Opinie

Antropocentrisch

Carolina Trujillo

„Mamá, mamá!”, begroet ik mijn monitor. Ik kan mijn moeder nog niet zien, maar ik weet dat ze me al kan horen. Als je familiemomenten vaker via Skype dan in het echt spelen, weet je wel of de verbinding al tot stand is gekomen, ook al kun je de ander nog niet zien. Je leert ook dat het normaal is dat je ouders steeds vastlopen en dat dat niet betekent dat ze een beroerte hebben gekregen. In het universum van Skype gaat geluid meestal sneller dan beeld, wat waarschijnlijk een indicatie is voor de realiteitszin van dit medium.

Dat ik goed nieuws had, had ik mijn moeder al gemaild, dat er een slechte kant aan zat, had ik voor me gehouden.

„Ik heb een column gekregen!”, zeg ik.

„Een wat?”

Ik beheers de vaktermen van de schrijverij niet goed in het Spaans en zij niet in het Nederlands. Halverwege mijn uitleg van wat een column is, zegt zij: una columna!

„Voor welke krant?”

Toen zij in Nederland woonde las ze waarschijnlijk De Waarheid. Ik mompel: „NRC.”

Stilte.

„Waren die niet onwijs rechts?”

Voor mijn moeder is Fidel Castro ongeveer het politieke midden.

„Het wordt een sportcolumn”, hoor ik mijzelf zeggen. Om aan de linksrechts-discussie te ontsnappen, heb ik haar het dichtstbijzijnde bot toegeworpen, maar daarmee is het slechte aan mijn nieuws blootgelegd, want mijn moeder haat sport.

De satelliet draait langzaam. „Het is gewoon een column, maar dan in de sportbijlage”, probeer ik nog.

„Je weet dat sport de meest antropocentrische rubriek is die je kunt bedenken?” Ze legt uit wat antropocéntrico betekent.

„Antropocentrisch”, zeg ik, dat woord ken ik. Ze hoort me niet.

„Het is de enige bijlage die zich uitsluitend met de mens bezighoudt. Wat er met de planeet gebeurt, met het milieu of de rest van de niet-op-topniveau sportende medemens zal ze daar een rotzorg wezen.”

Of ik aan het noteren ben, vraagt ze in bevelvorm.

In tenues waar meer wetenschap in zit dan in middelen tegen ebola, huppelen adoniskinderen door sportinstallaties die per uur meer energie slurpen dan een file dieselwagens. Met allerlei seksistisch tuig in vaste dienst staart de topsportende mensheid naar de eigen navel om prestaties neer te zetten waar niemand ene zak aan heeft. Je kunt er niet in wonen, je kunt ze niet eten, je kunt ze niet aantrekken. Je kunt van sporters niet eens vragen dezelfde prestatie opnieuw neer te zetten.

Er die ene keer ademloos naar kijken en applaudisseren is wat het proletariaat mag doen, dát en zich blauw betalen om die ijdelheid te mogen aanschouwen, maar oh wee als je beweert dat topsport niet gesubsidieerd zou moeten worden. Een schilderij, daar kun je drie eeuwen later nog steeds live naar kijken. Kom daar maar om bij een voetbalwedstrijd. Weet je welke bijlage erger is?

Voor ik mijn pen van het papier heb, antwoordt ze: mode!

Ze kijkt in de camera en vraagt of ik het allemaal heb. Ik knik. Het beeld loopt vast met daarin mijn hoofd als dat van een gehangene.

Dit is de eerste column van de in Uruguay geboren schrijfster Carolina Trujillo. Haar columns verschijnen op vrijdag in NRC.