Foto Craig Ferguson

‘Ik wil schilderijen maken met mijn films’

Virtual reality De Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang heeft nooit zo veel belangstelling voor techniek gehad. Toch maakte hij een virtualrealityfilm.

‘Hier woont niemand, hier woont alleen de tijd”, zegt de Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang als hij naar een half afgebouwd huis in de heuvels aan de rand van Taipei loopt. Dat huis is de set voor de virtualrealityfilm The Deserted, die hij in 2017 op het Filmfestival van Venetië presenteerde.

„Hier wonen vast nog andere mensen, maar ik zie ze niet”, zegt Tsai, die denkt dat er best wel eens geesten in en om het huis kunnen wonen. In The Deserted maakt hij ze zichtbaar: Tsais vaste hoofdrolspeler Lee Kang-sheng komt in het huis zijn overleden moeder tegen als hij probeert te herstellen, onder meer van pijn aan zijn stijve schouder. Ook zijn buurvrouw blijkt een geest te zijn.

Op 12 januari geeft Tsai Ming-liang (61) een masterclass in het Eye Filmmuseum, waar The Deserted dan te zien is. Ook is er een retrospectief van zijn betoverende en meditatieve filmoeuvre, dat sinds zijn doorbraak Rebels of the Neon God in 1992 draait om urbane eenzaamheid en vervreemding.

Het huis in de heuvels is zo’n lege huls waar Tsai Ming-liangs outsiders graag peinzen en afwachten. Een grijs betonnen staketsel: de ramen zijn grote rechte gaten, sommige met, sommige nog zonder sponningen. Voor een enkel raam zit een ijzeren rooster, geen van de ramen heeft glas. Het is vochtig: er staan plassen op de vloer, ergens in de hoek staat een omgekeerd plastic zwembadje – in de film zit Lee in dat badje met een grote, aaibare vis op schoot. Het felgroene tropische onkruid overwoekert het betegelde balkon en klimt langzaamaan naar binnen.

Het huis is heel precies aangepast op de beelden die Tsai wilde schilderen. De muren zijn voor een deel beplakt met wit papier-maché, dat door het vocht alweer van de muren af komt krullen. Tsai wijst ook op de vage contouren van een landkaart van Azië die in net iets donkerder grijs op de betonnen muur is aangebracht.

Lees ook een profiel van Tsai: Tsai zoekt de grenzen van het fysieke op met zijn films

Het huis staat vlak bij het huis waar Lee en Tsai echt wonen. Lee heeft trouwens ook in het echt een stijve schouder, die hij net als in de film behandelt met een machientje dat regelmatig een elektrische schok geeft. Het woonhuis is veel comfortabeler dan de filmset: er is een aquarium met tropische vissen, er staan makkelijke stoelen en er spelen jonge katjes op het balkon: Tsai wandelt er regelmatig even naar toe.

„Hier wil ik sterven”, zegt Tsai, terwijl hij uitkijkt over mistige bergen zoals je die op traditionele Chinese schilderijen ziet. „Ik heb het hele rijtje huizen hier kunnen kopen toen het de eigenaar niet lukte om de woningen af te bouwen.” Buren heeft hij daardoor niet. „Het is belangrijk om een wereld te vinden waarin je niet wordt gestoord.”

Drie van de tien huizen die hij vier jaar geleden kocht, zijn afgebouwd en bewoonbaar. De rest mag verder vervallen. Hij gaat voor het panorama-raam staan, zakt een beetje door zijn knieën en maakt zwaaiende armbewegingen, met zijn handpalmen naar boven gedraaid. „Moet je ook doen”, zegt hij. „Het helpt goed tegen hoge bloeddruk, en je kunt het gewoon doen terwijl je op de bus staat te wachten.”

Tsai spreekt veel over zijn gezondheid en over die van Lee. Hij heeft last van hoge bloeddruk, dat was ook een reden om uit het drukke centrum van Taipei weg te trekken. „Ik kom van het platteland, ik heb er veel gevoel bij”, zegt hij over de vogels, de bomen en de krekels rond het huis.

Tsai is op Sarawak in Maleisië geboren. Hij kwam pas op zijn twintigste naar Taiwan. „Door de drukte van het leven vergeet je hoe mooi het buiten is. Mensen maken herrie, maar het geluid dat vogels maken is geen herrie. Hun gezang is mooi juist omdat het geen inhoud heeft.”

Naar die schoonheid is Tsai ook in zijn werk op zoek. „Ik heb liever niet dat acteurs een verhaal acteren, dat is allemaal zo vals. Ik wil eerder een soort schilderijen maken met mijn films. Schilderijen zijn niet echt. Maar ze kunnen wel echte emoties oproepen.” Daarbij kan VR helpen. „Virtual reality is duidelijk niet echt. Dat komt deels door de technische beperkingen die er nu nog zijn, maar ook als die zijn opgelost, blijft het onecht.”

De kijker wordt geest

De andere geestesgesteldheid die dat bij een kijker oproept, is voor Tsai interessant. „Je verandert als kijker in een geest. De figuren in de film kunnen jou niet zien, je kunt jezelf of anderen naast je ook niet zien. VR wil veel realistischer zijn, maar in feite wordt het juist veel onwerkelijker. Iedereen wordt onecht. Of je wordt zelf onecht.”

Tsai werd door elektronicabedrijf HTC gevraagd om een film in VR te maken. „Hun telefoons zijn misschien niet zo succesvol, dus ze werken nu heel hard aan de ontwikkeling van VR”, zegt Tsai daarover. Om VR-technologie te verkopen, heeft het bedrijf behoefte aan veel en gevarieerde content. Dus ook aan films, ook al zijn die zo duur dat ze commercieel nog niet interessant zijn. De keus voor arthouse-icoon Tsai lijkt ingegeven door prestige-overwegingen.

Je kunt het VR-project in Taiwan alleen op afspraak komen bekijken in het hoofdkantoor van HTC: een wit, clean en modern gebouw met marmer op de vloer. Het hoofdkwartier is in alles de tegenpool van het vervallen huis waar je met je VR-bril binnengaat. Maar ‘binnengaan’ is in het geval van The Deserted niet helemaal het goede woord. Je zit op een stoel en loopt niet zelf door de ruimte, zoals bij sommige andere VR-projecten.

Lees ook: waarom de Amerikaanse hoogleraar Jeremy Bailenson vindt dat VR-games niet te realistisch mogen worden

„Er zijn natuurlijk veel meer regisseurs die best in VR willen werken, maar ik denk dat ze juist voor mij kozen omdat mijn films tegen de beeldende kunst aanhangen. Ze hebben geen duidelijke plot en er zit weinig actie in.” Zijn werk kan in principe ook in een museum worden vertoond; museale kunst is een interessante richting voor virtual reality.

Tsai heeft nooit zo veel belangstelling voor techniek gehad, hij ziet het als een middel, niet als doel op zich. „Toen de uitnodiging voor een film in VR kwam, heb ik alleen gedacht: hoe kan ik met VR een mooi werk maken?” Daarvoor moest hij anders te werk gaan dan hij gewend was „Je kunt bijvoorbeeld geen close-ups maken, want als je te dichtbij komt, heb je geen focus meer.”

Ook het idee van beeldcompositie is heel anders. „Je componeert niet met de camera, je kunt geen compositie maken zoals op het doek van een schilderij of een film. Je moet beseffen dat het publiek zelf zijn eigen compositie creëert.” Toch is het niet zo dat de kijker alles ook zelf kan bepalen. „Ik heb de ruimte en het verhaal gekozen en de camera op bepaalde plekken neergezet, ik heb de hoek en de hoogte gekozen. Daarmee leid ik mijn publiek. Dat moet mij volgen.”

Tsai wil filmen als een schilder. „Daar gaat het ook niet om een verhaal, maar de beelden kunnen wel sterke gevoelens oproepen.” De laatste tijd filmt hij ook graag gebouwen, omdat die zelf gelukkig niet kunnen praten. „De realiteit die ik zoek, is de realiteit van het innerlijk, Ik zoek de werkelijkheid van het hart.”

    • Garrie van Pinxteren