Meriç Artaç: Bij Bach begon ik te improviseren

Rijzende ster Meriç Artaç timmert flink aan de weg. De Turks-Nederlandse componist werkt aan een opera voor het Grachtenfestival deze zomer.

Foto Merlijn Doomernik, illustratie Olf de Bruin

Meriç Artaç (1990) was vijf jaar oud toen ze begon met pianospelen aan het conservatorium in Istanbul. Niet haar ouders, maar haar basisschool voedde de vroege liefde voor muziek. „Ik had moeite met lezen en schrijven, en werd door mijn school naar een speciaal centrum gestuurd voor een test. Daar gaven ze het advies om een muziekopleiding te gaan volgen.”

Klassieke muziek sprak direct tot haar verbeelding, het strenge onderwijs alleen wat minder.

„Eigenlijk is het een triest verhaal”, lacht ze. „Als ik Bach speelde, begon ik vanzelf te improviseren, maar de leraar riep me dan meteen tot de orde: ‘Je verdoet je tijd. Speel gewoon piano!’”

Een vriend gaf haar de tip om naar Codarts in Rotterdam te gaan. De opleiding tot componist voelde als een natuurlijke keuze. „De open atmosfeer sprak me ontzettend aan. Het was zo relaxed. Doordat je niet in een stramien wordt geduwd, creëer je helemaal vanuit jezelf.”

Artaç studeerde in 2015 cum laude af. In 2017 ontving ze de Rotterdamse School Compositieprijs, uitgereikt door het Doelen Ensemble waarvoor ze verschillende composities schreef. Ze geeft les aan het conservatorium in Amsterdam, maakt muziektheater met haar eigen productiehuis, is artistiek leider van het Akom Ensemble en blijft verbonden aan Codarts als coördinator bij de afdeling Klassieke Compositie. Het Asko|Schönberg Ensemble speelde haar moderne klassieke compositie Iris, over een bloem hoog in de bergen die wordt getergd door een ijle wind, voelbaar gemaakt door afwisselend opkomende blazers. Artaçs werk wordt beschreven als kleurrijk, verrassend en harmonieus.

Dit is te horen in haar laatste kameropera Madam Koo, waarvoor ze inspiratie vond tijdens een wandeling door haar geboortestad Istanbul. „Het was vlak na een reeks aanslagen. Op Facebook gingen er lijstjes rond met de titel: ‘Hoe herken je een terrorist?’ Dan stond er bijvoorbeeld: ‘Let op als iemand een pasgeschoren gezicht heeft.’ Ik realiseerde me al snel dat iedereen daaronder zou kunnen vallen.” Zo kwam Artaç op het thema wantrouwen.

„Ik zag al vrij snel een decor voor me. Als een soort wip die doorslaat, de zoektocht naar innerlijke balans en het uiteindelijke verlies daarvan.”

Dit is kenmerkend voor de achterdochtige Madam Koo, het hoofdpersonage uit de absurdistische opera van productiehuis Diamantfabriek. Samen met regisseur Ingrid Askvik schreef ze het libretto. Artaçs moeder is scenarioschrijver, haar vader is regisseur. „Als ik begin met schrijven, denk ik niet alleen aan muziek. Ik neem alles mee, ook de personages en het decor. Het wordt allemaal één grote ballon die omhoog gaat.”

Artaçs ballonnen stijgen het komende jaar gestaag verder. Als kersverse curator voor het Dag in de Branding Festival voor nieuwe muziek, en als componist van een opera voor het Grachtenfestival 2019. En dan is er in mei ook nog een ander bijzonder project. „Voor het Pera Museum in Istanbul mocht ik een nachtconcert schrijven. Het hoort bij een expositie van keramiek: Coffee Break. Bijzonder, na al die jaren klinken mijn composities dan voor het eerst op eigen bodem.”

De kameropera ‘Madam Koo’ van Meriç Artaç is in 2019 nog verschillende keren te zien (inl: Diamantfabriek). Festival Dag in de Branding vindt plaats op 30/3. Inl: dagindebranding.nl

    • Dominique van Varsseveld