Opinie

Woede tegen ‘diversiteitsgedram’ helpt ons niet

Vier supermarkten toonden in hun kerstreclames alleen witte mensen. De ophef die dat veroorzaakte, leidde weer tot veel boosheid. Dat zegt veel over Nederland, betoogt René Romer.

Jumbo kerstreclame 2018

In het artikel Een witte kerst in de supermarktreclames: nul mensen met een migratieachtergrond (19/12) gaf Sheila Kamerman een zakelijke beschrijving van de kerstcommercials van vier supermarktketens. De constatering dat alle personages een lichte huidskleur hebben was opvallend, het verschil met Engelse kerstcommercials groot.

Kamerman vroeg reacties aan ondergetekende en creatief strateeg Nadine Ridder. Onze verbazing over het gebrek aan diversiteit komt mede voort uit de aandacht die deze reclamefilms al elders hadden gekregen; de in de tonnen lopende kosten werden verantwoord met de stelling dat élke Nederlander ermee moest worden bereikt.

In de drie grote steden heeft de meerderheid van de bewoners een migratieachtergrond (volgens de CBS-definitie). Datzelfde geldt voor eenderde van de inwoners van onze meest bevolkingsrijke provincie Zuid-Holland én dertig procent van alle 20- tot 40-jarigen in heel Nederland, de derde generatie niet eens meegeteld. De ‘iedereen’-constatering is dus een eigenaardige.

Tot zover de feiten. Nu de emoties. Want de sociale-mediastorm die het artikel voortbracht was fors, en ook de GeenStijl-bezoekers gingen los. Telegraaf-journalist Wierd Duk citeerde socioloog Herman Vuijsje die het „een geforceerde sprint” noemde „om de burgers diversiteit door de strot te duwen.” De NRC-website publiceerde eveneens veel negatieve reacties en zelf werd ik gebeld door twee woedende heren; als witte man was ik een verrader.

Wat zegt al deze boosheid over het Nederland van vandaag? Veel, vrees ik. Het beeld dat we van onszelf hebben als progressief voorbeeldland klopt niet. Wie daarop wijst, haalt zich woede op de hals.

Niet lang geleden keurden linkse mensen etnomarketing af

Toen ik mij een kwart eeuw geleden specialiseerde in wat we toen nog etnomarketing en later diversiteitsmarketing noemden, trok het vakgebied vooral belangstelling aan de rechterkant van het politieke spectrum. In de jaren daarna gaf ik presentaties voor werkgeversorganisaties, ondernemersverenigingen en grote multinationals. Ik begeleidde een onderzoek over de kansen voor commerciële multiculturele radio voor de huidige PVV-politicus Martin Bosma. Het eerste exemplaar van een boek over etnomarketing werd aan toenmalig VVD-leider Hans Dijkstal aangeboden. Veel linkse mensen keurden het vakgebied toen nog af, want ‘arme allochtonen’ mocht je geen geld uit de zak kloppen.

Twee decennia later val ik met mijn vakgebied onder de categorie deugmensen, waarbij de VVD niet meer mijn vriend maar vijand is. Het pleiten voor een inclusieve samenleving waarin álle Nederlanders zich kunnen herkennen, onafhankelijk van huidskleur, religie, seksuele geaardheid of welke achtergrond ook, word je vandaag niet in dank afgenomen. Door de weerstand tegen wat ten onrechte de diversiteitsindustrie wordt genoemd, groeien bevolkingsgroepen verder uit elkaar.

Dit is geen gedram van ‘deugmensen’

Volgens een recent onderzoek van Motivaction Research en TransCity onder Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders is de identificatie met de Turkse of moslim-identiteit (87 procent ), Marokkaanse of moslim-identiteit (92 procent), Surinaamse, hindoestaanse of Javaanse identiteit (66 procent), Antilliaanse identiteit of die van Curaçao of Aruba (75 procent), weer flink toegenomen ten opzichte van een eerdere meting. Vooral onder Surinaamse Nederlanders is de stijging met 22 procent groot. De identificatie met Nederlands als identiteit van eerste keuze is onder het totaal van deze groepen gedaald tot onder de 10 procent. Datzelfde onderzoek concludeert dat biculturele Nederlanders zich steeds minder herkennen in mainstream Nederlandse media.

In het licht van deze cijfers is het pleidooi voor een inclusieve samenleving, waarin álle Nederlandse burgers zichzelf herkennen en die als de hunne beschouwen, geen gedram van deugmensen. Het is een nationaal belang. Meer politici en media zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en dat nationale belang uitdragen, in plaats van boze burgers bozer te maken.

Lees ook dit opiniestuk: Reclames worden al jaren diverser. Kerst volgt wel

De Nederlandse reclamebranche behoort tot de minst inclusieve beroepssectoren van ons land. En hoewel er best wel wat kleur in reclames valt te ontdekken, wordt vrijwel alle communicatie ontwikkeld vanuit het perspectief van de witte bureaumensen. Wie het aan de orde stellen van het gebrek aan inclusiviteit afkeurt, verwerpt het streven naar een geïntegreerde samenleving waarin we ons allemaal thuis voelen – mogelijk zonder dat te willen. Met het NRC-artikel over het totale gebrek aan diversiteit in wat mogelijk Nederlands duurste reclamefilms van het jaar zijn, was niets mis. Naast woede was er daarom ook veel bijval. Want wie een inclusieve samenleving wil waarin álle burgers met trots kunnen zeggen zich Nederlander te voelen, zou publicatie van dit soort artikelen juist moeten ondersteunen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.