Opinie

    • Carolien Roelants

‘Arabische Lente’ heeft echt niets goeds geproduceerd

Veel Midden-Oosterse regimes zitten helemaal op het verkeerde spoor, vinden hun burgers. Dat las Carolien Roelants in een nieuwe opiniepeiling.

Kairo 2011: betogers tegen president Mubarak aan het begin van de ‘Arabische lente’.
Kairo 2011: betogers tegen president Mubarak aan het begin van de ‘Arabische lente’. Foto Jim Hollander/EPA

Het Midden-Oosten sluit 2018 nogal in mineur af en niet alleen wegens de oorlogen in Jemen en Syrië. Die laatste is juist wat in kracht afgenomen dus dat is – met alle voorbehouden – eerder positief. Nee, het gaat om enorme jeugdwerkloosheid, corruptie, autoritair bewind, een algemene atmosfeer van malaise: precies dat waar de ‘Arabische Lente’ acht jaar geleden mee ging afrekenen. Daarvan is weinig terechtgekomen, alles is eerder erger dan toen. In Jemen en Syrië hebben de opstanden dus oorlog geproduceerd, in Libië een mislukte staat en in Bahrein en Egypte alleen maar méér onderdrukking. En buiten deze directe ‘Lente’-landen zijn de regimes nóg autoritairder geworden, om elk spoortje opstandigheid in de kiem te smoren. (Terwijl het Westen kritiekloos toekijkt.)

Alleen Tunesië is er relatief positief uit tevoorschijn gekomen, tenminste, van buitenaf gezien. Echte verkiezingen in plaats van die neppe elders, persvrijheid. Maar verkiezingen en kranten kun je niet eten en de economie is een drama. Dat heeft te maken met doorgaande onrust die investeringen en veel buitenlandse toeristen weghoudt (ik ben er net geweest, ik raad u allemaal aan wél te gaan), en met slecht beleid. Politici en politieke partijen houden zich vooral bezig met politieke manoeuvres met het oog op de volgende verkiezingen in plaats van broodnodige hervormingen door te voeren.

Deze factoren hebben meegewerkt aan een jeugdwerkloosheid van 36,3 procent (Wereldbank, september 2018, Nederland 3,9 procent). Ik las in Tunisians’ Revolutionary Goals Remain Unfulfilled van van de Carnegie Endowment dat jonge afgestudeerden gemiddeld zes jaar nodig hebben om een redelijke baan te vinden en dat de helft op 35-jarige leeftijd nog werkloos is. Het is een van de redenen waarom de meeste van de buitenlandse jihadisten van de Islamitische Staat Tunesiërs zijn, evenals de meeste van de migranten die dit jaar in Italië aankwamen.

Vorige week publiceerde het Amerikaanse opiniebureau Zogby Research Services Middle East Public Opinion 2018, de resultaten van peilingen in september in acht Arabische landen plus Iran en Turkije. Die bevestigen in alle gepeilde landen uitgezonderd Saoedi-Arabië en de Emiraten die sombere mededeling waarmee ik deze column begon. In 2013 zei 94 procent van de gepeilde Tunesiërs dat hun land „op het juiste spoor” zat; nu vond 69 procent dat Tunesië „de verkeerde richting” uitgaat! Ook tekenend is het geringe vertrouwen in de instituties. 26 procent heeft vertrouwen in de politie en 25 procent in het parlement. Voor het geval u denkt dat het maar een peiling is: de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in mei bedroeg 33,7 procent van ingeschreven kiezers, die weer 63 procent van het totale aantal stemgerechtigden uitmaakten. Met de voeten gestemd door thuis te blijven.

In Tunesië, Soedan, Jordanië, Libanon, Marokko, Irak (en in niet-Arabisch Iran ook) zijn de afgelopen weken mensen de straat opgegaan om te protesteren tegen corruptie, onderdrukking, werkloosheid en alles wat er verder mis is. Ik zeg niet dat een nieuwe golf van opstanden en regimewisselingen ophanden is (al zou ik een militaire coup tegen Soedans Bashir niet uitsluiten, die erg krakkemikkig oogt), laat staan democratisering. Rijke Golfstaten zullen er met hun oliemiljarden alles aan doen om dat te verhinderen, in innige samenwerking met het lokale gezag. Maar denk eens aan al die werkloze jongeren die geen kant op kunnen. Daar komt niets goeds van.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes
    • Carolien Roelants