan. Het was moeilijk om die wreedheid net zo uitvoerig te beschrijven als de orgie, maar het moest. Dit mocht niet clean and nice zijn. Een historische roman is geen museum. Ik ben een moderne schrijver, dit is wat die vrouwen bedreigde en dat wilde ik ondubbelzinnig duidelijk maken.”

Wat betekent die ondubbelzinnigheid voor uw personages?

„Het uitgangspunt is dat ze kinderen van hun tijd zijn. Ze doen nare dingen, vinden wij, maar toen was dat niks bijzonders. Ik dacht veel na over hoe gedrag van toen het humeur van de lezer van nu stuurt. In Wolf Hall van Hilary Mantel lijkt de manier waarop haar hoofdpersoon Thomas Cromwell zich thuis gedraagt bijzonder en zachtmoedig. Dus de lezer vindt hem sympathiek. Maar in de historische context zegt zijn zorgzaamheid niets over zijn karakter, dat was gewoon zijn plicht. Mantel houdt rekening met het effect daarvan op de moderne lezer.”

Wat betekent Hilary Mantel voor u?

„Veel. Met Wolf Hall heeft ze de historische roman ontromantiseerd. Ze bevrijdde hem van het genre dat werd geassocieerd met zoiets als de serie over de zeventiende-eeuwse Franse aristocrate Angélique. Daar zijn lezers dol op, maar het is poezelig en het heeft niks te maken met onze wereld. Precies dat heeft Mantel recht getrokken. Wolf Hall gaat over de historische figuur Thomas Cromwell. Maar het gaat ook over een man in de schaduw van de macht. Zoiets als West Wingof Veep.

Een belangrijke figuur is Polly, een zwarte prostituee. Ze verdwijnt abrupt.

„Ik had in dit boek graag meer over Polly geschreven en over de zwarte gemeenschap in achttiende-eeuws Londen, want die was er. Mijn redacteur zei ook: we hebben meer Polly nodig. Dus ik schreef 15.000 woorden over Polly, over wat er met haar gebeurt nadat ze uit het bordeel is weggelopen. Het werkte niet. Het hield het verhaal op, het leidde af. Maar ik bewaar die passages, Polly krijgt een eigen boek. Niet het eerstvolgende, dat zou een vervolg zijn en daar moet ik niks van hebben.”

Al die rock ‘n’ roll en seksuele revolutie ging aan de meeste mensen voorbij.

Zou je een historische roman over de jaren zestig kunnen schrijven?

„Daar ben ik nu mee bezig. Heel spannend en heel anders dan De zeemeermin en de courtisane. Geen lezer weet hoe het was om te leven in achttiende-eeuws Londen, maar van de ‘sixties’ hebben we de muziek en de films, en iedereen weet er wel iets van.”

Waarom de jaren zestig?

„Om dezelfde reden als waarom de achttiende eeuw me interesseert: het was een tijd van heftige ontwikkelingen, van bevrijding en sociale beweging. Denken we nu. Maar dat ging lang niet voor iedereen op. Al die rock ‘n’ roll en seksuele revolutie ging aan de meeste mensen voorbij. De mannen grepen de privileges van de vrije seks. De vrouwen moesten ervoor betalen, ze hadden niet het idee dat ze er ook recht op hadden. Hoe houd je jezelf dan veilig? En vooral: hoe schat je jezelf op waarde?”

De eerste versie van dat boek is bijna af, zegt Imogen Hermes Gowar, nog even doorwerken. Ze heeft haast: „Ik krijg begin maart een baby. Het is een zij. A girl is a good thing.”