Een nieuwe i-tiquette voor kinderen en hun smartphones

Opvoeding Veertien regels voor kinderen die vastgeroest zitten aan hun mobieltjes.

Foto iStock

Bij het wakker worden: iPhone. Net de douche uit: iPhone. Na school: PlayStation, Xbox, of iPhone. Voor het slapengaan: iPhone.

„Het smartphonegebruik rijst de pan uit”, zegt Wilco Brussee (52), onderwijsadvocaat en vader van drie jongens van 8, 11 en 13 jaar. Ze zitten „vastgeroest aan hun mobieltjes” – en Brussee zelf eigenlijk ook.

De jongens doen graag Fortnite, een schietspel. Kan alleen bij hun moeder, want die heeft een spelcomputer. Bij Brussee kijken ze filmpjes óver Fortnite. „Het is om gek van te worden.” Van vrienden met dochters van dezelfde leeftijd hoort hij soortgelijke verhalen, maar dan over Snapchat en Instagram.

Beteugelen blijkt lastig: een maximumtijd is moeilijk te handhaven, tegen een gezamenlijke Fortnite-afspraak met klasgenootjes zegt Brussee lastig nee. Hij mist vooral het contact thuis: het non-verbale en het oogcontact. Bezorgd is hij over de gevolgen. Lichaamshouding lezen, de ander aanvoelen, zien of horen dat iemand ‘ja’ in plaats van ‘nee’ bedoelt of andersom – dat moet je leren. „En dat verdwijnt.”

Niet verbannen

Op een ochtend in december zag hij – „saillant detail” – een filmpje op Facebook, over de schadelijke gevolgen van schermen. Het was de druppel. „Ik dacht: nu moet er wat gebeuren.” Hij klapte z’n computer open en schreef vanuit zijn intuïtie veertien regels. Hij doopte ze tot i-tiquette, voor kinderen en ouders, en deelde ze op LinkedIn.

Regel één: de smartphone is een fantastisch apparaat. Dat vindt hij echt, een van de mooiste uitvindingen ooit. Pas nog kon hij in de tweede termijn van een kortgedingzitting op een wetsartikel ingaan waar de tegenpartij onverwachts over begonnen was, hij had het op zijn telefoon kunnen opzoeken. „Dat is natuurlijk fascinerend. Ik wil de smartphone absoluut niet verbannen.”

Maar live-contact moet vóór smartphone-contact gaan, vindt Brussee (regel acht). In regel vijf wordt het concreet: je besteedt maximaal 10 procent van je dag aan je smartphone, oftewel 2,4 uur of 144 minuten („Een gros, zou je oma zeggen.”). Niet verbruikte minuten mogen mee naar het weekend (regel zeven). Dan mag je maximaal 15 procent van de dag op je telefoon. Regel zes: aan het eind van de dag laat je je ouders met een app zien dat je binnen de tijd bent gebleven.

Brussee hoopt dat de i-tiquette in 2019 in alle gezinnen de norm wordt. „Veel meer ouders maken zich zorgen over het smartphonegebruik. Als we het nou allemaal iets anders aanpakken, op dezelfde manier, dan hoeft het geen grote ommekeer te zijn. Bewustwording en aanpassing, daar gaat het om.”

Voor kinderen zitten er ook voordelen aan. Regel veertien luidt: „Je vader en moeder zullen veel gezelliger worden doordat ook zij zich aan deze regels gaan houden.”

    • Mirjam Remie