Tsai zoekt de grenzen van het fysieke op met zijn films

Tsai Ming-liang De Taiwanese filmmaker laat tijd vloeien als water.

Tsai Ming-liang zoekt al langer de grenzen tussen de verhalende speelfilm en de filmische ervaring op.
Tsai Ming-liang zoekt al langer de grenzen tussen de verhalende speelfilm en de filmische ervaring op. Foto: Filmmuseum

Water speelt een belangrijke rol in zijn oeuvre, ook weer in The Deserted, zijn nieuwste werk. Of film, The Deserted is het eerste virtualrealitywerk van de Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang (Kuching, Maleisië, 1957), die al langer de grenzen tussen de verhalende speelfilm en de filmische ervaring opzoekt.

Hij was niet direct overtuigd toen de voormalige directeur van het Filmfestival Venetië Marco Müller hem suggereerde in het nieuwe medium te werken. Maar achteraf bezien lijkt het niet meer dan logisch. In het 55 minuten durende The Deserted neemt hij ons mee naar een vervallen huis in de bergen waar zijn vaste hoofdrolspeler en muze Lee Kang-sheng een man speelt die herstellende is van een mysterieuze ziekte en die in zijn hallucinante droomstaat tussen waken en slapen wordt bezocht door schimmen en herinneringen, door spoken en gewone mensen, en nog het meeste contact lijkt te hebben met een sprekende vis in zijn badkuip. En daar is dat water weer. InTsais werk een symbool voor transformatie. Maar ook een transportmiddel tussen verschillende lagen van werkelijkheid en tijd.

Lees ook een interview met Tsai Ming-liang: ‘Ik wil schilderijen maken met mijn films’

Geen wonder dat de regisseur van arthouseklassiekers en prijswinnende films als Vive l’amour (1994 Gouden Leeuw Venetië), The River (1997 Zilveren Beer Berlijn), The Hole (1998 persprijs in Cannes), The Wayward Cloud (2005 Zilveren Beer Berlijn), Stray Dogs (2013 speciale juryprijs Venetië) vaak in één adem wordt genoemd met de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul. Met hun troostrijke, meditatieve en vaak hun eigen logica zoekende films vertegenwoordigen ze beiden de zogeheten ‘slow cinema’. Maar eigenlijk is dat ook een vervelend vooroordeel waar ze steeds mee te maken krijgen. Want tegenover elk minutenlang shot waarin alleen zachtjes de tijd verstrijkt, is Tsai ook de bedenker van flamboyante, compromisloze, operateske cinema als de tragische pornomusical met watermeloenen The Wayward Cloud of Visage (2009) waarvoor hij het complete Louvre in Parijs overhoop haalde.

Tsai begon zijn carrière als de chroniqueur van moderne grootsteedse verveling en vervreemding. De jongeren die in zijn debuutfilm Rebels of the Neon God (1992) door nachtelijk Taipei crossen werden een icoon voor hun generatie, tussen traditie en vooruitgang, tussen Oost en West, tussen eerbiedig zwijgen en niet kunnen spreken. Vanaf What Time is it There? (2001) liet hij meer van zijn invloeden toe, of het nu sentimentele Chinese musicals of ernstige artfilms waren. Tijdens zijn studie Dramatic Art aan de universiteit van Taipei had hij immers kennis gemaakt met Europese filmauteurs als Antonioni, Fassbinder en Truffaut. Met name het werk van die laatste, en zijn langdurige samenwerking met acteur Jean-Pierre Léaud, die je sinds zijn debuut op 14-jarige leeftijd als de jonge Antoine Donel in Les Quatre Cents Coups (1959) als het ware voor Truffauts camera kon zien opgroeien, was van grote invloed. Léaud zou later rollen krijgen in What Time is it There? en Visage.

Ook Tsai vond zijn muze tijdens het draaien van zijn eerste film: de tv-productie The Kid (1991). Lee Kang-sheng treedt als zijn alter ego Hsiao-kang bijna exclusief in Tsais films op. En de drie films die hij zelf regisseerde, lijken vaak een antwoord op zijn acteerwerk. Tsai plaatst hem altijd in extreme, seksuele en fysiek ongemakkelijke situaties die bijna aan performancekunst doen denken: als alleenstaande vader eindeloos een kool etend in Stray Dogs, of als boeddhistische monnik in slow motion lopend door Marseille in Journey to the West (2014). Die zoektocht naar de grenzen van de lichamelijke ervaring in de filmische (tijd)ruimte maakt virtual reality een vanzelfsprekende vervolgstap. VR haalt je immers uit je bioscoopstoel en creëert een nieuwe ervaring van lichaam en tijd.

In de ontroerend intieme documentaire Afternoon (2015) praten Tsai en Lee samen over hun professionele en persoonlijke relatie, die soms wat weg heeft van een liefdesrelatie, en soms iets van een eerste ontmoeting tussen twee zielsverwanten die elkaar alleen door hun werk echt kunnen leren kennen. Ook in Tsais nieuwe documentaire Your Face, die later deze maand te zien zal zijn op het Filmfestival Rotterdam, geeft Lee weer acte de présence met een herinnering aan zijn vader. Afternoon is gedraaid in hetzelfde vervallen huis als The Deserted. En misschien is dat een teken dat in het werk van Tsai alles altijd in elkaar overloopt. Zijn eigenzinnige fantasieën zijn slechts manieren om datgene wat voor hem anders onzegbaar is (vragen rondom intimiteit, homoseksualiteit, kunstenaarschap en sterfelijkheid) zichtbaar te maken.

    • Dana Linssen