Recensie

Subtiele en intelligente film over verlies en onthechting

Arthouse ‘An Impossibly Small Object’ zit vol fraai camerawerk en heeft een uiterst subtiel en intelligent script. Toch kleeft aan de film iets van defensief navelstaren.

In An Impossibly Small Object speelt filmmaker David Verbeek een versie van zichzelf. Een tussen Azië en Nederland pendelende fotograaf, onthecht, ongrijpbaar en dromerig. Ontvlucht hij iets? Zoekt hij iets? Zijn vriendin Severina plaagt dat hij een ‘garagefotograaf’ is vanwege zijn obsessie met gebouwen, neon en geparkeerde auto’s. Hem gaat het om ‘urban layers’, legt hij uit. Om de „disconnectie van het stadsleven”, gestold in de lagen en blokken van het flatgebouw.

In de epiloog proberen twee subsidiegevers uitleg te ontlokken aan de tergend vage fotograaf. Wat bedoel je met dit beeld? Wat betekent dat voor jou? En als je dat niet kan uitleggen, hoe wil je dan publiek trekken? Een middagje bij het Filmfonds, zeg maar: meer meta kan nauwelijks.

An Impossibly Small Object kan bogen op fraai camerawerk van Morgan Knibbe en een uiterst subtiel en intelligent script dat – net als Verbeeks vorige film Full Contact – in drie realiteitslagen één kwestie aansnijdt: dat je geobsedeerd kan raken van iemand die al je energie en aandacht opzuigt. Een emotioneel zwart gat.

Het achtjarige Taiwanese meisje Xiao Han heeft dat met klasgenootje Hao-Hao, die naar New York dreigt te verhuizen. De fotograaf betrapt haar als ze desolaat een neon-vlieger oplaat in nachtelijk Taipei. Een beeld dat hem diep raakt, en later blijkt waarom. Een bejaarde dame in het vliegtuig dient als soort explicateur: ook zij had had zo’n zwart gat, zo’n ‘impossibly small object’. Of zijn zij en het meisje Xiao projecties van de fotograaf?

An Impossibly Small Object gaat over verlies en onthechting, beeld en projectie, en beantwoordt elke denkbare kritiek zelf proactief. Ontroerend zolang we bij Xiao zijn, blijkt het tweede deel van de film een cerebrale analyse van onthechting en vervreemding. Het siert Verbeek dat hij zich niet – zoals in eerder werk als R U There – beperkt tot het constateren daarvan, maar durft te verklaren. Verbeek zoekt het in het pijnlijke proces van verlies en separatie dat opgroeien uiteindelijk is.

Toch kleeft aan deze film iets van defensief navelstaren, waarbij het niet helpt dat Verbeek zichzelf – wellicht deels uit budgetoverwegingen – in de hoofdrol cast. Als acteur mist hij de mystiek waardoor je wil blijven gissen wat er zich afspeelt achter de dromerige, ongrijpbare welwillendheid van de fotograaf.

    • Coen van Zwol