Hoger minimumjeugdloon pakt goed uit

Evaluatie

Werkgevers voorspelden meer werkloosheid onder jongvolwassenen door een hoger minimumjeugdloon. Ten onrechte, blijkt nu.

Oud-minister Asscher (Sociale Zaken) met actiegroep Young & United
Oud-minister Asscher (Sociale Zaken) met actiegroep Young & United Foto Bart Maat/ANP

Werkgevers vonden het onverstandig, de verhoging van het minimumloon voor jongvolwassenen per juli 2017. Jongeren zouden door de hogere lonen onaantrekkelijk worden voor bedrijven, met een stijgende jeugdwerkloosheid als gevolg. Bovendien dreigden jongeren minder onderwijs te gaan volgen, omdat een baan lucratiever wordt. Nu blijkt uit een evaluatie dat hun angstscenario niet is uitgekomen.

De arbeidsparticipatie van jongeren is „niet noemenswaardig” veranderd door het hogere minimumjeugdloon, constateert het economisch onderzoeksinstituut SEO in een onlangs gepubliceerde evaluatie in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Ook is het aantal schoolgaande jongeren niet significant gedaald.

Het vorige kabinet, Rutte II, verkleinde het verschil tussen het relatief lage minimumjeugdloon voor 18- tot 22-jarigen en het ‘volledige’ minimumloon voor alle werknemers vanaf 23 jaar. Dat was een grote wens van vakbonden en jongerenorganisaties, waarvan actiegroep ‘Young & United’ de zichtbaarste was. De eerste stap van de verhoging werd doorgevoerd in juli 2017, de tweede volgt dit jaar.

Zo was het minimumjeugdloon van een 20-jarige aanvankelijk 61,5 procent van het ‘normale’ minimumloon. Dat werd 70 procent in 2017 en zal dit jaar 80 procent worden.

Onderwijsvolgende jongeren

De werkgevers stonden niet alleen in hun kritiek. Ook het Centraal Planbureau verwachtte meer jeugdwerkloosheid en een daling van het aantal onderwijsvolgende jongeren.

Lees ook: Zijn kinderen slechter af dan hun ouders?

Volgens de onderzoekers van SEO zou het best kunnen dat het hogere minimumloon op zichzelf wél een negatief effect op de werkgelegenheid heeft gehad. Maar dat is dan waarschijnlijk deels teniet gedaan door een ter compensatie ingevoerde subsidie voor werkgevers. Zij krijgen nu een financiële vergoeding als ze iemand in dienst nemen tegen het minimumloon of mininumjeugdloon: het ‘lage-inkomensvoordeel’.

Op 1 juli van dit jaar volgt de tweede verhoging van het minimumjeugdloon. Toch is het nog de vraag of die net zo vlekkeloos verloopt als de eerste. Want sindsdien zijn er veel meer jongeren die precies op dat minimumjeugdloon blijven steken. Dat was ook te verwachten na de verhoging. Maar als hun minimumloon dan nóg eens omhoog gaat, zegt directeur Bas ter Weel van SEO, kunnen werkgevers hen te duur gaan vinden voor de productiviteit die ze leveren. „Dan zouden werkgevers weleens kunnen gaan zeggen: ik stop ermee.”

    • Christiaan Pelgrim