Opinie

    • Wilfried de Jong

Medelijden met alle schaatsruggen

Wilfried de Jong

Linksom. Altijd linksom. Mijn ogen zijn eraan gewend, als bij het zien van een straal water uit de kraan. Schaatsen zit in het bloed, in de genen. Net als fietsen. Zelf schaats ik niet meer. Deels door gebrek aan talent en door stramheid, maar ook omdat de strenge winters uitblijven die me verleiden om met zwikkende enkels kilometers te maken over natuurijs, langs plekken waar ik als jongen in de zomer in een bootje roeide of met een hengel een volwassen voorn uit het water trok.

Dan maar passief kijken naar de NK afstanden op televisie. De topsporters moeten hun tickets halen voor internationale wedstrijden. Met de handjes op de rug. Met rondjes van zoveel seconden. Met hun trainers en hun vingers omhoog en omlaag. Met weigerende kuiten en dijen. Met schaatskonten die uren trainingsarbeid verraden.

De opluchting is voelbaar als de schaatsers na de eindstreep hun sportbril afdoen, hoofd en haar bevrijden van het strakke kapje en de rits op hun borst lostrekken. De kwelling van topsport is voorbij. Wat overblijft zijn verzuurde spieren, een kuchje, duizelingen van uitputting en de tijd op het scorebord.

Hoeveel uren heb ik in mijn leven al gekeken naar schaatsen in de donkere maanden? Soms in vervoering, net zo vaak als landerige toeschouwer van diezelfde beweging, al wordt hij nu sneller en krachtiger uitgevoerd.

Kijken naar de dunne maar o zo sterke benen van stayer Esmee Visser, die een nacht had gehoest in haar hotelbed. Naar Ireen Wüst met haar gretigheid om nog steeds alles te willen winnen. Naar Sven Kramer en zijn vermogen om in deze periode met opgeheven hoofd te verliezen. Naar de diepe, uitputtende zit van Jorrit Bergsma en Kjeld Nuis.

Medelijden met alle schaatsruggen.

En als er even niet geschaatst werd in Thialf, kon je je vergapen aan het publiek. Aan oude mannen die handmatig de rondetijd op een velletje papier invulden, aan kinderen met sponsorsjaaltjes, aan familieleden en liefdes van de schaatsers, want iedereen kent iedereen op en rond het ijs.

Grote opschudding toen bekend werd dat ene Jan Coopmans de nieuwe bondscoach werd. Niemand die de man kende. Er lagen maar vier seconden archiefmateriaal van hem op de plank.

Zijn grootste succes, zo vertelde Coopmans in een staand interview: hij had een vrouw en drie kinderen. Aan gezond zaad dus geen gebrek in zijn meest viriele dagen. Maar wie een hecht team wil smeden in het ons-kent-ons-schaatswereldje moet met reageerbuisjes in de weer.

Snel weer terug naar de wedstrijden op het ijs van Thialf. Rondje na rondje linksom. Schaatsers in hun strakke pakken, niets verhullend van kop tot teen. Op scherpe messen glijden de topsporters over het ijs, soms met 60 kilometer per uur.

Drie dagen met kousenvoeten hangen op de bank.

Opwindend en saai. Topsport en tijdverdrijf. Snelheid versus stilstand.

Zij de schaatsers, wij het schaatsvolk.

Zo was het, zo is het, zo zal het blijven.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.