Opinie

Annus horribilis voor Facebook moet tot hervorming leiden

Interneteconomie

Commentaar

De laatste tijd is het bijna wekelijks raak. De oogst Facebookschandalen van december bevatte onder meer een onthulling van The New York Times dat bedrijven zoals Spotify tegen de zin van gebruikers toch bij hun Facebookgegevens konden. En topvrouw Sheryl Sandberg, tot voor kort op het schild gehesen als het morele baken van het bedrijf, bleek een dubieuze rol te spelen bij lastercampagnes met nota bene nepnieuws tegen miljardair George Soros. Het was een decembermaand in lijn met de rest van 2018: het jaar waarin Facebook een wapen bleek te zijn, en het bestuur van het bedrijf laks en onmachtig, soms zelfs kwaadaardig.

Het ingrijpendste schandaal rondom Facebook het afgelopen jaar was Cambridge Analytica. Dat Britse databedrijf bleek privégegevens van miljoenen Facebookgebruikers te misbruiken voor politieke campagnes. Facebook kwam pas in actie na dagen negatieve publiciteit. Het bedrijf bood daarnaast in april excuses aan voor laksheid bij het verwijderen van haatzaaiende berichten in Myanmar. Die berichten zweepten volgens VN-rapporteurs op tot genocide-achtige moordpartijen en konden lang op Facebook circuleren.

Maar het annus horribilis voor Facebook heeft tot nu toe geen echte consequenties gehad, op wat relatief kleine boetes en hoorzittingen in enkele parlementen na. Het momentum om Facebook, en de interneteconomie, grondig te hervormen mag niet verloren gaan.

Facebook staat symbool voor wat er mis is met het huidige internet. Door schaalvoordelen ontstaan er monopolies. Facebook in sociale netwerken, Google in zoekmachines, Amazon in onlinewinkelen. Het is het afgelopen jaar pijnlijk duidelijk geworden dat het overheden aan goede instrumenten ontbreekt om een goede marktmeester te zijn en om de integriteit van de digitale infrastructuur te garanderen.

Een voorbeeld: de Britse overheid legde Facebook een boete op voor het Cambridge Analytica-schandaal van zo’n 600.000 euro. Dat had het bedrijf binnen twintig minuten terugverdiend. Facebook maakte vorig kwartaal namelijk zo’n 4,5 miljard euro winst.

Eurocommissaris Margrethe Vestager hint al een tijd op de mogelijkheid om internetreuzen dan maar op te splitsen. Een paardenmiddel maar misschien wel de enige oplossing. Met de wijsheid van nu is het toestaan van de overnames van WhatsApp en Instagram door Facebook bijvoorbeeld onwenselijk. Er bestaat feitelijk geen concurrentie meer voor Facebook en juist concurrentie kan zorgen voor tegenwicht.

Europa zit op dit gebied niet stil: vooral wat betreft mededingingsregels en sancties voor privacyschendigen worden voor en achter de schermen stappen gezet, en dat verdient aansporing. Dat mag voor Nederlandse politici echter geen reden zijn om het dossier maar helemaal aan Brussel te laten. De monopolisering van internet is een van de grootste politieke vraagstukken van deze tijd. De kwestie raakt onder meer aan de integriteit van verkiezingen, geopolitieke verhoudingen tussen de VS en Europa en de privacy van burgers. Dat de Nederlandse politiek deze discussie vrijwel negeert is onhoudbaar.

Natuurlijk, de gebruikers van deze internetdiensten hebben een eigen verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor Facebookoprichter Mark Zuckerberg. Maar het waarborgen van democratische waarden, mensenrechten en keuzevrijheid op het internet kan niet alleen aan de welwillendheid van een 34-jarige miljardair worden overgelaten. Dat is in 2018 wel gebleken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.