Volksheld Imre Nagy moet in Boedapest plaatsmaken

Standbeeld In Hongarije is met verontwaardiging gereageerd op de verwijdering van het standbeeld van de Hongaarse volksheld Imre Nagy van een centraal plein in Boedapest.

Twee oppositiepolitici bij het standbeeld van Nagy tijdens een herdenking van de Hongaarse opstand.
Twee oppositiepolitici bij het standbeeld van Nagy tijdens een herdenking van de Hongaarse opstand. Foto Noemi Bruzak/EPA

De plek bij het Kossuth-plein in Boedapest biedt een kale aanblik. Het bronzen beeld van de Hongaarse volksheld en opstandsleider Imre Nagy, die vanaf een bruggetje twintig jaar lang uitkeek op het parlement, is vrijdagochtend vroeg verwijderd. Het beeld moet plaats maken voor een monument voor de slachtoffers van de ‘Rode Terreur’, de vervolging van anticommunisten in de vroege jaren van de Sovjet-Unie. Het origineel van dat monument werd opgetrokken tijdens het bewind van de anti-semitische admiraal Miklos Horthy, die tijdens WO II collaboreerde met de nazi’s.

Het besluit zou volgens critici premier Orbáns zoveelste poging zijn de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Foto’s van het plein zonder beeld gingen op sociale media rond met verontwaardigde commentaren.

De verplaatsing zou onderdeel van een herinrichting van het Kossuth-plein, waartoe een monumentencomité eerder deze maand besloot. Het comité wordt voorgezeten door Lászlo Kövér van regeringspartij Fidesz en voorzitter van het parlement. Het Nagy-standbeeld, dat dateert van 1996, zou worden gerestaureerd en daarna een nieuw thuis vinden op een ander plein in de buurt van het parlement.

Geschiedenis herschrijven

Oppositiegezinde Hongaren zien het project als onderdeel van het wegzuiveren van linkse figuren uit de Hongaarse geschiedenis en de langzame rehabilitatie van de anti-semitische autocraat Horthy, die Orbán in 2017 omschreef als „buitengewoon staatsman”. Nagy, een toegewijd communist, was tweemaal premier van Hongarije en leidde de Hongaarse revolutie in oktober 1956 tegen de overheersing door de Sovjets. De opstand werd door Moskou bloedig neergeslagen. Duizenden Hongaren kwamen om en nog eens tienduizenden ontvluchtten het land uit angst voor vervolging.

Nagy en enkele medestanders werden voor hun rol in de opstand na een geheim proces in juni 1958 ter dood gebracht en kregen een anoniem graf. In 1989 werd Nagy onder grote belangstelling herbegraven. Juist de 26-jarige rechtenstudent Viktor Orbán gaf bij die gelegenheid een gloedvolle rede waarin hij vrije verkiezingen en terugtrekking van de sovjet-troepen eiste. Het vestigde zijn reputatie voorgoed.

Dat Nagy, die uitgroeide tot symbool van vrijheid, nu wordt verplaatst door de steeds meer autoritaire Orbán, ervaren veel Hongaren als wrang. Journalisten, historici en mensenrechtenorganisaties bekritiseerden het besluit, net als Nagy’s kleindochter, Katalin Jánosi.

    • Eva Cukier