Minder grote storingen op het spoor in 2018

De treinen stonden in 2018 minder vaak stil op het spoor. Volgens reizigersorganisatie Rover valt er nog veel te winnen bij de informatievoorziening bij grote storingen.

Foto Evert Elzinga/ANP

Het aantal grote storingen op het spoor is afgelopen jaar met 10 procent afgenomen in vergelijking met 2017. Dat heeft spoorwegbeheerder ProRail woensdag bekendgemaakt bij de publicatie van de prestatiecijfers van 2018. Treinen staan niet alleen minder vaak stil, ook rijden zij vaker op schema.

In 2017 waren er 627 grote storingen op het spoor, in 2018 nam dit af tot 558. Storingen worden veroorzaakt door infrastructurele of technische problemen, weersomstandigheden of externe factoren zoals vandalisme of zelfmoorden. Van alle treinen reed 91,4 procent op tijd, een verbetering van bijna 1 procent ten opzichte van 2017.

Rover: cijfers zeggen niet alles

De duur van de storingen is ook afgenomen, al gaat het maar om een paar minuten. Het gemiddelde ligt op 132 minuten, vorig jaar was dat 139 minuten en in 2016 137 minuten. “Dat lijkt heel lang, maar de meeste storingen zijn ook wel in een paar minuten opgelost,” legt een woordvoerder desgevraagd uit.

Vooral storingen door externe factoren, zoals suïcides of stormschade, kunnen makkelijk uren duren. “Na een suïcide is de vertraging pas na 2,5 uur opgelost, en daar hebben we er al 250 van per jaar. Dat soort storingen halen het gemiddelde erg omhoog.”

Volgens reizigersbelangenorganisatie Rover betekent een hersteltijd van 132 minuten overigens nog niet dat de treinen dan ook al meteen rijden:

“Het spoor is dan hersteld, maar vervoerders moeten daarna de treindienst nog opstarten. Vooral bij NS zien we vaak dat treinen en medewerkers op de verkeerde plaats staan door de storing waardoor er nog veel treinen kunnen uitvallen of kortere treinen dan normaal komen voorrijden.”

Tracéteams

De afname in storingen is volgens een woordvoerder van ProRail het resultaat van de zogenoemde tracéteams die sinds een aantal jaar werken op de meest drukke trajecten.

“Dat zijn samenwerkingen tussen de aannemers, ingenieurs, ProRail en mensen van de data-afdeling hier die de storingen monitoren. Daardoor zijn reparateurs sneller ter plekke en wordt er meer uit voorzorg gerepareerd of onderhouden.”

Rover ziet nog wel verbetering mogelijk als het gaat om de informatievoorziening bij storingen. “Bij kleinere vertragingen werkt de berichtgeving meestal prima, maar bij grotere en complexere storingen moet echt nog een grote slag gemaakt worden.”

Hogesnelheidslijn

Vooral op de regionale lijnen reden de treinen overigens op tijd: 92,6 procent van de passagiers kwam op tijd op zijn of haar bestemming aan. Voor de hogesnelheidslijn (hsl) ligt dat lager met 82,7 procent, een kleine verslechtering ten opzichte van 2017.

Lees ook: Nederland toont te weinig ambitie met digitalisering en modernisering van het spoor.

Afgelopen jaar werd de hsl geteisterd door softwareproblemen waardoor de treinen vaker stil kwamen te staan. Door een fout bij een update die vanaf mei werd doorgevoerd in de locomotieven kwamen treinen soms tot stilstand. NS, verantwoordelijk voor de hsl-locomotieven, wilde de software begin 2019 in alle toestellen hebben vervangen.

Ook nam het aantal strandingen op de hsl toe omdat er sinds afgelopen voorjaar meer treinen op de lijn tussen Amsterdam en Brussel en tussen Den Haag en Bussel zijn gaan rijden. Deze uitbreiding draagt volgens NS ook bij aan een lagere punctualiteit op deze trajecten.

    • Cosette Molijn