‘Met een hond kun je echt praten’

Documentaire De grande dame van de Nederlandse film Heddy Honigmann zoekt het waarachtige in de mens. Of, in Buddy, in de mens en zijn hulphond.

Foto Roger Cremer

Als Heddy Honigmann (Lima, Peru, 1951) over haar werk vertelt, kan ze het ene moment over de Holocaust praten en het andere over grassprietjes. Als dochter van een Holocaust-overlever is de regisseur van documentaires als O amor natural, Crazy en Om de wereld in 50 concerten steeds op zoek naar het goede, het mooie en het waarachtige in de mens. Of, terwijl ze bepaald niet van de grote filosofische woorden is, naar de vraag wat menselijkheid is. Want de mens is een wonderbaarlijk mooi wezen. Daar gelooft ze ondanks alles in. En zo komt ze op die grassprietjes.

In een Amsterdams café waar ze graag komt om naar mensen te kijken, vertelt ze over de grassprietjes op een schilderij van Claude Monet. Niet over de waterlelies, niet over de bloemenpracht. En hoe ze die op een dag terugzag toen ze met haar huidige echtgenoot een tentoonstelling van de Amerikaanse fotograaf Ansel Adams bezocht. „Een tentoonstelling bezoeken kun je niet met z’n tweeën. Iedereen heeft z’n eigen ritme. En iedereen let op andere dingen. Hooguit kom je elkaar na afloop weer tegen”, zegt ze. Toen ze elkaar na afloop weer troffen vroeg ze: „Wat vond je de mooiste foto?” Ze bleek hetzelfde te vinden. Niet de Grand Canyon, niet het water waarin hemel en aarde weerspiegeld waren, maar die grassprietjes hadden hun beider aandacht getrokken.

Lees ook de recensie van de documentaire Buddy: Zelfstandig blijven, dankzij de hond

Ze heeft nog wel een metafoor voor haar filmmaken. Die zit verscholen in een anekdote over haar grootmoeder, die haar meenam naar de paardenraces en haar leerde om altijd op de outsiders te gokken. Zoals haar hoofdpersonen. Al zou ze die nooit met grassprietjes of outsiders vergelijken. Want voor haar zijn het giganten.

Inspiratie door een tv-spotje

En zo komen we op haar nieuwe film Buddy, een documentaire over hulphonden en hun baasjes. Het was een project dat zich aandiende toen haar droomfilm over honderdjarigen sneefde wegens gebrek aan financiering. Het was niet dat ze naar een onderwerp op zoek was. Het onderwerp vond haar toen ze een tv-spotje zag over een militair die dankzij zijn hond met zijn post-traumatisch stresssyndroom leerde omgaan, een onderwerp dat haar sinds Crazy, waarin ze over de oorlog in het voormalig Joegoslavië vertelt aan de hand van hitsong Crazy, niet meer loslaat.

De trailer van ‘Buddy’.

In Buddy maken we kennis met oorlogsveteraan Trevor, maar ook met autistische Zeb en een heel scala aan mensen die dankzij hun hond beter kunnen functioneren. Je mag het niet zeggen, maar misschien zijn die ‘buddies’ nog wel belangrijker dan de mensen om hen heen. Daarom besteedt ze evenveel aandacht aan de gezichtsuitdrukkingen en kleine gestes van Mister, Utah en de andere honden. Ze observeert ze met dezelfde onbevangenheid als ieder ander in haar werk. Dat wil niet zeggen dat ze zomaar lukraak is begonnen met filmen: „Documentaires maken is research doen en goed kijken. Je schrijft ze niet op papier. Je moet de kern hebben. Je cast je personages net zoals je acteurs cast voor een speelfilm.” Je moet je personages kunnen dromen, noemt ze dat. „Maar daarna moet je openstaan voor de werkelijkheid.”

Kattenliefde en hondenliefde

Ze zou wel weer een hond willen, zegt ze. En dat is het enige wat ze kwijt wil over de MS die haar op sommige dagen meer plaagt dan op andere. „De honden zijn de echte hoofdpersonen van Buddy. Het lijkt alsof ze zwijgen, maar ze hebben veel te vertellen. Daarin schuilt ook het verschil tussen kattenliefde en hondenliefde. Met een kat kun je niet praten. Met een hond – en zeker met deze getrainde honden – kun je echt gelijkwaardig communiceren.”

Honigmann observeert de honden net zo onbevangen als ieder ander in haar werk

En dan vertelt ze weer een verhaal. Over de twee hondjes die ze als kind had, Bijou en Kaiko. En die haar tot troost waren als haar vader haar weer eens iets verbood. Hondenliefde is onvoorwaardelijk. En over de zieke straathond van haar oma die haar vader tamelijk hardhandig uit zijn lijden hielp. De hondenliefde verliet haar een beetje toen ze naar Amsterdam kwam: teveel poep op straat, en teveel onverdraagzaamheid. Ze herinnert zich hoe ze ooit eens bijna opgesloten zat in een montagestudio uit angst voor de pitbull van de onderburen: „Maar wat doe je dan? De politie bellen omdat er een hond blaft?”