Dit vuur moest rotzooi voorkomen

Brand Scheveningen Het vreugdevuur op Scheveningen liep tijdens de jaarwisseling uit de hand. Komt hiermee een einde aan de traditie?

Scheveningen neemt op Nieuwjaarsdag de schade op. Auto’s zijn beschadigd, fietsen verbrand. Burgemeester Krikke (foto rechtsonder) komt ook kijken.
Scheveningen neemt op Nieuwjaarsdag de schade op. Auto’s zijn beschadigd, fietsen verbrand. Burgemeester Krikke (foto rechtsonder) komt ook kijken. Foto’s Bart Maat/ANP

Bij het eerste daglicht is op nieuwjaarsdag de ravage op Scheveningen goed te zien. Een zwarte, dikke smurrie van kool en as bedekt de boulevard en straten ver daar achter. De vis- en patatkraam is uitgebrand. En nog altijd hangt er een dikke, dikke, witte rookwolk boven het dorp. Op het strand is de brandweer nog tot het eind van de middag aan het nablussen.

Het vreugdevuur, dat hier ieder jaar op het strand wordt opgebouwd uit duizenden houten pallets, liep rond één uur ’s nachts uit de hand: vliegvuur, stukjes brandend materiaal, woei recht het dorp in. Daken en duinen vlogen in de brand, de Keizerstraat was één grote vuurregen. Uit de hele veiligheidsregio werden brandweerkorpsen ingezet om te blussen. Er vielen geen gewonden.

„Ik denk dat we veel geluk hebben gehad dat er louter materiële schade is”, zegt burgemeester Pauline Krikke (VVD) dinsdagmiddag. De vuurtorens – niet alleen die van Scheveningen, maar ook die van het concurrerende Duindorp, dat aan de zuidkant van de haven ligt – zijn te hoog geweest. De stapels mochten 35 meter hoog zijn, beide wijken claimden de overwinning met stapels van zo’n 48 meter hoog te hebben.

Stapels te hoog

De gemeente wist dat: een nacht eerder zijn volgens Krikke de bouwers „in het holst van de nacht hout gaan bijleggen”. Ze hebben „de afspraken met voeten getreden”, zegt ze. Daar zijn de bouwers „op aangesproken”, de gemeente heeft de hekken voor de toeschouwers verder van het vuur geplaatst. Maar afgebroken werden de stapels niet, noch verbood Den Haag de vuren.

Een „minutieuze” evaluatie moet duidelijk maken wat er precies misging, herhaalt Krikke een aantal maal. Verschillende Haagse partijen eisen meer uitleg van de burgemeester. Ze willen weten waarom de vuren ondanks het schenden van de afspraken aangestoken mochten worden. Al beseffen sommigen ook dat een verbod wellicht tot rellen had geleid.

Lees een column uit 2016 van Christiaan Weijts over de vreugdevuren in Duindorp en Scheveningen.

De toekomst van het vreugdevuur is dan al uren het gesprek van de dag op Scheveningen. In de verte smeult de stapel van Duindorp, die verder van de bebouwing ligt maar ook te hoog was, nog na. Sommige Scheveningers herinneren zich nog de tijd van vóór de vuren, toen in Den Haag alles wat los en vast zat in brand werd gestoken. Dat begon na de oorlog met kerstbomen rausen (stelen) en daarmee een fikkie te stoken. Maar het aantal bomen was beperkt en wijken raakten slaags om het hout dat er wel was. Steeds vaker gingen niet alleen bomen, maar ook autobanden en zelfs hele auto’s op het vuur. In de jaren zeventig en tachtig zagen Scheveningen en Duindorp er na de jaarwisseling uit als oorlogsgebied, met opengebroken straten, smeulende vuren en de inzet van de ME.

Vijf dagen lol

Het aanwijzen van bouwplekken hielp Den Haag rustiger te krijgen – al moesten omwonenden met natte lakens hun huizen beschermen. Eind jaren negentig werd daarom het strand gekozen voor de vreugdevuren.

Daarmee ontstond ook de huidige traditie: het bouwen van de hoogste stapel. De vreugdevuren werden in 2014 zelfs nationaal erfgoed. Voor veel Scheveningers is het afsteken een jaarlijks feest. Al op Vlaggetjesdag (als in mei of juni de eerste haring wordt geveild) wordt er voor de pallets geld ingezameld. Op de dagen van de bouw verzamelen zich hele families bij de container, waaruit keiharde house klinkt die de bouwers moet opzwepen. De jongsten wordt onderwijl geleerd hoe ze een stapel moeten bouwen.

Foto Eric Brinkhorst

„Het was vijf dagen lol. En nu dit, wat ontzettend triest”, zegt Karen van der Does. Haar zoons en kleinzoons bouwden mee aan het vreugdevuur. Ze vertelt over „de grote paniek” die er rond twee uur ’s nachts uitbrak toen de vijftiende-eeuwse Oude Kerk aan de kop van de Keizerstraat in gevaar kwam. De brandweer heeft de kerk de hele nacht natgehouden.

Ook buurtbewoners hielpen met blussen. Emmi Friedeman laat op haar telefoon foto’s zien: Scheveningers die op de daken emmers water doorgaven en met tuinslangen in de weer waren.

’s Ochtends helpt men elkaar met schoonmaken. Op het terras van cocktailbar Zahara veegt eigenaresse Annet Caminada het roet weg. Voor de bar staat een aantal uitgebrande fietsen. Ze zegt: „Dit is het toch allemaal niet waard. Dit risico kunnen we toch niet nog eens nemen?”

De burgemeester wil de vuren niet onmiddellijk verbieden, maar eerst de evaluatie afwachten. „We moeten samen als stad bepalen of we dit wel willen. De vuren zijn prachtig – als het goed gaat”, zei Krikke dinsdagmiddag. Maar ze zei ook: „Veiligheid moet voorop staan.”

Tegen Omroep West heeft organisator Peter van Zaanen al gezegd: „Ik denk dat dit het laatste vuur is geweest. Zeker voor mij.” De bouwers hebben volledige medewerking toegezegd bij de evaluatie.

    • Titia Ketelaar