Het moment waarop de mist optrekt

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de overrompelende ervaring van het zelfbesef dat doorbreekt.
Illustratie Eliane Gerrits

Ik ben zeven jaar. Ik ben eerder weggegaan uit school. De juf stuurde me naar mijn liefste vriendinnetje, Tilly. Ze woont een eindje buiten het dorp, in een boerderij tussen de weilanden. Vandaag is ze thuisgebleven omdat ze zich niet lekker voelde. Ik heb deze weg vaak gelopen, maar nooit zonder Tilly. Het is een uur of twee, bloedheet en doodstil. Een paar vogels zitten op het prikkeldraad. Over de zandweg lopen diepe barsten en ik doe mijn best niet te struikelen over de keien. Mijn kniekousen zijn afgezakt, net als de bretellen van mijn groengeruite rokje. De school ligt ver achter me, een kleine stip aan de horizon. Even ver voor me zie ik het lage dak van Tilly’s boerderij. Ik sta stil om naar een vliegtuig te kijken dat een streep achterlaat in de lucht. Ik volg het met mijn vinger.

En dan gebeurt het. In volle hevigheid dringt tot me door dat ik ‘ik’ ben. Niet mijn ouders. Niet Tilly. Ik. Ik besta. Hier en nu. Ik word wakker in mijn eigen leven, waarin ik de hoofdrol speel. Het is een overrompelende ervaring. Ik ben over een drempel gegaan. Ik kom abrupt thuis in mezelf.

Hoe lang ik daar stond op die zandweg onder de brandende zon met mijn nieuwe inzicht, weet ik niet meer. Ook niet hoe de rest van de middag verliep. Ik weet wel dat ik het aan niemand vertelde. Ik vergat het nooit, maar kon het ook niet plaatsen. Maar vanaf dat moment was alles anders.

Een poosje geleden las ik het boek Ik ben ik – de ontdekking van het zelf van ontwikkelingspsycholoog Dolph Kohnstamm, dat verslag doet van dergelijke ervaringen. Ik kwam erachter dat ik niet de enige ben bij wie het zelfbesef zo plotseling doorbrak. Mensen beschrijven het als een flits of een schok. Een optrekken van de mist. Vaak zijn ze ergens alleen. Velen herinneren zich scherp de details. Voor allemaal was het een indrukwekkende ervaring.

Het moment markeerde voor mij het eind van een leven waarin dingen louter op me af kwamen. En het begin van een leven waarin ik zelf aan zet was.

Ik hoef mijn ogen maar te sluiten en ik ben weer op die zandweg. Ik voel de keien onder mijn sandalen. De felle zon op mijn huid. Ik kan de tijd stilzetten en het moment rekken, alsof het van soepel elastiek is. Nog even naar de lucht kijken, naar die dunne streep en die met mijn vinger proberen te volgen. Achter me ligt mijn oude leven. De school, het klaslokaal met de juf die zo mooi voorleest, mijn bureautje met de kleurpotloden en het liniaal.

Nog een paar honderd meter te gaan en aan het eind wacht Tilly op wie ik zo dol ben. Ze ruikt naar stoofperen en ze heeft een hond.

Maar ik blijf nog even dralen tussen wat voorbij is en wat komen gaat. In de tussentijd.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong