Nederlandse top-BMX’er Daniel Wedemeijer in actie tijdens het eerste officiële NK in Eindhoven.

Foto’s Robin Utrecht

Bij BMX freestyle juich je voor de trucs van je concurrent

BMX Freestyle

Tussen oude Philipsfabrieken in Eindhoven zijn nieuwe olympische dromen in de maak. In navolging van BMX-cross willen ook Nederlandse freestylers naar de Spelen.

Draai de wereldbol vanaf Aarle-Rixtel een kwartslag en je belandt ter hoogte van Tokio. 9.353 kilometer verderop, en toch waren het Brabantse dorp en het Japanse metropool nog nooit zo dicht bij elkaar.

Maar eerst naar Eindhoven, zestien kilometer verderop. Industrieterrein Strijp-S was daar half december het passende decor van het eerste officiële Nederlands kampioenschap BMX Freestyle. Het 040 BMX Park zit ingeklemd tussen oude fabrieken en gebouwen van Philips. Daarin zitten nu veelal creatieve bedrijven, start-ups, wat horeca, en een BMX-park dus. De buitenmuren staan vol met graffiti, tussen de gebouwen lopen bovenlangs geroeste leidingen waar vroeger grond- en afvalstoffen van Philips’ fabrieken doorheen vloeiden.

Doffe klappen en schelle piepen klinken door een openstaande deur. Wie de ingang zoekt, kan zich door het geluid laten leiden. Het park, ruim 3.000 vierkante meter, bestaat uit twee delen: rechts voor skaters, links voor BMX. Aanzienlijk hoger en steiler zijn de hellingen in dat linkse gedeelte.

Dagelijks verzamelen zich hier jongens en meiden, van basisschoolleerling tot beroepstatoeëerder, om zichzelf en elkaar nieuwe trucs te leren. Voor de profs wordt tussendoor ruimte gemaakt, maar geen moment is de baan leeg. Tussen iedere ‘run’ door schieten er wel een paar fietsjes het hout op.

Sinds de Spelen van Beijing in 2008 is het crossen op BMX-fietsen al een olympisch onderdeel. Sportkoepel NOC*NSF investeerde met onder meer een baan op sportcentrum Papendal, en werd uitbetaald met tot nu toe twee olympische medailles: brons voor Laura Smulders in Londen (2012) en zilver voor Jelle van Gorkom vier jaar later in Rio de Janeiro. Op het WK van afgelopen zomer kleurde het hele podium bij de vrouwen oranje.

Ook het BMX freestylen, kortgezegd binnen een bepaalde tijd trucs en sprongen uitvoeren, heeft alle ingrediënten om olympisch te zijn, vond Bart de Jong (49). En dus ging de geboren Aarle-Rixtenaar, zelf oud-wereldkampioen en Nederlands kampioen, aan de lobby.

Shanice Silva Cruz in actie op het eerste officiële NK BMX Freestyle. Foto Robin Utrecht

Aan de lobby voor Tokio

Als vertegenwoordiger van de internationale wielerunie UCI vliegt De Jong de wereld over om urenlang met bestuurders te praten over zijn sport. Wat voor de Spelen van 2008 niet lukte – BMX cross debuteerde toen wel als olympische sport – lukte twee jaar geleden wel in Montpellier. Bij een show met extreme sporten krijgt De Jong vertegenwoordigers van het olympisch comité (IOC) ervan overtuigd: BMX Freestyle wordt een onderdeel op de Spelen van Tokio in 2020.

Wat de baan op Papendal voor de crossers is, is het BMX-park in Eindhoven voor de freestylers. Toprijders zijn hier vrijwel dagelijks aan het trainen en sommigen verhuisden om er dichter bij te wonen. De houten baan is alleen in het middenstuk vlak. Tegen de zijkanten zitten schansen in alle denkbare hoeken en standen.

Wie de profs aan het werk ziet op de baan, maakt gelijk kennis met de potentie van beide. „Wat doen die chicks daar? Dit zijn toch de pro’s?”, klinkt het vanaf de tribune. Met ongeschreven voorrangsregels vliegen de mannen en vrouwen kriskras door elkaar heen.

In meerdere opzichten is de sport vooruitstrevend. Zo rijden de mannen en vrouwen tegelijkertijd warm op officiële wedstrijden en krijgen ze evenveel prijzengeld. Tijdens het NK van vorige maand werden de rijders voorzien van een tracker met GPS waarmee de route en hoogte van de sprongen live op een groot scherm werden geprojecteerd.

De finale-run van Shanoce Silva Cruz bij het NK in Eindhoven.
Visualisatie CLEVER°FRANKE/ Data Urban Sports Performance Centre
De finale-run van Tom van den Bogaard bij het NK in Eindhoven.
Visualisatie CLEVER°FRANKE/ Data Urban Sports Performance Centre

Voor Bart de Jong was het NK een goed moment om bedachte regels in de praktijk te zien. In aanloop naar de Spelen helpt hij mee aan het ontwikkelen van een regelboek. Een behoorlijke klus voor een sport waarbij tot voor kort ter plekke werd bekeken hoe een wedstrijd werd georganiseerd. „Wat eerst nog geen A4’tje was, werd voor de UCI een magazine en moet voor de Spelen een telefoonboek worden.”

Van het geluid van de buzzer die na zestig seconden afgaat tot de manier waarop namen op een scorebord weergegeven worden – alles moet op papier. De Jong heeft er zijn hogere doel van gemaakt om de sport ondanks al die regels en voorwaarden zijn charme niet te laten verliezen. „Dan nog liever niet olympisch.”

Als voorloper nu achterop

Toch gaan de ontwikkelingen maar een heel klein deel van de sport aan. De Nederlandse top bestaat uit zo’n vijf mannen en één vrouw. Allen met Eindhoven als uitvalsbasis. Shanice Silva Cruz (25) had de titel op voorhand al zo goed als binnen. Haar ene concurrente was geblesseerd, de ander had geen Nederlands paspoort.

Of Cruz aansluiting kan vinden bij de wereldtop zal komend jaar blijken. Ze is volledig op zichzelf aangewezen om daarvoor te zorgen. In trainingen trekt ze op met mannen. „Je sprokkelt eigenlijk bij verschillende mensen tips en hulp bij elkaar om beter te worden.”

Tokio is het doel, maar daar is slechts plek voor de beste negen vrouwen en negen mannen. Om daarbij te komen moet je als land punten verdienen. Ook al zou Nederland sportief gezien kunnen meedingen, het is maar de vraag of er voldoende financiële middelen zijn om bij alle belangrijke wedstrijden aanwezig te kunnen zijn.

Voor een A-status bij NOC*NSF, met onder meer financiële steun, komen de freestylers pas na de Spelen in aanmerking. In andere landen gaan ontwikkelingen harder. Zo investeerde het Verenigd Koninkrijk bijna 2 miljoen euro. Genoeg om met een team en een eigen fysiotherapeut de wereld over te vliegen naar wedstrijden en trainingskampen.

Tom van den Bogaard in actie op het eerste officiële NK BMX Freestyle.
Foto Robin Utrecht
Tom van den Bogaard in actie op het eerste officiële NK BMX Freestyle.
Foto Robin Utrecht

Bij de mannen is het niet anders. Daniel Wedemeijer (28) zit al jaren in de sport en weet niet beter dan dat hij zijn eigen zaken regelt. Na lang gewacht te hebben op een eerste NK kwam hij hard ten val in de finale. „Hoort erbij.” Hij en medefavoriet Tom van den Bogaard worden bijgestaan door grote sponsoren. Dat helpt in elk geval met reizen naar wedstrijden.

Van den Bogaard liet op het NK met ongekende snelheid ongeëvenaard kunst- en vliegwerk zien. De andere finalisten, die meejuichten bij iedere truc die Van den Bogaard volbracht, zagen al voor de buzzer afging: dit is de Nederlands kampioen. Niet toevallig is het dat ook hij uit Aarle-Rixtel komt. Daar doet hij van kleins af aan al mee aan evenementen georganiseerd door De Jong.

Het schuurt dat juist Nederland achterblijft op andere landen, nadat een Nederlander er mede voor zorgde dat het olympisch werd. De Jong: „Er moet iemand opstaan om aan de KNWU en NOC*NSF duidelijk te maken wat er nodig is, wat het plan is en de kansen zijn.” Vanwege zijn werk voor de UCI mag hij zich er niet mee bemoeien. „Zoiets gaat niet vanzelf, je moet om de tafel.”

Tom van den Bogaard in actie tijdens de finale van het eerste officiële NK:

    • Maike van Leeuwen