Een kernwapen is weer een teken van kracht

Wapenwedloop Het komende jaar moet blijken wat voor toekomst ontwapeningsverdragen nog hebben.

Nog niet zo lang geleden spraken wereldleiders over kernwapens als een noodzakelijk maar uit te bannen kwaad.
Nog niet zo lang geleden spraken wereldleiders over kernwapens als een noodzakelijk maar uit te bannen kwaad.

Nieuwe wapens, minder overleg. Met die onaangename waarheid uit 2018 moet de wereld in 2019 leren werken. Kernwapens zijn terug op de agenda. Het nieuwjaarspresentje van de Russische president Vladimir Poetin bestond vorige week uit de mededeling dat een nieuwe hypersonische intercontinentale raket, de Avangard, succesvol is getest en in de loop van 2019 in gebruik wordt genomen. De raket zelf, geschikt voor transport van conventionele en nucleaire lading, is geen nieuws. Maar dat Poetin trots aandacht vraagt voor een geavanceerd wapensysteem illustreert dat de wereld op weg is naar meer wapens, in plaats van minder.

Nog niet zo lang geleden spraken wereldleiders over kernwapens als een noodzakelijk maar uit te bannen kwaad. Tegenwoordig worden de wapens weer als teken van kracht gevierd. Resultaten van decennia moeizaam internationaal ontwapeningsoverleg kunnen zomaar teniet gedaan worden.

De eerste test staat al voor begin februari op de agenda. Dan verloopt het ultimatum dat de VS, met steun van de NAVO-partners, Rusland hebben gesteld over het INF-verdrag. De NAVO vindt dat Rusland het verdrag over middellangeafstandswapens uit 1987 heeft geschonden door ontwikkeling en stationering van een nieuwe raket. Rusland kreeg begin december 60 dagen om zich weer aan het verdrag te conformeren.

Het verdrag, dat het bezit verbiedt van wapens met een bereik van 500 tot 5.500 kilometer die vanaf land afgevuurd kunnen worden, is van groot belang voor de veiligheid van Europa. Onder het verdrag werden Russische wapens vernietigd die waren gericht op West-Europa en op Amerikaanse wapens gestationeerd in West-Europa.

Poetin ontkent dat Rusland een wapen heeft dat het verdrag schendt en zegt dat de Russische krijgsmacht ook helemaal geen middellangeafstandswapens die vanaf land afgevuurd worden nodig heeft. Het lijkt veilig om te veronderstellen dat Rusland niet binnen een paar weken van mening verandert. Na die zestig dagen begint dan een opzegtermijn van zes maanden. In de loop van zomer 2019 zou deze categorie wapens dan niet meer aan banden gelegd zijn.

Terwijl het INF-verdrag opgezegd kan worden, is er een ander wapenverdrag dat vervalt als het niet verlengd wordt: het New START-verdrag uit 2010. Rusland en de VS kwamen overeen om het aantal operationele kernkoppen met tweederde te verlagen tot 1.550 per land. New START verloopt in februari 2021. Trumps adviseur voor Nationale Veiligheid, John Bolton, die een harde lijn bij het INF-verdrag bepleitte, staat ook niet bekend als vriend van New START. Trump ziet het verdrag als een zwaktebod uit de Obama-tijd.

De moeder aller nucleaire wapenverdragen is het Nonproliferatieverdrag (NPT) dat de verspreiding van kernwapens moet tegengaan. Het NPT ziet er sinds 1970 op toe dat er niet meer dan negen kernwapenstaten zijn. Het verdrag kreeg in 1995 een ‘eeuwige’ geldigheidsduur, maar wordt in 2020 tegen het licht gehouden. In de aanloop naar die vijftigste jaardag komen de verdragspartijen jaarlijks bijeen, zo ook komend voorjaar.

Ook het NPT staat onder druk, schreef kernwapenspecialist Nina Tannenwald van Brown University dit najaar in Foreign Affairs. Aan het verdrag ligt een deal tussen kernwapenstaten en niet-kernwapenstaten ten grondslag. Landen die geen nucleaire wapens bezitten zijn bereid er ook in de toekomst van af te zien, als de kernwapenstaten zelf streven naar ontwapening. En dat laatste is met modernisering van de wapenarsenalen van Rusland, de VS en China niet het geval.

2019 belooft een heel ander ontwapeningsjaar te worden dan 2009, toen Obama beloofde zich in te zullen zetten voor een kernwapenvrije wereld. Dat lukte matig, maar dergelijk idealisme is op het moment ondenkbaar.

    • Michel Kerres