Op Wikimedia is niet iedereen gelijk

Internet Op Wikimedia zou iedereen evenveel macht moeten hebben. Maar in de praktijk hebben sommige mensen er meer invloed dan andere.

Het Wikimedia-logo: een onaffe wereldbol van puzzelstukjes met verschillende typen letters erop. In alle talen groeien Wikimedia-pagina’s op dezelfde manier.
Het Wikimedia-logo: een onaffe wereldbol van puzzelstukjes met verschillende typen letters erop. In alle talen groeien Wikimedia-pagina’s op dezelfde manier. Foto Wikimedia Commons

Een klein aantal supereditors heeft een buitenproportioneel grote invloed bij het aanmaken en schrijven van Wikimediapagina’s. Het streven van Wikimedia (een organisatie die vrije kennis wil verspreiden en waaronder internetencyclopedie Wikipedia valt) is dat de content democratisch gevormd wordt. Iedereen mag pagina’s beginnen en kan bestaande pagina’s aanvullen. Toch blijkt dat, al snel na het aanmaken van een pagina, sommige mensen meer invloed hebben op wat er uiteindelijk op komt te staan dan andere. Dat is nu bewezen in een grote datastudie. Jinhyuk Yun van het Future Technology Analysis Center in Seoul en zijn collega’s publiceerden de resultaten eind december in Nature Human Behaviour.

Ze bestudeerden hoe mensen online samenwerken bij het maken van Wikimediapagina’s. Ze gebruikten alle Wikimedia-content die in 2016 bestond. Het ging om 863 verschillende Wikimedia-projecten (Wikipedia dus, maar ook Wikibooks, Wikinews, Wikivoyage en Wikisource), bestaande uit 267 miljoen artikelen. De onderzoekers verzamelden informatie over lengte en herkomst van al die stukken, en over de schrijvers (editors) en alle gemaakte aanpassingen.

Het maken van Wikimedia-pagina’s blijkt volgens een universeel groeipatroon te gaan, dat overal op Wikimedia voorkomt, in alle talen. Vanaf het aanmaken van een pagina geeft een klein groepje editors de meeste sturing aan de inhoud van het stuk. En die sturingspositie blijven ze behouden, hoe vaak hun stuk ook aangepast wordt door anderen.

Bij elke update van anderen krijgen ze namelijk een mail; zo kunnen ze zien wat anderen erbij zetten en besluiten dat toe te staan of te verwijderen, vertelt Richard Rogers, nieuwe-mediaonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet zelf ook onderzoek naar Wikipedia, maar is niet betrokken bij deze studie. „Mensen die een pagina oprichten zijn in het voordeel”, zegt hij. „Je noemt dit ook wel het early adopter advantage.”

Ook neemt de macht van een selecte groep supereditors op Wikimedia toe, staat in de studie. Dat zijn mensen die extreem veel publiceren en redigeren. Het gevaar daarvan is dat de Wikimedia-kennis gekleurd wordt door de mening of visie van deze editors. Zelfs polarisatie ligt op de loer. De editing-cultuur is vrij streng, beschrijven de Koreaanse onderzoekers. Veel nieuwe reacties of artikelen worden verwijderd als ze niet aan de ‘Wikimedia-stijl’ voldoen. Wanneer ze niet belangrijk genoeg lijken bijvoorbeeld, te kort zijn, of nog niet gebaseerd zijn op voldoende bronnen. „Deletionism noem je de redactiecultuur bij Wikipedia ook wel”, vertelt Rogers. „De drempel om ertussen te komen is hoog voor nieuwe gebruikers. Het aantal editors is aan het dalen.”

Lees ook dit opiniestuk over hoe Google informatie van Wikipedia weergeeft: Miljardenbedrijf Google geeft geen cent om de waarheid

Op Wikipedia zijn lijsten met de actiefste editors te vinden. Ze werken veelal onder pseudoniem. In het Engelse taalgebied staat ‘Ser Amantio di Nicolao’ op nummer 1, met meer dan 2,8 miljoen edits. In het Nederlands is ‘MoiraMoira’ de actiefste, met meer dan een half miljoen bewerkingen.

Als laatste keken de onderzoekers naar de landen waar editors vandaan komen. Ze vonden geen relatie tussen het aantal sprekers van een taal en het aantal Wikimediapagina’s in die taal. Er zijn bijvoorbeeld een half miljard mensen die Spaans spreken en een half miljard mensen die Hindi spreken. Toch is het aantal Spaanstalige artikelen tien keer zo groot als het aantal artikelen in Hindi. Ook groeit het aantal Hindi-pagina’s veel minder snel. Een reden is dat veel editors niet in hun moedertaal maar in hun tweede taal schrijven. Ook heeft het te maken met de economische ontwikkeling van een land, en dus met het aantal internetgebruikers.

Maar wat zegt dit nu over de betrouwbaarheid van Wikimedia? De auteurs hebben niet naar de inhoud van de stukken gekeken. De Wikimedia Foundation is zich echter wel bewust van kennishiaten, biases en polarisatie. Ze weten dat hun content niet representatief is voor de gehele menselijke populatie. In een strategie voor 2030 staat dat ze ernaar streven dat artikelen eerlijker gemaakt moeten worden en dat de focus komt te liggen op kennis uit (en over) Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika. Hoe ze dit willen aanpakken blijft onduidelijk.

Jinhyuk Yun heeft wel een idee hoe Wikimedia democratischer kan worden. Hij mailt: „Ik denk dat Wikimedia nieuwe editors moet stimuleren mee te werken. Nieuwe technologieën en softwareprogramma’s zouden hen kunnen helpen content toe te voegen in de gewenste ‘Wikimedia-stijl’, zodat ze daarop niet afgerekend worden door supereditors.”