Draaiende slurven die van alles mee omhoogzuigen

Vuurkolken Vuurkolken leidden in de Nieuwjaarsnacht tot veel schade in Scheveningen. Wind speelt een rol bij het ontstaan ervan, maar hitte ook.

Een still uit een video van een vuurslurf die ontstond op het strand van Scheveningen.
Een still uit een video van een vuurslurf die ontstond op het strand van Scheveningen. Foto Stefan Dijkstra/Rueters

De beelden van het vreugdevuur op het Scheveningse strand worden plotseling angstaanjagend. Een oranje slurf kringelt omhoog uit de reusachtige vuurzuil, maakt zich los van de brandstapel en begint te zweven boven het zand. Dan komt er nog zo’n vuurslurf, en dan weer een, en allemaal bewegen ze in de richting van de duinen.

Het Scheveningse vreugdevuur is in de Nieuwjaarsnacht zo uit de hand gelopen dat er grote brandschade is ontstaan. Daarbij lijkt een hoofdrol te zijn gespeeld door zogeheten vuurkolken, die brandende stukjes hout verplaatsten van de stapel pallets naar de gebouwen langs het strand. Deze vuurkolken zijn vooral bekend van natuurbranden in onder meer Noord-Amerika, maar kunnen zich ook bij stadsbranden voordoen.

In alle gevallen zijn vuurkolken levensgevaarlijk, leren praktijkvoorbeelden uit 2016. Zo toverde een vuurkolk in het Canadese Alberta een klein grasbrandje in een oogwenk om in een vuurzee, die zich zo snel uitbreidde dat brandweermannen op de vlucht sloegen. In Californië joeg een vuurkolk 82.000 mensen op de vlucht en verslond in enkele uren 73 vierkante kilometer vegetatie en honderden huizen.

Twitter avatar AtelesFilms Michael J. Sanderson Witnessed Five #Vuur #tornados in a row and more on #newyearseve in #Scheveningen #DenHaag when the #Vreugdevuur #Bonfire got out of control https://t.co/JHHAr4L7Fy

Vuurkolken worden in het Engels fire tornado of firenado genoemd, omdat ze lijken op windhozen: draaiende slurven die van alles mee omhoogzuigen. Ze kunnen ontstaan als er extreme temperatuurverschillen optreden tussen het vuur en de directe omgeving, waardoor de lucht gaat draaien. De draaiende lucht wordt door de hitte recht omhooggestuwd en vormt zo een soort kurkentrekker.

De kolkende spiraal zuigt vervolgens zo hard lucht aan, dat voorwerpen de vuurkolk worden ingesleurd en als brandstof de kolk laten groeien. Bij de grote brand van Chicago in 1871 sleurden vuurkolken brandende planken mee over een afstand van 600 meter. Vluchtelingen voor de Kanto-aardbeving in Japan zagen in 1923 hoe hun laatste bezittingen werden meegesleurd door een gigantische vuurkolk.

Westenwind

Bij het ontstaan van de vuurkolken in Scheveningen kent weerbureau Weerplaza een grote rol toe aan de westenwind, die in de nacht aanzwol tot 5 op de schaal van Beaufort (tegen de 40 kilometer per uur). „Doordat de wind op hoogte harder waait dan pal aan de grond is er al een vorm van turbulentie aanwezig op het strand”, schrijft weerman Michiel Severin. De „straffe westelijke wind” probeerde nu bovendien om de vuurkolk te verplaatsen en dat veroorzaakte nog eens „extra turbulentie” en wervelingen.

Lees ook: ‘Vliegvuur’ zorgt voor branden in Scheveningen

Wind speelt inderdaad een belangrijke rol bij het ontstaan van vuurkolken, alleen al doordat de voortdurende aanvoer van koele lucht het temperatuurverschil met vuur in stand houdt. Een blik op de wetenschappelijke literatuur doet echter vermoeden dat de extreme hitte in het vuur wel eens belangrijker zou kunnen zijn. Zo blijkt het niet moeilijk om in het laboratorium – zonder wind – vuurkolken te creëren door in een aluminium bakje de temperatuur met een gasbrander ruim boven de 500 graden Celsius te brengen.

Het is niet ondenkbaar dat het vuur in Scheveningen zo heet is geworden doordat de brandstapel zo hoog was. Bij het bureau Efectis, dat in 2016 het veiligheidsrapport schreef met de voorschriften voor de vreugdevuren, is niemand bereikbaar voor commentaar. Het rapport rept in elk geval met geen woord over de kans op vuurkolken en praat alleen over de hitte, rookverspreiding en het mogelijk omvallen van de brandstapel. Voor de veiligheid wordt geadviseerd om de toeschouwers meer dan 100 meter afstand te laten houden en 120 meter bij harde wind. Die afstand bleek voor de toeschouwers voldoende om geschrokken maar ongeschonden de vuurkolken te zien passeren.