Drie redenen om je te verheugen op het WK voetbal voor vrouwen

WK voetbal De Oranjeleeuwinnen maken als Europees kampioen flinke kans het WK te winnen in Frankrijk, precies 45 jaar na dé verloren WK-mannenfinale. Maar er zijn meer redenen om het WK te gaan volgen.

Oranjegekte in en rond de stadions kan bijna niet uitblijven deze zomer in Frankrijk.
Oranjegekte in en rond de stadions kan bijna niet uitblijven deze zomer in Frankrijk.

Dat zou wat zijn, Nederlands voetbalsucces op een WK, precies 45 jaar na het nationale ‘lievelingstrauma’. München, 7 juli 1974, Oranje verliest de WK-finale van West-Duitsland met 2-1 – „zijn we er toch weer ingetuind”, dichtte tv-commentator Herman Kuiphof. Maar ‘we’ waren wel mooi de beste geweest. Cruijff, Neeskens, Van Hanegem. Voor het eerst was sprake van Oranjegekte op een WK.

Komt er een herhaling in Lyon op 7 juli 2019, de finale van het WK voor vrouwen? De OranjeLeeuwinnen, zoals hun merknaam luidt, lijken er klaar voor. Maar ook los van een eventuele finaleplaats voor de Europees kampioen is er reden genoeg om je te verheugen op dit WK.

1. Sfeer

Oranjegekte in en rond de stadions kan bijna niet uitblijven deze zomer in Frankrijk. Met poulewedstrijden in de Noord-Franse steden Le Havre (op 11 juni tegen Nieuw-Zeeland), Valenciennes (15 juni tegen Kameroen) en Reims (20 juni tegen Canada) lijkt de reisafstand geen probleem. Een prettige sfeer heerst er vaak ook, bij de vrouwen. Geen agressie, rellen of beledigende spreekkoren langs de lijn. Eerder een dagje uit voor de hele familie, kindergezang op de tribunes. Ook binnen de lijnen is er veel anders dan bij de mannen. Zelden opgefokte opstootjes, verhitte protesten tegen beslissingen van de arbitrage of schwalbes om de tegenstander een gele of rode kaart aan te smeren. De beleving van het voetbal is „puurder”, constateerde oud-Ajacied Michel Kreek, sinds 2017 assistent-bondscoach bij de vrouwen.

2. Snelle groei

Pas in 1991, 61 jaar na de mannen, kregen de vrouwen hun eerste officiële WK. De VS werden wereldkampioen, net als in 1999 en op het afgelopen WK in 2015. „Een voetbalparadijs voor vrouwen”, was Amerika toen al volgens de Nederlandse bondscoach Sarina Wiegman, die er destijds een paar jaar speelde. Sinds het gouden EK van 2017 in eigen land is ook Nederland een ‘grootmacht’. Oranje trok toen uitverkochte stadions in Eindhoven, Heerenveen en Utrecht. De kijkcijfers bij interlands lagen boven het miljoen. Toppers als Lieke Martens en Vivianne Miedema tekenden lucratieve contracten bij respectievelijk FC Barcelona en Arsenal. Mondiaal groeit de sport ook. Wereldvoetbalbond FIFA verdubbelde het prijzengeld voor de 24 deelnemers van het komende WK tot 30 miljoen dollar (zo’n 26 miljoen euro). Ter vergelijking: bij de mannen was er in 2018 voor de 32 deelnemers 400 miljoen dollar (350 miljoen euro) beschikbaar.

Lees ook: WK-deelname is geen garantie voor toekomst Nederlands vrouwenvoetbal

3. Hollandse School

Sterke teams als de VS, Japan, Duitsland en Frankrijk stonden de laatste edities garant voor spannende WK’s. Nederland debuteerde in 2015 in Canada en plaatste zich voor de achtste finales, waarin het werd uitgeschakeld door Japan. Maar onder coach Wiegman ontwikkelt Oranje door, in de beste traditie van de aanvallende ‘Hollandse School’, gekruid met een vleugje collectief verdedigen. Na een zeldzame ‘zeperd’ in Noorwegen (2-1 verlies) plaatste de ploeg zich via de play-offs stressbestendig en volwassen alsnog voor het WK. Van de subtiele dribbels van Martens tot de onverzettelijke tackles van Stefanie van der Gragt: Oranje biedt voor elke liefhebber wat wils. Zoals ook de fijne steekpasses van middenvelder Jackie Groenen, het liefst spelend met rugnummer 14. Het nummer waarmee haar idool Johan Cruijff schitterde op het WK van 1974.

    • Maarten Scholten