Een ‘grote misbruikfraude’ die na zes jaar vrijwel verdampt

Wie: Hanifi, Sardal, Mehmet, Erbil

Kwestie: fraude, vervalsing, misbruik

Waar: rechtbank Den Haag

De Zitting

De zaak is net begonnen of de verdachten hebben al een puntje binnen. De officier van justitie verlaagt ongevraagd het bedrag dat hij van hen terug wil van 725.000 euro naar 27.000 euro. Dat was toch niet helemaal hard te maken, vond de officier, toen hij het dossier op z’n bureau kreeg. Daarin zitten slechts enige tientallen vermoedelijk vervalste kasbewijzen. Het verdachte uitzendbureau had een jaaromzet van 1,1 miljoen. Maar vijftien getuigenverklaringen is niet genoeg om het hele bedrijf te kwalificeren als een frontstore voor loonfraude. „Dan hadden we nieuw onderzoek moeten doen”, erkent de officier.

Wat er overblijft klinkt toch vrij ernstig. In 2012 kreeg de Inspectie SZW „signalen” dat uitzendkrachten onder het wettelijk minimumloon werden betaald. Namelijk ‘netto’ 6,50 euro per gewerkt uur, dat meestal cash werd uitbetaald. Ze moesten dan een blanco kasbewijs tekenen. Of er werd achteraf een gelijkende, nagemaakte handtekening op gezet. Op dat kasbewijs stond dan een hoger bedrag. Het verschil zou door het uitzendbureau in eigen zak zijn gestoken. De (Hongaarse) werknemers vertelden de inspectie dat ze onder druk werden gezet. Geen lastige vragen, aub. Voor jou een ander. Een steekproef wees uit dat van elke vier kasbewijzen van de Hongaren er drie „vals” waren. De officier noemt het een „grote misbruikfraude”. Hij stoort zich eraan dat de verdachten maar blijven ontkennen en dus „geen inzicht” hebben in hun gedrag.

Bij de bestuursrechter zijn de vier verdachten al flink beboet, voor bijna vier ton. Vandaag is de strafrechter aan de beurt. Vervalsen van handtekeningen en misbruik van buitenlandse arbeiders, die voor werk, vervoer en onderdak volledig afhankelijk waren. Het uitzendbureau wordt gerund door een vader en zoon, met twee werknemers. De kwestie speelde tussen april 2010 en juni 2012.

De officier erkent dat hij de wettelijk verplichte „redelijke termijn” voor een vervolging ruim heeft overschreden. De geëiste boete wordt daarom van 75.000 euro verlaagd naar 70.000 euro. Daarnaast eist hij een voorwaardelijke celstraf van drie maanden met een taakstraf van 180 uur voor vader en zoon. De twee werknemers zouden 80 uur taakstraf moeten krijgen.

De advocaat benadrukt dat het OM helemaal niet meer had mogen vervolgen. Na de hoge bestuurlijke boetes komt dit neer op dubbele bestraffing voor hetzelfde vergrijp. Bij de verdachten heersen onbegrip, teleurstelling en gekrenkte gevoelens. Vooral vader vraagt zich af waarom hij „voor een paar honderd euro” zou rommelen in een bedrijf waar miljoenen in omgaan en tonnen belasting worden betaald? Iedere werknemer heeft een contract, de loonsoftware is gecertificeerd, de aangiften worden verzorgd – het bedrijf houdt zich aan de regels. Hij legt uit hoe hij, als ongeschoold Turkse gastarbeider in de jaren 70 via de Westlandse kassen het uitzendwerk ontdekte. Inmiddels verschaft hij jaarlijks 1.700 man werk.

De bedrijfsleider kan de aangiften alleen verklaren uit „akkefietjes”. Onvrede over een te lage inschaling. Een werknemer die met een vriendin ging samenwonen waarna haar huurtoeslag werd teruggevorderd; het bedrijf had „moeten waarschuwen”. Dat soort dingen. Blanco kasbewijzen gedwongen ondertekenen? Nooit. Afwijkende handtekeningen waren wel mogelijk. Regelmatig werden collega’s, vriendinnen of familie gestuurd om het loon cash af te halen. Dat mocht gewoon, destijds.

De rechtbank oordeelt twee weken later dat het OM te lang met vervolging wachtte, waarna het proces ook veel te lang duurde. Ook de hoge (betaalde) bestuurlijke boetes worden meegewogen. Dat de kasbewijzen waren vervalst of blanco getekend is bewezen. Vader en zoon krijgen honderd uur taakstraf; de beide werknemers veertig uur. De ontnemingsvordering van 70.000 euro wordt afgewezen. Als eigenaren van het uitzendbureau krijgen vader en zoon een boete van 30.000 euro geheel voorwaardelijk.