‘Wielrennen plukt nog vruchten van de 350 miljoen van Rabo’

Dit schrijft journalist Raymond Kerckhoffs in het eindejaarsnummer van Procycling.

Foto iStock

De aanleiding

Het jaar 2018 was zeer succesvol voor de Nederlandse wielersport. Niki Terpstra en Anna van der Breggen wonnen de Ronde van Vlaanderen. In alle grote rondes – Giro, Tour en Vuelta – speelden Nederlanders een hoofdrol, van Tom Dumoulin tot Steven Kruijswijk en sprinter Dylan Groenewegen. Annemiek van Vleuten werd wereldkampioen tijdrijden, Van der Breggen won de wegrit. Jonge talenten als Mathieu van der Poel, Fabio Jakobsen en Sam Oomen bestormen de top. En dat terwijl het wielrennen in Nederland zes jaar geleden nog in een diepe crisis leek te belanden, stelt wielerjournalist Raymond Kerckhoffs in het magazine Procycling. Rabobank staakte in oktober 2012 abrupt de sponsoring, toen de ploeg genoemd werd in het dopingschandaal rond Lance Armstrong. Maar de investering van 350 miljoen euro die de bank tussen 1996 en 2012 deed, vormt volgens Kerckhoffs nog altijd een basis voor het huidige succes. Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Kerckhoffs stelt dat de huidige toppers in het verleden allemaal zijn opgegroeid met de sponsoring van Rabobank, bij de eigen wielerploeg van de bank (mannen, vrouwen en jeugd) of in de nationale selecties van wielerbond KNWU. Hij becijfert de totale sponsorbijdrage op gemiddeld ruim 20 miljoen euro per jaar over een periode van zeventien jaar tijd. „Dat is inclusief de bijdrage van de lokale banken voor de breedtesport en het enthousiasmeren van de jeugd.” Een hoog bedrag? „Met 350 miljoen euro praat je over het grootste sponsorbedrag in de historie van de Nederlandse sport”, stelt sportmarketeer Bob van Oosterhout, auteur van de Top-100 Sportsponsors. „ING in het voetbal schat ik op ongeveer 200 miljoen. Philips sponsort al 100 jaar PSV, als je de laatste 25 jaar een gemiddelde neemt van 5 miljoen per jaar kom je voor die periode op 125 miljoen. Op dit moment zijn er in de Nederlandse sport verder geen sponsorships met vergelijkbare bedragen.”

En klopt het?

Van Dumoulin tot Van der Breggen, van Marianne Vos tot Bauke Mollema: allemaal reden ze met Rabobank als sponsor in (jeugd)ploegen. Ook in de begeleiding zitten nog volop mensen met een Rabo-achtergrond, zoals Nico Verhoeven en Frans Maassen (Jumbo-Visma), Michiel Elijzen (Sunweb), Michael Boogerd (Roompot) en bondscoach Koos Moerenhout. En het bedrag van 350 miljoen? Een woordvoerster van de Rabobank bevestigt dat het bedrag „bij benadering” juist is. Theo de Rooij, voormalig directeur van de Rabo Wielerploegen, legt uit dat de 350 miljoen niet alleen het budget voor ploeg en wielerbond is. „Rabobank betaalde daarmee ook commercials rond het wielrennen en hospitality bij evenementen. En de lokale banken sponsorden op plaatselijk niveau.” De sponsoring stopte ook niet direct met het afscheid van de ploeg in 2012, volgens De Rooij. „Ze hebben alle lopende contracten tot en met 2014 gerespecteerd.” Bij de KNWU liep de sponsoring door tot eind 2016. „Als je dat allemaal meeneemt, kom je in de buurt van de 350 miljoen euro”, aldus De Rooij. Ook Van Oosterhout denkt dat de rekensom klopt. „Zo’n twintig miljoen euro per jaar, in het begin minder en aan het einde wat meer.”

Conclusie

De huidige toprenners en veel van hun begeleiders zijn opgegroeid in een tijdperk waarin de Rabobank miljoenen investeerde in de wielersport. Het Nederlandse wielrennen plukt daar nog altijd de vruchten van. De bank bevestigt zelf dat de totale investering in de wielersport bij benadering 350 miljoen euro bedroeg, volgens sportmarketeer Van Oosterhout (bureau TripleDouble) de grootste sponsorbijdrage ooit in de Nederlandse sport. Alleen de periode van 1996 tot en met 2012 klopt niet, dat moet tot en met 2014 (wielerploeg) en 2016 (KNWU) zijn. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.

    • Maarten Scholten