Na hard schoppen zoekt de kunst nu verzoening

Cultuurstrijd Films en theaterstukken waren afgelopen jaren vaak activistisch en confronterend. Dat lijkt te kenteren: zet de trend van verbinding door in 2019?

Foto Sanne Peper

‘Verfrissend’, het was een woord dat ik niet verwachtte in een recensie van het toneelstuk De verse tijd. In de voorstelling gaan de Irakees-Belgische Mokhallad Rasem en Nederlandse Kuno Bakker in gesprek over cultuurverschillen, zoals het bijhouden van hun ‘schaamvegetatie’, maar ook hun ervaringen met dood en oorlogen. Ze proberen elkaar te begrijpen, wat niet altijd lukt en daar hebben ze vrede mee. Ieder discussiepunt sluiten ze af met een knuffel. Het is een voorstelling die voelt alsof hij tien jaar geleden zou kunnen zijn gemaakt. Toch noemde een recensent het ‘verfrissend’ en zo voelde het ook: geen slachtoffers of daders, gewoon interesse.

De eerste keer dat ik afgelopen jaar woorden als anti-polarisatie en verzoening voorbij zag komen in teksten over kunst- en cultuurkritiek, dacht ik dat ze me opvielen vanwege wishful thinking. Kunst die over de actualiteit gaat moet toch schuren, confronteren, niet zalven? Zeker in tijden waarin het nieuws wordt gedomineerd door zaken als institutioneel racisme, #MeToo en het ongenoegen van gele hesjes. De laatste jaren trokken vaak behoorlijk activistische en stellige werken veel aandacht.

Maar toen ik erop begon te letten, vielen in meerdere recensies en beschrijvingen van nieuwe films en voorstellingen woorden als ‘toenadering’ op, niet onregelmatig in combinatie met veel ballen, sterren óf bezoekers, zoals Marcus Azzini’s Allemaal Mensen.

Regelmatig valt het woord ‘toenadering’ in recensies, in combinatie met veel ballen, sterren of bezoekers

De discussie over wat beter werkt om verandering in gang te zetten – verzoenen of hard schoppen – in de kunst of anderszins is zeker niet nieuw. In verschillende voorstellingen die momenteel spelen komt die twijfel aan bod. Activisten die zich volledig vastdraaien in hun eigen gelijk zijn te zien in de theatershow van Arjen Lubach (in het nummer over ‘woke’ zijn), of in de voorstelling De moraalridder van TG Echo. Daarin laten de makers een hysterische ‘moraalridder’ en een zeer cynische, gematigd linkse ‘gezel’ in discussie gaan. Het leidt tot komische dooddoeners over manieren van actievoeren, zoals: „Zat Gandhi in het midden, nee, die zat achter z’n spinnewiel.”

In Alles van Waarde lijken een moeder en haar zoon op ideologisch vlak lijnrecht tegenover elkaar te staan. Zij reisde als zeventienjarige naar Vietnam om tegen de oorlog te protesteren, haar zoon die daar werd verwekt gaat nu onder bewind van de door haar beschimpte Amerikanen op vredesmissie in Venezuela. Terwijl ze elkaars ideeën afkraken, verliezen ze uit het oog dat ze veel gemeen hebben.

Andere makers plaatsten afgelopen jaar – soms na jaren schoppen – expliciet kanttekeningen bij hun eerdere aanpak. Zo stelde theatermaker Chokri Ben Chikha zich in een essay in het Belgische kunsttijdschrift rekto:verso de vraag of je met een polariserende strategie als theatermaker ook je doel bereikt. Dat doel is volgens hem vooral impact hebben, deel uitmaken van het maatschappelijke debat. Ben Chikha is een maker die zich graag laat inspireren door activisten. Dat demonstreerde hij afgelopen jaar nog tijdens ‘de Staat van het Theater’, de jaarlijkse openingsspeech van het Theaterfestival. Daar dreigde hij zichzelf in brand te steken. Maar in het essay kijkt hij kritisch naar de polariserende werkwijze van sommige activisten en zijn eerdere werk. „Het spectrum moet breder zijn dan woede alleen. We hebben ook ironie, verbeelding en twijfel nodig.”

Meer dan een hokje

Die twijfel aan het eigen gelijk kwam deze zomer expliciet aan bod in een podcast van schrijfster en theatermaakster Marjolijn van Heemstra. Ze gaat in gesprek met haar oude geschiedenisleraar Ronald Sørensen en probeert te begrijpen hoe het kan dat dezelfde jaren op dezelfde school van haar een ‘gutmensch’ maakten en van hem een populist. Sørensen was als politicus lid van Leefbaar Rotterdam, de PVV en momenteel Forum voor Democratie. De podcast maakt opmerkelijk inzichtelijk hoe hij tot zijn standpunten komt, zonder dat te veroordelen. Van Heemstra: „Inmiddels weet je wel een beetje wat iedereen denkt. Ik vond het heel verleidelijk om de hele tijd op hem te reageren, maar dat wilde ik expliciet niet.” Ze vindt het goed dat haar achterban, die waarschijnlijk wegzapt als iemand zoals Sørensen op tv komt, door de podcast echt naar hem luistert.

Regisseur Marcus Azzini promootte dit jaar zijn Allemaal Mensen-voorstellingen dan weer met het citaat dat we „niet op zoek moeten naar de waarheid, maar naar elkaar”. Hij liet diverse makers vertellen over zichzelf en tonen dat ze meer zijn dan ‘een hokje’. Het werd een publiekshit.

Of die trend tot verzoening in 2019 doorzet, is onduidelijk. En een te eenvoudige oproep tot elkaar de hand reiken wordt momenteel, in de VS alvast, genadeloos afgestraft. Dat gebeurde met de film Green Book. Deze goeiige buddykomedie over een hypergetalenteerde Afro-Amerikaanse pianist die bevriend raakt met zijn witte, volkse chauffeur werd door de eerste bioscoopbezoekers lyrisch ontvangen. Tot er enkele snoeiharde kritieken opdoken, waarin gewezen werd op de „simplistische” en „racistische” benadering van de personages. Binnen een maand stond Green Book niet meer bekend als een potentiële Oscar-kandidaat, maar als een archaïsche en discriminerende film. Verzoening preken blijkt niet alleen verfrissend, het is ook een mijnenveld.

    • Sabeth Snijders