Boegbeeld van Nederlandse communisten Hans Heres (72) overleden

In Oost-Groningen maakten communisten jarenlang de dienst uit. In 2006 verloor de partij van Heres, de Nieuwe Communistische Partij, het grootste deel van haar zetels.

Een promotie-auto van de NCPN. Heres staat rechts op de foto met een ladder. Beeld uit 2002.
Een promotie-auto van de NCPN. Heres staat rechts op de foto met een ladder. Beeld uit 2002. Foto Sake Elzinga

De Groningse communistenvoorman Hans Heres is zaterdag op 72-jarige leeftijd overleden. Dat meldt het Dagblad van het Noorden zondag. Heres was een van de oprichters van de Nieuwe Communistische Partij in Oost-Groningen.

Heres was oorspronkelijk grondwerker maar legde zich al snel toe op de politiek. Aanvankelijk was hij lid van de jongerenafdeling van de Communistische Partij van Nederland (CPN), later trad hij toe tot de partij. Toen de CPN in de jaren negentig opging in GroenLinks, richtte Heres uit onvrede de Nieuwe Communistische Partij (NCPN) op met enkele andere communisten. Heres werd in 1970 raadslid en later wethouder in de vroegere gemeente Beerta, in het uiterste noordoosten van het land. De partij deed het goed in de economisch zwakke streek, waar hoge werkloosheid heerste.

Lees ook: De verkiezing in met Marx op een A4’tje

Laatste communistische bestuurder

Begin jaren negentig werd Beerta met Finsterwolde en Nieuweschans samengevoegd tot de nieuwe gemeente Reiderland. Communisten maakten in de gemeenteraad van Reiderland jarenlang de dienst uit. Ook na de herindeling bleef Heres tot 2001 actief als wethouder, daarmee werd hij de laatste communistische bestuurder van Nederland. Hij werd landelijk bekend door zijn verzet tegen de bouw van Blauwestad, een geflopt woon-waterproject in Groningen.

Na de verkiezingen in 2006 was het min of meer gedaan met de partij: de NCPN hield in Reiderland nog maar twee van de vijf zetels over. Ook liepen meerdere raadsleden bij de partij weg vanwege interne onenigheid. Desondanks bleef Heres volhouden dat het communisme in Nederland zou zegevieren. Alleen de gemeente De Friese Meren, in het zuiden van Friesland, telt op dit moment nog twee raadsleden van de NCPN.