China heeft primeur met landing op de achterkant van de maan

Astronomie Een onbemande Chinese maanlander met meetinstrumenten is op de achterkant van de maan geland – voor het eerst.

De Chinese maanmissie Chang’e-4 bestaat uit een lander en maankar.
De Chinese maanmissie Chang’e-4 bestaat uit een lander en maankar. Illustratie AP/Xinhua

In de nacht van woensdag op donderdag, om vier voor half vier Nederlandse tijd, is de Chinese maanmissie Chang’e-4 geland op de ‘achterkant’ van de maan: het halfrond dat vanaf de aarde gezien niet waarneembaar is. Het is voor het eerst dat een ruimtevaartmogendheid hierin is geslaagd.

Sinds 2007 heeft China al drie keer eerder een onbemande missie naar de maan gestuurd, waaronder Chang’e-3: een missie die de allereerste mobiele robotverkenner van Chinese makelij bij zich had. Ook diens opvolger, de zojuist gelande Chang’e-4, heeft zo’n ‘maankarretje’ bij zich. De Chang’e-missies zijn vernoemd naar de maangodin uit de Chinese mythologie.

De Chang’e-4 is geland in een krater aan de achterkant van de maan. Dat is een uitdagende locatie, omdat van daaraf geen directe communicatie met de aarde mogelijk is. Om die reden heeft China al in mei een communicatiesatelliet 65.000 kilometer achter de maan gestationeerd: de Queqiao. Deze heeft zowel de landingsplek als de aarde in zicht en kan dus als radio-ontvanger fungeren.

Maanlander en maankarretje zijn beide voorzien van camera’s en meetinstrumenten. Deze laatste zijn deels geleverd door internationale partners in Duitsland, Saoedi-Arabië en Zweden. Met dit instrumentarium zullen onder meer metingen worden gedaan van de bodemtemperatuur en worden de chemische samenstellingen van gesteenten onderzocht. Ook kosmische straling, uitbarstingen op de zon en de zonnewind staan op het onderzoeksprogramma, dat zich dus niet uitsluitend tot de maan beperkt.

Verder heeft de maanlander een verzegelde container met plantzaden en zijderupseitjes bij zich. Daarmee zal onderzocht worden of zo’n gesloten systeem van levende organismen zichzelf in stand kan houden op de maan. Vergelijkbare experimenten zijn eerder aan boord van ruimtestations uitgevoerd.

Nederlands tintje

De Chinese maanmissie heeft ook een Nederlands tintje. De Queqiao-satelliet is uitgerust met de Netherlands China Low-frequency Explorer, een radio-instrument dat is ontwikkeld door een team van de Radboud Universiteit in Nijmegen, het Drentse instituut ASTRON en het Delftse bedrijf ISIS. Het is de bedoeling dat dit instrument, samen met een Chinees radio-instrument aan boord van de maanlander, radiostraling uit de ruimte gaat registeren op frequenties die vanaf het aardoppervlak niet waarneembaar zijn. Radioastronomen willen hiermee een nieuw ‘venster’ op het heelal openen.

De ruimtesonde Chang’e-4 maakte deze foto van het maanopper na de succesvolle landing. Foto Xinhua/AP

De krater waarin de Chang’e-4 is geland, ligt in een kolossale kom: het Zuidpool-Aitken-bekken. Met een middellijn van ruwweg 2.500 kilometer en een diepte van 13 kilometer is dat een van de grootste inslagkraters van ons zonnestelsel.

Het is aannemelijk dat de korst van de maan hier veel dunner is dan elders. Mogelijk liggen er zelfs gesteenten aan het oppervlak die uit de dieper gelegen mantel van de maan afkomstig zijn. In elk geval staat vast dat de samenstelling van het oppervlaktemateriaal ter plaatse afwijkt van dat elders op de maan. Metingen door ruimtesondes die om de maan hebben gecirkeld, hebben laten zien dat hier meer ijzer, titanium en thorium te vinden is.

Permanent in de schaduw

De kraters in het zuidelijkste deel van het Zuidpool-Aitken-bekken zijn interessant, omdat hun bodems permanent in de schaduw liggen. Er zijn aanwijzingen dat zich op deze ijskoude kraterbodems water heeft afgezet. Dat water kan onder meer afkomstig zijn van de kometen en planetoïden die in de loop van de miljoenen jaren op de maan zijn ingeslagen. De Chang’e-4 is echter in een veel noordelijker gelegen gebied geland. Ook dáár kan water in de maanbodem zitten, maar dan in veel geringere hoeveelheden. Dat water is dan ontstaan door de inwerking van de zonnewind (geladen deeltjes afkomstig van de zon) op de maanbodem.

Eind 2019 hoopt China alweer een volgende maanmissie te lanceren. Deze Chang’e-5 moet bodemmonsters gaan ophalen van de ‘maanzee’ Oceanus Procellarum, een grote lavavlakte aan de voorkant van de maan. Ook India, Japan en een Israëlisch bedrijf hebben maanplannen voor dit jaar.

    • Eddy Echternach