Teun de Booij: „Ik zie de stad als een ongelijkwaardige relatie tussen Noord en Zuid.”

Foto Jasper Mol

‘We zijn er niet voor mensen met geld die graag willen pottenbakken’

Nieuwe directeur Volksuniversiteit Teun de Booij treedt in maart aan als nieuwe directeur van de Rotterdamse Volksuniversiteit. Drie jaar lang bracht hij als directeur van Dit is Zuid het stadsdeel onder de aandacht.

Drie jaar geleden begon Teun de Booij (1985) als vrijwilliger bij Dit is Zuid, een bewonersinitiatief om stadsdeel Zuid positief onder de aandacht te brengen door middel van rondleidingen. Als maatschappijleraar op een middelbare school in Naaldwijk wilde hij de abstracte begrippen uit de les ‘inkleuren’ met verhalen uit de praktijk. „Ik woonde toen op Katendrecht en gaf daar en in de Afrikaanderwijk rondleidingen. Groepen van buiten Rotterdam vragen altijd: waarom woon je hier? Zelf kwam ik als Noorderling vroeger ook nooit op Zuid, maar ik ben er echt verliefd op geworden.”

Het begon met zijn eigen leerlingen, maar via-via begonnen de aanvragen binnen te lopen. „In het begin combineerde ik het met mijn werk, maar toen dat te druk werd, ben ik fulltime directeur geworden. Ik stuurde gidsen aan en zorgde voor acquisitie.” De inkomsten van de stichting komen van fondsen, de tours en de gemeente. „We krijgen geen structurele subsidie, maar hebben kunnen profiteren van de toenemende focus op Zuid.”

In drie jaar tijd groeide de organisatie van drie naar twintig gidsen. „De toon van mijn verhaal is in die periode wel veranderd. In het begin was het vooral de leuke koffietentjes laten zien. Het Deliplein was een symbool van vooruitgang. Later kwam ik erachter dat het plein ook een symbool van ongelijkheid is geworden. Het is veranderd van een gevoel naar een praktijk met bakfietsen, betaald parkeren en een brief op de mat waarin bewoners een verhuispremie krijgen aangeboden.”

Om de wijken op een authentieke manier te laten zien, veranderde de focus van de tour van leuke, creatieve initiatieven naar bewoners. „Het is niet ons doel om verschillende groepen bij elkaar te brengen, maar om ze allebei te laten zien. We zijn een podium voor Zuiderlingen, zoals het geheime oorlogsmuseum wat een bewoner in de Afrikaanderwijk in zijn berging heeft. Zo iemand geeft diepgang aan het beton in deze stad.”

Theater in Maassilo

Om het verhaal van Zuid op een bredere manier te vertellen, breidde Dit is Zuid de tours uit met kunst en cultuur, zoals een theatervoorstelling in de Maassilo. „Een plek die voor meerdere generaties Rotterdammers betekenis heeft. Wij hebben verhalen van oud-medewerkers van de graansilo en mensen die in de clubtijd van Ted Langenbach achter de bar werkten verwerkt tot een voorstelling die mensen door het gebouw voert.”

Of zijn werk er na drie jaar opzit? De Booij vindt het lastig om te zeggen. „De missie is nog niet klaar, wel bijgesteld. Ik hoop dat we hebben geholpen om Zuid een sterkere eigen identiteit te geven die verder gaat dan ‘Brooklyn aan de Maas’. Ik zie de stad als een ongelijkwaardige relatie, waarin Noord ouder is, rijke ouders heeft en door tegenslag – het bombardement – sterker is geworden. Zuid is een stuk jonger, pas 150 jaar oud, en heeft vele plannen over zich heen gekregen over hoe mensen met elkaar samenleven. Nergens in Nederland zie je zoveel bouwstijlen door elkaar heen, Zuid is net een lappendeken. Die eenheid in verscheidenheid is wat mij betreft de identiteit van Zuid.”

Zelf verhuisde De Booij vier jaar geleden van Katendrecht naar de Kop van Zuid, zijn ex bleef in hun huis wonen. „Dit is Zuid was geen vetpot, dus toen ik stopte in het onderwijs ben ik er financieel op achteruit gegaan. Toen ik net verhuisd was en moest rondkomen een mager salaris met co-ouderschap over twee kinderen ben ik de tegenstellingen op Zuid nog beter gaan begrijpen. Op Katendrecht organiseerde een aantal ‘nieuwe’ bewoners bijvoorbeeld goedbedoelde burendiners waarbij iedereen kon aanschuiven, om vervolgens teleurgesteld te zijn als de ‘oude’ bewoners niet kwamen.” Zijn credo: alles wat je niet met mensen doet, doe je tegen ze.

Behoefte van de stad

Toen De Booij werd getipt over de vacature van directeur bij de Volksuniversiteit solliciteerde hij in eerste instantie niet. „Toen ik hoorde dat ze er de eerste keer niet uit waren gekomen en een nieuwe sollicitatieprocedure begonnen, heb ik toch een brief geschreven. Het eerste gesprek was met negen mensen uit alle lagen van de organisatie. We hadden meteen een goede klik, ik voel me thuis in een onderwijsorganisatie die maatschappelijk relevant is.”

Volgens hem is het doel van de Volksuniversiteit breder dan dat van cursusaanbieder. „Als directeur vind ik het mijn expliciete taak om te kijken waar in deze stad behoefte aan is. Welke vaardigheden hebben Rotterdammers nodig? Dat is iets anders dan je openstellen voor een groep mensen met geld die graag willen pottenbakken. Onder leiding van mijn voorganger is er bijvoorbeeld een stevig gecertificeerd Nederlands-als-tweede-taal-programma neergezet. De komende tijd wil ik vooral ideeën op doen. Dat betekent met docenten en mensen praten. Vaak wordt met dat laatste organisaties bedoeld, maar ik bedoel echte mensen.”

12 januari heeft de Volksuniversiteit een open dag waarop mensen onder meer in gesprek kunnen met Teun de Booij.
    • Tara Lewis