Robbert Dijkgraaf: „Tot nu toe voeren we in de wetenschap op een veilig riviertje. Nu komen we op de oceaan.”

Foto Annemieke van der Togt

‘We staan op een kantelpunt in de wetenschap’

Robbert Dijkgraaf

Theoretisch natuurkundige Robbert Dijkgraaf geeft drie tv-colleges over ‘de toekomst’, ditmaal samen met andere wetenschappers. „Ik probeer een ijsbreker te zijn.”

Moeten we het niet eens anders doen, vroegen Robbert Dijkgraaf en Matthijs van Nieuwkerk zich een jaar geleden af, net nadat Dijkgraaf een tv-college had gegeven over symmetrie, zijn zevende alweer in de collegereeks DWDD University. Ze vonden het tijd worden voor „een 2.0-versie”, vertelt Dijkgraaf.

Sinds de start in 2012 is DWDD University een succesvolle spin-off van de bekende talkshow waarin ook experts als Erik Scherder (over het brein), Freek Vonk (evolutie) en Beatrice de Graaf (terrorisme, spionage) een uur lang college geven. Dijkgraaf, theoretisch natuurkundige, doceerde het vaakst, over onder meer de oerknal, Einstein en het oneindige.

Op 2, 9 en 16 januari zendt BNNVARA drie nieuwe colleges uit van de oud-KNAW-president die momenteel directeur is van de prestigieuze onderzoeksinstelling Institute for Advanced Study in Princeton in de VS. Eind november was hij in Nederland om de colleges over ‘de toekomst’ in één dag op te nemen.

Anders dan voorheen praat Dijkgraaf niet een uur vol. Dit keer schuiven na een half uur experts aan. Dijkgraaf fungeert dan als talkshowhost. Ook worden vragen uit het publiek beantwoord.

Was er een aanleiding om het concept te veranderen?

„Nee, maar op een gegeven moment ben ik ook wel klaar met dat format.”

Is een lang hoorcollege geven op tv niet meer van deze tijd?

„Nee, maar ik ben geen expert in alles. Ik kan nu als gids optreden in onderwerpen die verder van me af staan.”

Moet een wetenschapper zich wel aan ‘de toekomst’ wagen? Je weet toch per definitie niet hoe die eruitziet?

„Ja en nee. DNA werd 65 jaar geleden ontdekt. Dat het DNA-molecuul uiteindelijk letter voor letter zou worden uitgelezen, was een makkelijke voorspelling. Een quantumcomputer kan nu een simpele som uitrekenen. Je weet: dat zal snel veranderen.”

Lees ook de column van Robbert Dijkgraaf over de toekomst: Alles wat mogelijk is zal gebeuren

De colleges zijn opgesplitst in de toekomst van het leven, technologie en informatie. Nogal breed.

„Er zijn veel overeenkomsten. Bij alledrie de vakgebieden is één sleuteltechnologie nét verschenen. Op het gebied van ‘leven’ kunnen we met de crispr-cas-methode genetische informatie herschrijven. Als het gaat om ‘technologie’ kunnen we net de eerste berekeningen doen met de quantumcomputer. Rond ‘informatie’ heb je de opkomst van kunstmatige intelligentie. Google kan sinds kort een konijn herkennen op een foto.

„Langzaam zijn we de bouwstenen van de natuur gaan ontdekken. In mijn eigen vakgebied zijn dat moleculen, atomen, elementaire deeltjes. In ‘leven’: cellen, genen, DNA. In informatie: bits, nullen. Je zou kunnen zeggen dat we op het fundamentele niveau van het leven zelf zijn aanbeland. Je loopt zo van de biologie over naar de technologie: nanomachientjes komen letterlijk in je bloedbaan, in het lab programmeren ze bacteriën.

„Collega’s in al die vakgebieden zeggen: nu kunnen we gaan bouwen. Dat was voor mij een belangrijk inzicht: wacht even, de wetenschap gaat niet alleen over wat er is, maar ook wat er gaat komen.”

Is er ook iets gemeenschappelijks te zeggen over de toekomst van deze drie vakgebieden?

„Tot nu toe voeren we op een veilig riviertje. Nu komen we op de volle oceaan. Nu kan eigenlijk alles. Het gaat niet meer om ‘heeft iemand een gekke bacterie ontdekt’? Nee, je bouwt hem gewoon from scratch. Dat is het gemeenschappelijke: wetenschap gaat niet meer om het ontdekken, maar om het design van ons leven.”

Wat wilt u dat de gemiddelde kijker onthoudt van de colleges?

„Dat we op een kantelpunt in de wetenschap staan. Aan de top van een roetsjbaan. Ze zijn gewaarschuwd.”

Ionica Smeets, hoogleraar wetenschapscommunicatie, zei in NRC dat dankzij u andere wetenschappers ook durven een breed publiek toe te spreken. Voelt u zich daarvoor verantwoordelijk in Nederland?

„Niet in Nederland, in de wereld! Ik probeer een ijsbreker te zijn. De wetenschap moet overal voeling houden met de maatschappij, omdat ze zo’n grote sturende kracht is.”

Wat is goede wetenschaps-tv?

„Mensen moeten zich betrokken voelen. Bij de een lukt dat met plaatjes, bij de ander met een historisch of persoonlijke verhaal. Mijn geheim is dat ik om de paar minuten van scène wissel. Soms is het prachtig om een geweldig mooie animatie om je heen te hebben, soms is het veel leuker om een alledaags object te pakken.”

Dijkgraafs eerste college voor DWDD University

Van programma’s als ‘Proefkonijnen’ (BNN) wordt gezegd: dat zijn maar proefjes. Het knalt lekker, maar heeft weinig informatiewaarde.

„Toen ik net KNAW-president werd deed ik een proefje op tv. Ik probeerde een gaatje te branden in een waterballon, boven het hoofd van een actrice want dat ziet er spannend uit. De ballon knapt niet, omdat het water de ballon koel houdt. De dag erop mailde een natuurkundige: mooi proefje, maar je uitleg was helemaal verkeerd. Je liet het proefje niet zien om de thermodynamica uit te leggen, maar om te laten zien dat je kunt vertrouwen op de wetenschap. Proefjes gaan niet over knallen, maar over het tonen van wetmatigheden in de natuur. Die zekerheid is een van de grootste dingen die de mensheid ontdekt heeft.”

In Amerika leidt u een ivoren toren. Begrijpen ze daar dat u naar Nederland gaat om basisnatuurkunde uit te leggen?

„Er wordt wel eens gegrapt dat mijn instituut het penthouse is in de ivoren toren, haha! Helemaal begrijpen doen ze het niet. Ze kunnen zich eigenlijk niet voorstellen dat je voor een groot publiek over de oerknal kan praten.”

Wordt dat niet gedaan in Amerika?

„Het is droevig gesteld met de inhoudsvolle televisie in Amerika. Zelfs de wetenschapsbijlage van The New York Times gaat minder diep dan die van NRC. Op tv zijn er wel documentaireseries, maar verder is er niet veel.”

Kunt u daar geen verandering in brengen?

„Ik zou het graag willen, maar dat is een hele grote steen om op te tillen. In Nederland was ik een klein trapje van een grote Apollo-raket, DWDD. Je moet door iets gelanceerd worden.”

Dan over uw eigen toekomst: komt er nog een collegereeks?

„Dit was voor mij de overtreffende trap: drie uitzendingen in één keer. Heel veel werk. Ik heb er nu tien gedaan. Dit voelt op z’n minst als een natuurlijk rustpunt.”

Dus het is vooralsnog de laatste?

„Ik heb wel iets volbracht, ja.”

De drie colleges zijn te zien op 2, 9 en 16 januari om 21.25 uur op NPO 1.