Het jaar waarin Max Verstappen de kritiek te boven kwam

Formule 1 Max Verstappen kan in eigen land weinig verkeerd doen. Buitenlandse Formule 1-volgers zijn een stuk kritischer.

Max Verstappen is woedend na de GP van Brazilië, die hij had kunnen, en misschien ook had moeten winnen.
Max Verstappen is woedend na de GP van Brazilië, die hij had kunnen, en misschien ook had moeten winnen. Charniaux / XPB Images

Het is de donderdagmiddag voor de eerste race van het jaar in Melbourne als Jos Verstappen pesterig zelf een antwoord suggereert op de vraag van het groepje Nederlandse journalisten. Als Max Verstappen één ding anders zou willen zien in de Formule 1, wat zou dat dan zijn? Vader Jos tikt tegen de schouder van zijn zoon en mompelt iets over het weren van alle journalisten. „Nee, dat gaan we natuurlijk niet zeggen. Ehm..., het geluid.”

Een grapje, maar wel één met een veelzeggende ondertoon. Het Formule 1-circus is een meningenfabriek en Verstappen is sinds zijn debuut in 2015 als 17-jarige een favoriet onderwerp – en dit jaar ook mikpunt van kritiek. Door zijn leeftijd (21), door zijn agressieve rijstijl, door zijn uitspraken en vooral door de hoge verwachtingen die zijn onmiskenbare racetalent met zich meebrengt.

Maar juist dit soort aandacht heeft Verstappen nooit leuk gevonden: de meningen, de analyses. Dat was in zijn jeugd anders. „Je pakt de kart uit de bus en doet je ding”, zei hij in een interview met het tijdschrift Formule 1 deze maand. Op het hoogste niveau wordt alles wat hij doet breed uitgemeten. Verstappen is altijd meer een type zoals Sebastian Vettel dan Lewis Hamilton geweest: zet hem in die auto, laat hem rondjes rijden, en laat hem dan met rust.

Het grapje van vader Jos in Melbourne kwam voorafgaand aan een seizoen waarin Verstappen meer dan ooit moest bewijzen om te kunnen gaan met de druk en hoge verwachtingen. Terwijl de kritiek in Nederland vaak wat milder is, kreeg hij dit jaar in zijn vierde seizoen te maken met negatieve commentaren van vooral buitenlandse Formule 1-volgers. Daarmee had hij het zichtbaar moeilijk, maar hij herstelde zich en reed zijn beste seizoen tot nu toe.

Twee overwinningen en elf keer op het podium. Vierde in het WK-klassement, op twee punten van Kimi Raikkonen (Ferrari). Hij werd, net als in 2017, tot één na beste coureur gekozen door de teambazen, achter wereldkampioen Hamilton (Mercedes). Ook een expertpanel van de officiële Formule 1- site en diverse andere motorsportsites zagen hem als de nummer twee.

2018 was ook het jaar dat Verstappen zich verder ontwikkelde. Een terugblik, en vooruitblik, aan de hand van de opinies van race-experts in de buitenlandse media.

Onervarenheid

In de tweede race van het seizoen, in Bahrein, heeft Verstappen tijdens een inhaalrace een aanvaring met Hamilton. De twee geven elkaar de schuld. Hamilton noemt hem een „dickhead”, maar neemt dat later terug. Maar de gelouterde Brit stipt wel even aan dat Red Bull door „onervarenheid en onvolwassen beslissingen” van Verstappen punten misloopt.

ESPN stelt de vraag aan analisten of de Nederlander niet te „onbezonnen” is. Ja, luidt het antwoord: hij is nog steeds dat grote talent, maar wil misschien iets te graag. The Daily Mail heeft lof voor Verstappens stijl: „onfeilbaar agressief” en „geen inhaalmanoeuvre is hem te moeilijk of risicovol”. Leuk voor het publiek, maar het maakt hem volgens de Engelse krant niet de populairste coureur op het circuit.

Door een onbesuisde inhaalactie verknalt hij in China zijn eigen race en die van Vettel, die de eerste twee grands prix heeft gewonnen. Eigen schuld, geeft Verstappen toe. Nico Rosberg, wereldkampioen in 2016 en tegenwoordig tv-analist, noemt Verstappen nog eens „een van de grote talenten met een grootse toekomst”, maar de Duitser vindt dat hij geen wereldkampioen kan worden, als hij zo veel fouten blijft maken. In Duitse media, altijd goed vertegenwoordigd in de paddock, vallen harde woorden: „een bitter leerzaam uurtje” (Sportschau) en „hij staat zichzelf in de weg” (Süddeutsche Zeitung).

ESPN verwijst in de aanloop naar de volgende race, in Bakoe, naar oud-wereldkampioenen Ayrton Senna en Michael Schumacher: die maakten ook domme fouten maar veranderden niets aan hun stijl. Bij Sky Sports wordt de vergelijking gemaakt met Vettel, die ook fouten maakte. Maar de ‘Crash Kid’ werd vier keer op rij wereldkampioen.

Een nieuw brein

Monaco werd het absolute dieptepunt. Verstappen verpestte de race nog voordat die begonnen was door in de laatste vrije training zijn Red Bull in een vangrail te boren. De auto was niet op tijd klaar voor de kwalificatie, een negende plek was het maximale. Teamgenoot Daniel Ricciardo won de race op het stratencircuit.

Tweevoudig wereldkampioen Niki Lauda, voorheen vaak lovend over Verstappen, denkt na ‘Monaco’ dat alleen „een nieuw brein” Verstappen nog kan helpen. Bij Motorsportweek klinken harde woorden: „De absolute bodem had hij al bereikt, maar hij vond toch nog een valluik onder het tapijt en sprong daarin.” De vraag over een demotie naar zusterteam Toro Rosso – zoals met de Rus Daniil Kvjat gebeurde om plaats te maken voor Verstappen – wordt opgeroepen.

Er is ook bijval. Oud-Formule 1-coureur Jolyon Palmer wijst een demotie af: „Er is een moedig persoon voor nodig die zegt dat hij geen toekomstig wereldkampioen is.”

In Canada breekt Verstappen zelf. Hij is klaar met de meningen, klaar met de kritiek op zijn rijstijl, klaar met die „toetsenbordridders” die beter denken te weten wat er fout gaat dan hij. Na weer een vraag over zijn incidenten in de eerste zes races, ditmaal van een journalist van The Daily Mail, dreigt hij de volgende die zo’n vraag stelt met een kopstoot. Niet serieus, bezweert hij, maar het is wederom voer voor de critici.

De GP van Canada blijkt het kantelpunt. Hij wordt er knap derde, daarna tweede in Frankrijk, om in Oostenrijk tegen alle verwachting in zijn vierde GP-zege in zijn loopbaan te behalen. De kritiek verstomt. „De overwinning van de volwassenheid”, schrijft La Gazzetta Dello Sport.

Na de zomerstop, vanaf de GP van België, is Verstappen los. Op Hamilton na presteerde niemand daarna beter. Na zijn indrukwekkende inhaalrace in Rusland – van plek negentien naar vijf – kopt The Guardian dat Verstappen op zijn 21ste niet meer dat „jonge racertje” is, maar een „doorgewinterde veteraan”. Na de knappe tweede plek in Singapore zegt Ross Brawn, sportief directeur van de Formule 1, dat Verstappen de „tekenen van een toekomstig kampioen” heeft en dat hij „groeit in aanzien”.

Ruwe randjes

De GP van Brazilië, de één na laatste race, kwam Verstappen door zijn gedrag na de race op bakken kritiek te staan. Hij leek op weg naar de zege, maar werd door Esteban Ocon (op een ronde achterstand rijdend) aangetikt en eindigde als tweede. Weinigen die Ocon niet de schuld gaven, maar er was ook een andere kant: Verstappen had voor de zekerheid ook aan de kant kunnen gaan. Winnaar Hamilton sprak hem hier vlak na de race direct op aan: Ocon had niets te verliezen, jij wel.

In The Telegraph wordt Verstappen een zeker „geprivilegieerd gevoel” verweten, waardoor hij zichzelf op zulke momenten dwarszit. Mercedes-teambaas Toto Wolff noemt hem een „toekomstig wereldkampioen”, maar één met „ruwe randjes”. Deels ingegeven door de drie duwen die hij uitdeelt aan Ocon na afloop, en waarvoor hij een taakstraf van autosportfederatie FIA krijgt opgelegd. „Uiteindelijk zal hij racen zoals Lewis dat heeft leren doen”, denkt oud-wereldkampioen Damon Hill.

Aan het eind van 2018 heeft lof de overhand. Vanwege zijn groei en het opkrabbelen na een zware periode in zijn carrière. Het panel van Formula 1.com concludeert dat Verstappen een „volwassener en completer coureur” is geworden, ook al toont hij soms nog „tekenen van schooljongensachtige kortzichtigheid”. Dit jaar wordt door de meeste buitenlandse media gezien als een van de belangrijkste en leerzaamste uit zijn carrière. ESPN noemt hem „meer dan klaar” voor een serieuze gooi naar de wereldtitel in 2019.

En Verstappen zelf? Die is nog net zo eigengereid en lijkt zich weinig aan te trekken van alle kritiek, behalve van zijn vader. Max Verstappen doorstond in 2018 een donkere periode, maar dat motiveerde hem alleen maar voor de tweede seizoenshelft. En die belooft wat voor 2019.

    • Frank Huiskamp